Vergoeding voor huishoudelijke hulp is razend populair, maar coalitie wil hierop bezuinigen

Bijna 1,3 miljoen mensen maakten in 2024 gebruik van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Vooral hulp bij het huishouden is gewild. De coalitie wil dat mensen die het zelf kunnen betalen, die huishoudhulp zelf gaan bekostigen.
In 2024 waren er bijna 1,3 miljoen mensen die gebruikmaakten van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), blijkt uit cijfers van het CBS. Hulpbehoevende mensen kunnen aanspraak maken op de Wmo om thuis te blijven wonen, bijvoorbeeld door vergoedingen van rollators, trapliften en huishoudelijke hulp. Het is een stijging van 23 procent ten opzichte van 2017, toen ruim een miljoen mensen aanspraak maakten op de Wmo.
Daarmee is er ook een nieuwe piek bereikt in de uitgaven aan de wet. In 2024 gaven gemeenten er 6 miljard euro aan uit, 32 procent meer dan in 2017. Niet alleen zijn er meer cliënten, ook de kosten per cliënt stegen door bijvoorbeeld zwaardere zorgvragen en hogere tarieven.
Vraag naar huishoudelijke hulp steeg het hardst
De populariteit van huishoudelijke hulp steeg het hardst. In 2017 waren er 394.000 mensen die daar gebruik van maakten, in 2024 ging het om 556.000 mensen; 41 procent meer.
Vooral 75-plussers maken er gebruik van: het aantal 75- tot 85-jarigen dat huishoudelijke hulp kreeg, steeg in dezelfde jaren met 60 procent.
Coalitiepartijen willen juist op die huishoudelijke hulp gaan bezuinigen, schrijven ze in het coalitieakkoord. Mensen die het zelf kunnen betalen, moeten hulp in de huishouding vanaf 2029 zelf gaan bekostigen, vinden D66, VVD en CDA. Daarmee hopen ze 435 miljoen euro te besparen. Voor de mensen die ‘niet zelf hulp kunnen regelen’ blijft de gemeente daarin voorzien, is het idee.
Eén tarief voor iedereen
De groei van het aantal mensen dat gebruikmaakt van de Wmo en in het bijzonder de huishoudelijke hulp is deels te verklaren door vergrijzing, maar hangt ook samen met de invoering van het zogenoemde abonnementstarief. Mensen die aanspraak maken op de Wmo betalen sinds 2020 ongeacht het inkomen en eigen vermogen een vast bedrag per maand, nu 21,80 euro. Voor die tijd betaalden mensen een inkomensafhankelijke bijdrage.