Transparantie over (milieu)kosten van datacenters is nodig voor Europese groei van deze strategische sector

Wil Europa zelfstandig een technologische grootmacht worden, met een strategie voor kunstmatige intelligentie gebaseerd op waarden als democratie, privacy en duurzaamheid, dan moet daar ruimte voor komen. Letterlijk betekent dat: datacenters bijbouwen in het Europese landschap, hoge doos na hoge doos. Nederland kent er inmiddels honderden, en de groei gaat gestaag door.
Onze digitale soevereiniteit en economische weerbaarheid zijn de sterkste rechtvaardiging voor een nieuwe industrie die ook weerstand oproept. Want het beslag dat deze gigantische gebouwen, waar slechts een handvol technici, beveiligers en schoonmakers werken, op de stroom- en watervoorziening leggen, is groot.
Zeven procent van het nationale stroomverbruik gaat nu naar de datacenters, en in 2030 wordt verwacht dat dit maar liefst 15 procent zal zijn. Dat Equinix, een Amerikaanse aanbieder van serverruimte aan externe partijen, onlangs vergund werd om weer een enorm centrum te bouwen in Amsterdam, is een moeilijk verhaal als Nederlandse ondernemers niet kunnen verduurzamen wegens krapte op het stroomnet, en woningbouw komt stil te liggen.
Hoewel adviseur Peter Wennink in zijn rapport De route naar toekomstige welvaart megadatacenters als onontbeerlijk beschouwt, lijkt de tijd voorbij dat Nederland een internationaal knooppunt voor digitalisering wil zijn. Amsterdam voert voor nieuwe datacenters een ‘nee, tenzij’- beleid. Ook in de Tweede Kamer werd een motie tegen nieuwe hyperscales aangenomen. De bouw verstoort onze klimaat- energietransitie. Wat het pleidooi voor Europese soevereiniteit ook niet helpt, is dat de megacenters juist in handen zijn van Amerikaanse bedrijven als Google, Microsoft en Equinix.
Datacenters dienen grote strategische doelen, maar laat die ons niet verblinden. Transparantie over wat er ín de centra gebeurt en verbruikt wordt, is cruciaal voor een verantwoorde groei. Wat vindt plaats op de servers? Gelegenheid bieden aan generatieve AI om filmpjes en plaatjes te maken, kan geen gelegitimeerd doel zijn. Specialistische AI-systemen, getraind met zorgvuldig geselecteerde data voor een specifiek probleem, wel.
Belangrijker nog is transparantie over de milieueffecten. Sinds 2024 bestaat een Europese richtlijn die datacenters verplicht het elektriciteitsverbruik te openbaren. Microsoft gaf zeer recent pas openheid van zaken, en blijkt verantwoordelijk voor een zevende van het totaalverbruik. Google, de allergrootste, nog steeds niet. Dat is ontoelaatbaar.
Transparantie is het begin om deze nieuwe industrie op een maatschappelijk verantwoorde en duurzame manier te laten groeien. Willen ontwikkelaars bouwen, beprijs de milieueffecten, breid schone energie naar behoefte uit, koel centra met afvalwater. Lever de warmte van het centrum terug aan het warmtenet. Dan kunnen de economische kansen inderdaad enorm zijn.