Medemenselijkheid verdwijnt niet

Protest De spierballentaal is dominant, maar Karin Amatmoekrim ziet een ander verhaal dat nog hardnekkiger is: dat van mededogen en empathie.
oen Paus Leo tijdens een gebedswake begin april mensen opriep om de wapens neer te leggen, zei hij dat dit gebed „een bolwerk (was) tegen die waan van almacht die ons omringt en steeds onvoorspelbaarder en agressiever wordt”. Ik las het met een zucht van verlichting. Niet omdat ik katholiek of überhaupt gelovig ben, maar omdat zijn woorden een herinnering waren aan de kracht van een empathisch verhaal.

© Karin Amatmoekrin
© NRC
Niets lijkt het absurde karakter van de huidige tijd beter te beschrijven dan de woedende reactie van de Amerikaanse president op die woorden van de paus. Niets verbeeldt de heersende waanbeelden over almacht ook beter dan het plaatje dat Trump van zichzelf als Jezus de wereld instuurde.
Ik schreef onlangs een boek dat precies hierover gaat: dat het idee dat we verantwoordelijk voor elkaar zijn, soms diep weggezakt lijkt te zijn in ons denken over de samenleving. Zo diep, dat zelfs een oproep tot vrede verdacht of belachelijk gemaakt kan worden. Zo diep dat sommige Nederlanders het een doodnormaal idee lijken te vinden om medemenselijkheid in de vorm van hulp aan illegalen, strafbaar te stellen.
Een onverbloemde, trots gedragen onverschilligheid lijkt alomtegenwoordig. Het is om woedend én om moedeloos van te worden.
Protest voor mededogen
En toch denk ik dat een groot deel van de samenleving een heel andere overtuiging aanhangt. Want wie goed oplet, ziet dat Nederlanders nog steeds om andere mensen geven – ook als ze niet tot dezelfde groep behoren.
Ondanks het verhaal dat ons in spierballentaal wordt opgedrongen, dat ons vertelt dat de Ander lijnrecht tegenover ons staat, dat wij de Ander buiten moeten houden, moeten bestrijden of wantrouwen, kijken veel van ons nog steeds met mededogen naar elkaar, en proberen wij ons nog steeds in andermans schoenen te verplaatsen. Noem het een hardnekkige empathie, of naïviteit, maar het blijft een feit dat vorig jaar een kwart miljoen mensen met het laatste Rode Lijn-protest hun solidariteit toonden met slachtoffers van een strijd die ver van ons land gevoerd wordt.
Het doet me bovendien denken aan de Black Lives Matter-protesten die een paar jaar eerder overal in de wereld werden georganiseerd. De dood van George Floyd, gefilmd en ontelbare keren gedeeld, was de druppel in de overvolle emmer van onrecht tegen zwarte mensen. Hij moest talloze keren sterven, door talloze mensen in zijn meest menselijke want meest kwetsbare moment gezien worden, voordat de emmer overliep.
Door zijn dood, onder de achteloze knie van een agent, ontstond er die ongewone solidariteit die we zagen op de Dam en op al die andere plekken in de wereld. We leken allemaal te begrijpen dat de ruimte die agenten zoals de moordenaar van George Floyd namen, alleen kan bestaan als er maar genoeg mensen wegkijken.
Het is bevrijdend om te besluiten om ze maar te laten zitten in hun wrok en in hun woede, en zelf een ander verhaal na te jagen
De solidariteit van de witte burger destijds markeerde een kantelmoment.