Kabinet-Jetten verhoogt hypotheekrenteaftrek ten koste van lagere inkomens en van minder gezonde mensen

De verhoging van de eerste en tweede schijf in de inkomstenbelasting komt volgens het CPB neer op een lastenverzwaring van 5 miljard euro voor huishoudens. Desondanks claimt het kabinet dat gezinnen er gemiddeld niet op achteruitgaan, omdat de extra inkomstenbelasting gecompenseerd wordt door een verlaging van de (wettelijke) zorgpremies. Die dalen vanwege de verhoging van het eigen risico.
Maar ook dit pakt niet voor iedereen gelijk uit: voor mensen die veel zorg gebruiken, wordt het voordeel van de lagere zorgpremies tenietgedaan door de forse stijging van het eigen risico, van 385 naar 460 euro per jaar. Het is bovendien bekend dat mensen met een laag inkomen gemiddeld minder gezond zijn dan Nederlanders in de hoogste inkomensgroepen.
Haaks op tussenakkoord
Dat het kabinet de hypotheekrenteaftrek verruimt, staat haaks op de inzet van twee van de drie coalitiepartijen vóór de formatie. D66 en CDA schreven in hun recentste verkiezingsprogramma’s dat de hypotheekrenteaftrek langzaam moet worden afgebouwd naar nul. Dat voornemen stond ook in het gezamenlijke tussenakkoord dat Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA) halverwege de formatie produceerden, voordat de VVD aanschoof.
De VVD, sinds jaar en dag vurig verdediger van de hypotheekrenteaftrek, heeft dat afbouwplan aan de formatietafel blijkbaar weten om te turnen in een kleine optopping van de leenbonus.
Ondertussen liggen er stapels expertrapporten (van onder andere De Nederlandsche Bank en het CPB) die het kabinet adviseren de
hypotheekrenteaftrek af te schaffen, omdat die ondoelmatig en duur is. De aftrek kost de schatkist 10 tot 11 miljard euro per jaar. Daarnaast drijft de aftrek de huizenprijzen op, wat de vermogensongelijkheid tussen huurders en huiseigenaren vergroot. Ook stimuleert deze leenbonus het aangaan van hoge hypotheekschulden, wat huiseigenaren kwetsbaar maakt voor rentestijgingen.