Econoom Hans Stegeman gelooft niet meer in eeuwige groei: ‘We hebben de regels zelf gemaakt, dus kunnen we ze veranderen’

Stel je een taal voor die geen woorden heeft voor liefde, voor schoonheid of rechtvaardigheid. Daarmee zijn liefde, schoonheid of rechtvaardigheid niet weg. Ze bestaan nog, maar je kunt het er niet over hebben, ze vallen buiten elk gesprek.

Zo, zegt Hans Stegeman, gaat het in ons economisch systeem. Dat heeft een zeer beperkte woordenschat: prijs, kosten en baten, rendement en efficiëntie. Probeer in die taal maar eens uit te leggen wat de waarde is van een middag thuis met je kind.
“Laatst nog zei VVD-fractievoorzitter Brekelmans dat Nederlanders meer moeten gaan werken. En dat zei hij niet omdat de Nederlanders dat zelf willen. Ze kiezen er immers voor om een deel van hun welvaart om te zetten in vrije tijd.”
Het nieuwe geboren laten worden

Maar het systeem draait op groei, zegt Stegeman. Het is gebouwd op meer, meer en nog meer. Nu Nederland vergrijst, moeten minder mensen dat ‘meer’ produceren. Dus is er in de groeilogica, en in het hoofd van Brekelmans, maar één oplossing: mensen moeten meer uren maken.
Dat dit systeem vastloopt is onvermijdelijk, zegt Stegeman. Het brengt mensen niet wat ze willen, het trekt zich niets aan van welke planetaire grens dan ook, het vergroot de ongelijkheid. Dat kan alleen maar verkeerd gaan.
Hans Stegeman (1972) studeerde economie in Maastricht. Hij begon zijn carrière bij vakbond FNV, stapte over naar het Centraal Planbureau en werkte daarna negen jaar bij de Rabobank. Daar maakte hij van dichtbij de financiële crisis mee die uitbrak in 2008. In 2017 begon hij bij Triodos Bank, waar hij nu werkt als hoofdeconoom.
Hij is niet de eerste die dat opmerkt, zegt hij er meteen bij. Maar het ontbreekt aan een strategie om het oude te laten sterven en het nieuwe geboren te laten worden. Met zijn boek Dit is geen crisis wil Stegeman, hoofdeconoom bij Triodos Bank, zo’n strategie aanreiken. “Ik ben zo concreet als ik kan zijn.”
‘Dit hele systeem is verzonnen’
Al heb je alleen iets aan concrete ideeën (zie twee voorbeelden in de kaders) als ze ook landen, zegt hij. Mensen moeten geloven dat het anders kán. Als geen ander weet hij hoe taai het denken is dat groei verheft tot de maat der dingen. Hij is econoom, opgeleid als ‘loodgieter van het systeem’. Was het kapot – lees: liet de groei te wensen over – dan ging ook hij op zoek naar het lek.
Als groei een geloof is, is Stegeman een afvallige. “Elke tijd heeft zo zijn group think. Inzien dat dit hele systeem verzonnen is, dat we de regels zelf hebben gemaakt en dat we ze dus kunnen veranderen, biedt zo’n enorme kracht.”
Voor hem ‘begon het te knagen’ toen hij zich zo’n vijftien jaar geleden, in dienst van de Rabobank, verdiepte in de circulaire economie. Daarin is hergebruik de norm en afval iets dat je zoveel mogelijk wilt voorkomen. “Ik kreeg er kortsluiting van in mijn hoofd”, zegt hij.
De modellen kloppen niet
Want hoe kan dat nou: als iemand langer met dingen doet, omdat-ie ze kan repareren, omdat er reserve-onderdelen voor zijn, kortom als de samenleving is ingericht op duurzaam gebruik, dan bezit die persoon nog altijd evenveel als in een wegwerpmaatschappij. “En dat is welvaart”, zegt Stegeman. “Maar als ik kijk naar de economische groei, dan registreer ik alleen nieuwe transacties: wat er wordt gekocht en verkocht. En dat zijn er minder. Dus de welvaart blijft op peil, terwijl de economie minder groeit.”
Dat kan niet, volgens de economische modellen. Dus misschien kloppen die modellen niet, bedacht hij zich. En de werkwijze van economen evenmin. Die hangen aan álles een prijskaartje, waarde telt alleen als die zich in geld laat uitdrukken. Daar vraagt het model om.
Stegeman: “Laatst zat ik bij een sessie met ecologen. Die ging over de oceanen en het leven op de bodem van de diepzee. Zij zeiden: we weten niet precies wat daar leeft, maar we weten dat dat leven waardevol is. Als econoom, met je beperkte waardebegrip, kan je daar niks mee. Wat de intrinsieke waarde is van onbekend leven, dat is een filosofische vraag. Stel, je vist die dieren op en mensen gaan ze opeten, dan is er een markt voor. Dáár kan een econoom wat mee. Maar dat ze daar gewoon zo’n beetje leven …?
