Op de daken van Nederlandse huizen ligt voor tien grote kolencentrales aan zonnepanelen

solar, solar energy, solar power, renewable energy, energy, electricity, sustainable, renewable, tenant electricity, cooperatives, property, power supply, energy transition, photovoltaic, solar system, photovoltaic system, climate, climate protection, environmental protection, climate change, municipalities, green power, eco, environmental engineering, solar, solar, solar, solar energy, solar energy, solar energy, solar energy, solar energy, solar power, solar power, renewable energy, renewable energy, photovoltaic, photovoltaic, photovoltaic, photovoltaic, solar system, climate change
Photo by Solarimo on Pixabay

Het aantal zonnepanelen in Nederland blijft groeien, maar niet meer in het tempo van voorheen. Vorig jaar lag op de daken van Nederlandse huizen voor 11,7 gigawattpiek aan vermogen, vergelijkbaar met tien grote kolencentrales.

Het totale vermogen van alle zonnepanelen steeg vorig jaar naar 28,6 gigawattpiek. Het grootste deel van de panelen (60 procent) ligt bij bedrijven, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat ziet de groei weliswaar afvlakken, maar zeker niet stilvallen.

Op zonnige dagen komt al dat vermogen overigens niet het stroomnet op, omdat een deel ervan niet wordt benut. Dit komt doordat het vermogen van omvormers (apparaten die de elektriciteit uit zonnepanelen geschikt maken voor gebruik in huizen en bedrijven) een stuk lager ligt: 25,6 gigawatt.

1,4 kilowatt per huis

De gemeente Rozendaal spant de kroon als het gaat om geïnstalleerd vermogen; hier ligt op elk huis gemiddeld 2,8 kilowatt aan piekvermogen. Ook in de gemeenten Boekel en Someren ligt het gemiddelde zonvermogen op dit niveau. In heel Nederland is het vermogen per woning (ook als die geen zonnepanelen heeft) 1,4 kilowatt.

De afgelopen vier jaar is het vermogen aan zonnepanelen sterk toegenomen. Rond de decenniumwisseling bedroeg het totale piekvermogen van bedrijven en woningen ruim 11 gigawatt. In 2024 was dit vermogen ruim 2,5 keer zo hoog, blijkt uit cijfers van het CBS.