Met dit halfslachtige beleid miskent de overheid het probleem van discriminatie en racisme

minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers
COMMENTAAR NRC
De strijd voor gelijke behandeling is āweerbarstigā, schrijft de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme deze week in haar grondige eindrapport. Er is vooruitgang, stap voor stap, maar dat die beklijft is nooit vanzelfsprekend of definitief.

Tot 1919 hadden vrouwen in Nederland geen stemrecht ā in de vroegere koloniĆ«n Suriname en op de Nederlandse Antillen zelfs tot 1948 niet.
In 2001 had Nederland de wereldprimeur op het huwelijk voor gelijke seksen. Het eerste paspoort met āgenderneutraalā als geslacht is van 2018.
En in 2020 had Nederland een premier die persoonlijk āandersā was gaan denken over Zwarte Piet ā maar de kwestie verder overliet aan de samenleving.
Zoān afzijdige overheid kan niet meer, concludeert deze staatscommissie terecht. Artikel 1 van de Grondwet verbiedt discriminatie op welke grond dan ook. Dat vraagt om een overheid die het voorbeeld geeft en discriminatie actief tegengaat, die niet alleen reageert op incidenten en verwijst naar de strafrechter.
Het antwoord van de staatscommissie is een āactieagendaā. Stop bijvoorbeeld met datagebruik dat leidt tot etnische profilering, zoals in het toeslagenschandaal, aanleiding voor de oprichting van deze commissie. Maak de overheid diverser en betrek burgers structureel bij wetgeving, beleid, uitvoering en toezicht. Investeer in kennis van en gelijkheid met Caribisch Nederland. Voer een wettelijke Gelijkheidsplicht Publieke Sector in, tegen discriminatie bij overheidshandelen.

Zoān āactieagendaā kan een ambtelijke schijnoplossing zijn, en sommige aanbevelingen zijn voor de hand liggend. Zelf erkent de staatscommissie dat er geen āquick fixā is en dat de acties deels āvertrouwd klinkenā. Maar dat is geen toeval, omdat de overheid eerdere rapporten al jarenlang naast zich neerlegt. De commissie zegt het raak: discriminatie en racisme bestrijden, of juist terughoudend zijn als overheid, is een politieke keuze.
Sinds 2021 is er bijvoorbeeld een Nationaal Coƶrdinator tegen Discriminatie en Racisme, die jaarlijks een aanpak moest opstellen. Maar het vorige kabinet-Schoof heeft die aanpak na 2023 uitgesteld, en inmiddels heeft de coƶrdinator alleen een adviesrol. Het kabinet-Jetten wil de positie van deze nationale coƶrdinator wettelijk versterken, maar stelt hiervoor geen extra geld beschikbaar, constateert de staatscommissie.
Artikel 1 van de Grondwet vraagt om een overheid die het voorbeeld geeft, die discriminatie actief tegengaat en niet alleen reageert op incidenten

Positief is dat minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken (CDA) verder wil met de āDiscriminatoetoetsenā van de staatscommissie: hiermee kunnen overheidsinstanties zelf de risicoās op discriminatie in hun werk onderzoeken. De staatscommissie adviseert zoān toets in te voeren voor de hele overheid, maar dat gaat Heerma vooralsnog te ver. Het moet geen āverplichte afvinklijstā worden, zegt hij.
Met halfslachtig beleid miskent de overheid het maatschappelijke probleem ā nu en in de toekomst. Het aantal meldingen van discriminatie en racisme neemt toe, de roep om verandering wordt luider. De opkomst van kunstmatige intelligentie creĆ«ert nieuwe risicoās op āonzichtbareā etnische profilering. Terwijl het debat over asiel en migratie verhardt, zal de Nederlandse bevolking steeds diverser worden.
Staatscommissies zijn tragische organen. Ze worden met hoge verwachtingen ingesteld om oplossingen voor grote problemen te vinden. En als ze na jaren onderzoek hun eindrapport opleveren, vervliegen hun bevindingen vaak snel.
BehÔlve als die conclusies aansluiten bij het politieke momentum, zoals die van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Het pleidooi van die commissie voor gematigde bevolkingsgroei, uit begin 2024, heeft de discussie over asiel en migratie in Den Haag breed beïnvloed: zowel op rechts als op links.
āDiscriminatie ondermijnt vertrouwen, belemmert gelijke kansen en tast de legitimiteit van overheidshandelen aanā, schrijft deze staatscommissie deze week. Je zou hopen dat heel Den Haag die belangrijke boodschap ook hoort.