Klimaatbestendigheid, sociale samenhang, de mentale gezondheid van jongeren – voor het model bestaan ze niet, dus in principe is het de schone taak van de politiek om ze erin te brengen.
Stoppen met fixatie op groei
“En zo krijg je begripsverwarring. Wat is de waarde van schone lucht? Wat is de waarde van de boom waar ik op uitkijk? Om het antwoord te vinden gaan economen mensen enquêteren. Hoeveel mooier vind je die boom dan een flatgebouw? Daar rolt een getal uit, en dat kan in geld worden vertaald. Maar het is onzin. Die vragen laten zich niet beantwoorden.”
Het helpt niet om de modellen bij te stellen en er een beetje meer ‘zachte waarden’ in te stoppen, is zijn conclusie. De enige oplossing om de samenleving te behoeden voor ‘een onvermijdelijke ineenstorting’ is een einde maken aan die totale fixatie op groei. Waar niet alleen economen, maar ook politici aan lijden.
In zijn boek schrijft hij over de jaarlijkse koopkrachtplaatjeskoorts op Prinsjesdag. De doorberekening van het Centraal Planbureau – waar hij ook jarenlang werkte – is ‘belangrijker dan wat de koning tijdens de Troonrede zegt’. ‘Beleid wordt getoetst op rekenkundige haalbaarheid, niet op morele houdbaarheid. (…) Klimaatbestendigheid, sociale samenhang, de mentale gezondheid van jongeren – voor het model bestaan ze niet, dus in principe is het de schone taak van de politiek om ze erin te brengen.’
Strijd met gevestigde belangen
Maar dat gebeurt niet, ziet hij. Vandaar zijn boek. Stegeman wil de wereld op zijn kop zetten, hij wil de strijd aan met gevestigde belangen, ook als die machtig en superrijk zijn, zodat de samenleving een nieuw doel gaat nastreven: niet groei, maar welzijn.Quote van econoom Hans Stegeman .
‘Mijn boek staat vol met voorbeelden van hoe het anders kan, hoe de samenleving gelukkiger kan worden. Zodat meer mensen erin gaan geloven.’
Hij wil op naar een wereld waarin de natuur niet wordt verkwanseld, waarin werknemersrechten tellen, waarin de rijkste 10 procent niet driekwart van al het vermogen bezit en waarin stress niet langer volksziekte nummer één is. En dat alles via de weg van de democratie, via de stem van de meerderheid.
“Ja, de meerderheid. Dat zijn een heleboel mensen. Daarom staat mijn boek vol met voorbeelden van hoe het anders kan, hoe de samenleving gelukkiger kan worden. Zodat meer mensen erin gaan geloven. Het is misschien een heel smal geitenpaadje, maar je mag toch hopen dat de mensheid slim genoeg is om die kans te grijpen.”
‘De groeibelofte is hol geworden’
“We kunnen de macht van de machtigen op een geciviliseerde manier breken. Want het is toch heel raar? We kunnen alles maken, iedereen voeden, iedereen in de hele wereld een goed leven geven binnen de grenzen van de aarde. Logisch dat een klein groepje mensen daar heel erg op tegen is, want die moeten heel veel inleveren. Maar ze hoeven de gevangenis niet in. Ze kunnen gewoon blijven doorleven. Alleen met een paar miljard minder.”
Maar, zegt hij ook, dit is een conflict. Hier botsen belangen op grootse wijze. Op de vraag of er eerst doden zullen vallen voor het systeem kantelt, zegt hij: “Misschien”.
Het gaat strijd geven, het gaat niet altijd leuk zijn, benadrukt hij keer op keer in zijn boek. Maar dat conflict komt er hoe dan ook, is zijn overtuiging. ‘Het neoliberaal kapitalisme heeft zijn legitimiteit grotendeels verloren: de groeibelofte is hol geworden, de ongelijkheid is zichtbaar, de ecologische rekening valt niet langer te verdoezelen’.
De keuze is, schrijft hij, of we het kapitalisme bewust ontmantelen, of dat we wachten tot het met donderend geraas ineenstort. “Ik kies voor dat eerste.”
Tenslotte dan toch, als we zo op de rand van de afgrond staan, waarom heet zijn boek dan Dit is geen crisis? Stegeman: “We hebben een systeem gecreëerd dat extractief is, dat alles wat ‘gratis’ is erin gooit, dat niet nadenkt over ongelijkheid, dat niet garandeert dat het ook maar voor iemand leuk wordt. Nee, het systeem is gewoon gemaakt om zoveel mogelijk winst te genereren en zoveel mogelijk te produceren. En dat doet het fantastisch.”