Profundo onderzoekt misstanden bij grote bedrijven. ‘Europa blijft achter in transparantie’

Het onderzoek van zijn bureau Profundo heeft financiële instellingen wat transparanter gemaakt over hun beleggingen. Maar volgens Jan Willem van Gelder is Europa minder open dan veel andere regio’s, en dat is slecht voor de economie.
Profundo was nog een eenmanszaak op een zolderkamer, toen Jan Willem van Gelder een doorbraak beleefde als onderzoeker naar bedrijven en financiële instellingen. Op basis van zijn bevindingen maakte tv-programma Zembla een uitzending over de beleggingen van pensioenfondsen in bedrijven die clustermunitie en landmijnen verkopen. Deze controversiële wapens staan nu in veel landen op de zwarte lijst.
Het programma zorgde in 2007 voor een schok in de Tweede Kamer, de media en de financiële sector.
Vóór de tv-uitzending dacht een kwart van de pensioenfondsen na over verantwoord beleggen, erna was dat meer dan 80 procent, schreef Trouw dat jaar op de voorpagina. “Van schrik maakten veel pensioenfondsen opeens hun portefeuilles openbaar”, zegt Van Gelder. “Voortaan kon iedereen zien waarin ze belegden.”
Sociale rechtvaardigheid
In de Tweede Kamer kwam een discussie op gang die in 2013 leidde tot een verbod op investeringen door banken, verzekeraars en pensioenfondsen in producenten van clustermunitie. Van Gelder kon een uitroepteken plaatsen achter zijn opvatting dat data de wereld kunnen veranderen.
Inmiddels is Profundo een veelgevraagd onderzoeksbureau, met 22 medewerkers uit twaalf landen en een kantoor in Amsterdam-West. In de rapporten van Greenpeace, Milieudefensie en vredesorganisatie Pax over wereldwijde misstanden, staat Profundo regelmatig in het colofon als onderzoeker. Ook de Nederlandse overheid en andere Europese overheden weten zijn organisatie te vinden.
“We onderzoeken hoe bedrijven, banken en beleggers wereldwijd omgaan met duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid, en we proberen met onze partners verbeteringen te bereiken”, vat Van Gelder de missie samen. Profundo is goed thuis in thema’s zoals illegale ontbossing, afnemende biodiversiteit en milieuschade door de mijnbouw.
Amerikaanse bulldozers in Gaza

Hoe openheid beleggers onder druk zet, blijkt wel uit het onderzoeksproject Don’t Buy into Occupation. Daarvoor heeft Profundo uitgezocht welke bedrijven betrokken zijn bij Israëlische activiteiten in de bezette Palestijnse gebieden.
Mede door zulke publicaties heeft pensioenfonds ABP vorig jaar de aandelen verkocht van Booking.com en Caterpillar. Het Amsterdamse Booking verhuurt hotelkamers in de bezette gebieden. De bulldozers van het Amerikaanse Caterpillar helpen het Israëlische leger bij sloopwerkzaamheden. Ook onderzocht Profundo de internationale financiering van de Israëlische bezetting van Gaza via staatsobligaties.
Veiligheid geldt nu als een duurzame belegging
De laatste jaren is wel iets veranderd in de relatie tussen duurzame beleggers en defensiebedrijven. Er gaat meer belastinggeld naar defensie en beleggers zien de wapenindustrie als een groeimarkt. Dat komt door de aanhoudende oorlog in Oekraïne en de Amerikaanse eis dat Europa zichzelf moet kunnen redden.
Vorig jaar kwam de Europese Commissie met een officiële mededeling dat duurzame financiering goed te verenigen is met investeringen in defensiebedrijven. Veel grote duurzame beleggers sluiten kernwapens, clustermunitie, chemische wapens en landmijnen nog altijd uit. Maar verder wordt investeren in veiligheid nu gezien als verantwoord.
