Een 25-urige werkweek is minder onrealistisch dan die lijkt

Plan-Piketty
Commentaar NRC
Een werkweek van 25 uur en twaalf weken vakantie per jaar: volgens de Franse econoom Thomas Piketty is dat een van de effectiefste manieren om de aarde leefbaar te houden én ongelijkheid tegen te gaan. NRC sprak hem vorige week over een opmerkelijk ambitieus plan dat hij met andere wetenschappers doorrekende. Dat maakte veel reacties los onder economen en arbeidsmarktdeskundigen.
Piketty’s kortere werkweek is onderdeel van een veel breder economisch toekomstplan, waarvan ook een internationaal „rechtvaardigheidsfonds” en een nieuwe reservevaluta van de Verenigde Naties onderdeel zijn. In samenhang daarmee is een kortere werkweek volgens Piketty en zijn collega’s een manier om de CO2-uitstoot te beteugelen en zo de opwarming onder de twee graden te houden – en tegelijkertijd het welzijn van mensen te vergroten in zowel het mondiale Noorden als Zuiden. De breedte, diepte en complexiteit van dat plan zijn de kracht én de valkuil.
Een blauwdruk is het plan nadrukkelijk niet, dat kan ook helemaal niet in een wereld die zo snel verandert. De Franse topeconoom en zijn collega’s stellen de juiste vragen over werk, consumptie, welvaart, ongelijkheid en klimaat; het is ook terecht dat ze die kwesties aan elkaar verbinden in hun analyse. Het rapport benadrukt dat snelle decarbonisatie van energiesystemen, begrensde groei én drastische ongelijkheidsreductie alle drie tegelijk nodig zijn. Maar omdat de plannen zo allesomvattend zijn, kunnen ze ook munitie geven aan al te grote planningsdrang van overheden.
De zwakke plek is het maakbaarheidsgeloof dat eruit spreekt: een mondiaal fonds dat jaarlijks ruim 10 procent van het wereldwijde bbp herverdeelt, inkomens die tot 2100 maximaal mogen stijgen tot gemiddeld 5.000 euro per maand in elk land. En dus die werkweek van 25 uur. „Een economie van genoeg”. Echt alles moet op de schop, een nieuwe mondiale orde is het doel.
Dat enorme ambitieniveau roept de vraag op of deze doelen niet gerichter en eenvoudiger zijn te bereiken, bijvoorbeeld door slimmere internationale vermogensbelastingen, beprijzing van uitstoot en andere marktprikkels.
Business as usual is ronduit gevaarlijk
Maar de ongemakkelijke waarheid is: die aanpak komt tot nu toe onvoldoende van de grond. Doorgaan op de huidige manier zal leiden tot riskante instabiliteit: op sociaal vlak vanwege de snel groeiende ongelijkheid, op ecologisch vlak vanwege de versnellende en destructieve gevolgen van klimaatopwarming en aantasting van de natuur. De rijkste 1 procent van de wereld bezit meer vermogen dan 95 procent van de wereldbevolking sámen, volgens ontwikkelingsorganisatie Oxfam. Die ongelijkheid neemt bovendien snel toe. De gemiddelde temperatuur heeft daarnaast de afgelopen jaren niveaus bereikt die de aarde in geen 125.000 jaar heeft gezien. Business as usual is ronduit gevaarlijk.
Vrije tijd voor vrienden, familie, hobby’s, natuur is óók welvaart, en door dat mee te nemen in hun berekeningen, laten de onderzoekers overtuigend zien dat minder werken niet ten koste gaat van kwaliteit van leven, zelfs positief kan uitpakken. Daarom is een kortere werkweek een idee dat door sociale partners en overheden wereldwijd serieus gewogen moet worden.
Toch is de 25-urige werkweek die Piketty voorstelt voor het jaar 2100 is minder onrealistisch dan die lijkt. Werktijden zijn de afgelopen eeuw al sterk verkort. Vakcentrale FNV voert al enkele jaren campagne voor een vierdaagse werkweek als nieuwe voltijdsnorm. Werkgeversorganisaties bestrijden dat, met argumenten over krapte, stagnerende productiviteit en toenemende concurrentie uit landen waar juist méér wordt gewerkt dan hier.
nieuwe manieren van kijken naar welzijn, consumptie, ongelijkheid, vooruitgang en groei zijn harder nodig dan ooit
Dat dit gevecht aan de onderhandelingstafels (en af en toe op het Malieveld) wordt gevoerd is precies zoals het hoort. Dit zijn kwesties tussen sociale partners met elk hun eigen belangen, en met specifieke afwegingen per sector. De werkweek is in dit land niet per decreet verkort, maar vooral door technologische ontwikkelingen, langdurige onderhandelingen en sociale strijd: dat zijn de belangrijkste bronnen van vooruitgang.
De exercitie van Piketty en zijn collega’s is waardevol: die geeft sociale onderhandelingen en debatten over de toekomst van werk en de richting van economische ontwikkeling verse argumenten en nieuwe energie, en een langere tijdshorizon dan de volgende cao-ronde of verkiezingscampagne. Dat is meer dan welkom: nieuwe manieren van kijken naar welzijn, consumptie, ongelijkheid, vooruitgang en groei zijn harder nodig dan ooit.