Mensenrechtenschendingen
Van Gelder: “Ik begrijp de roep om onze defensie te versterken, ook al kun je daar allerlei vragen bij stellen, bijvoorbeeld of dit de beste manier is om met conflicten om te gaan. Maar áls er meer geld naar die industrie moet, bijvoorbeeld van pensioenfondsen, vergroot dan in ieder geval de controle op wapenbedrijven. Zij leveren aan de meest verschrikkelijke regimes en aan strijdende partijen. Er is veel bewijs dat zulke bedrijven zich niets gelegen laten liggen aan mensenrechten.”
De recente studie Invested in War van Profundo en Pax meldt bijvoorbeeld dat veertien van de grootste wapenproducenten in de wereld tussen 2019 en 2024 hebben geleverd aan staten met een hoog risico op mensenrechtenschendingen. Bijvoorbeeld Nigeria, Pakistan, Egypte en Saudi-Arabië. Maar ook aan de Verenigde Arabische Emiraten, die betrokken zijn bij de strijd in Jemen en Soedan. Ook legt dit rapport een link met Europese pensioenfondsen.
Opeens blijkt er sprake van ontbossing of landroof
Profundo doet ook het onderzoek voor de Eerlijke Bankwijzer, waarin banken een rapportcijfer krijgen voor duurzaamheid bij het investeren van spaargeld van klanten. In de laatste editie vormen Triodos, ASN en Bunq de top drie. Rabobank staat flink wat plaatsen lager.
Banken zeggen biodiversiteit belangrijk te vinden en dat zal ook gelden voor veel werknemers van de banken. Maar bij het geld uitlenen gaat het soms mis. Dan blijkt er opeens sprake te zijn van landroof of van illegale ontbossing.
Zo transparant is Europa niet
Bij al dat eigen onderzoek in 25 jaar tijd valt op dat Europa achterblijft met het openbaar maken van bedrijfs- en handelsdata, of met het verplichten van bedrijven om dat te doen.
“Terwijl je voor landen als de VS, Brazilië en India douanedata kunt vinden over de import en export van specifieke bedrijven, is dat voor de EU niet mogelijk. In de VS is publicatie van beleggingsportfolio’s en leningcontracten voor veel bedrijven verplicht, hier niet. Zelfs Indonesië is een stuk transparanter; het verplicht bedrijven in hun jaarverslagen te vermelden hoeveel geld ze van welke banken hebben geleend.”
Onder druk zetten
Dankzij douanegegevens kan bijvoorbeeld duidelijk worden dat Europese bedrijven soja importeren van bedrijven die zich schuldig maken aan illegale ontbossing in het Amazonegebied. Als bekend is welke banken geld uitlenen aan een palmoliebedrijf dat de regels schendt, kunnen die door maatschappelijke organisaties onder druk worden gezet om de boosdoener aan te spreken.
Van Gelder: “In Europa bestaat die publicatieplicht voor leningen niet. We weten wel dat ING veel geld steekt in olie en gas. Maar niet precies in welke bedrijven.”
In Nederland wordt te veel bedrijfsinformatie als vertrouwelijk gezien, vindt hij. Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt soms informatie achter als die te makkelijk naar een specifiek bedrijf te herleiden is in een markt met weinig concurrentie. Het Kadaster deelt niet zomaar wie een stuk grond bezit. Sinds de Kamer van Koophandel standaardjaarverslagen gebruikt, zijn die veel beknopter geworden, zegt Van Gelder. “Daarin lees ik nooit meer wie hun klanten of toeleveranciers zijn.”
‘Dat is een raadsel’
Een ander voorbeeld: in opdracht van het Europees Parlement onderzocht Profundo Europese landen met een visindustrie. “Landen krijgen quota die bepalen hoeveel vis ze mogen vangen. Maar hoe worden die quota verdeeld over vissers? Goede voorbeelden waren Spanje en Denemarken, waar dat per boot of rederij inzichtelijk is. Slechte voorbeelden zijn Nederland en Duitsland. Het is een raadsel hoe deze landen de quota verdelen.”
Waarom is dit van belang? “De vis is een gemeenschappelijk goed. Het is belangrijk om te weten wie ervan profiteert. Ook omdat we dan organisaties ter verantwoording kunnen roepen in het geval van overbevissing of milieubelastende vistechnieken. Door zulke informatie niet te openbaren, bescherm je de oude garde. Het establishment.”