Groen zijn, dat wil de vervuilende industrie best. Maar het wordt de bedrijven niet makkelijk gemaakt

raffinage Botlek” by Gerard Stolk (vers l’anniversaire) is licensed under CC BY-NC 2.0

Het zou de Nederlandse klimaathoofdpijn zeer verlichten als de industrie zou verduurzamen. Maar de instrumenten om bedrijven de groene kant op te bewegen gaan de gereedschapskist weer in. Hoe nu verder?

Het zijn taaie maanden voor demissionair minister van Klimaat en Groene Groei, Sophie Hermans. Grote industriële bedrijven klagen steen en been over het verslechterde vestigingsklimaat en willen dat het kabinet snel met beleid komt om ze te beschermen.

Vanwege oplopende kosten zeggen ze genoodzaakt te zijn hun fabrieken in Nederland te sluiten of grote investeringen uit te stellen. Het Amerikaanse bedrijf Tronox, producent van pigmenten voor verf en plastics, sluit zijn locatie in de Rotterdamse haven. Net als kunststoffenproducent Westlake, waardoor ruim tweehonderd mensen hun baan verliezen.

Tegelijk ziet Hermans de klimaatdoelen uit zicht raken. De industrie is veruit de meest vervuilende sector, en de fabrieken die wél in Nederland blijven, verduurzamen niet snel genoeg. Dat zet het klimaatbeleid onder hoogspanning.

Einde CO2-heffing

Onlangs gaf de Tweede Kamer Hermans de opdracht de nationale CO2-heffing voor de industrie te beëindigen. Omdat Nederland als enige zo’n extra heffing heeft, zou die bedrijven hier op achterstand zetten ten opzichte van concurrenten elders in Europa. De industrie reageert opgelucht, maar milieuorganisaties zijn ontevreden. Volgens hen verdwijnt er een pijler van het klimaatbeleid.

Gelijke spelregels

Voor Theo Henrar, voorzitter van FME, de ondernemersorganisatie voor bedrijven in de technologische industrie, is het niet genoeg. De heffing moet helemaal van tafel, vindt hij. Henrar hekelt de manier waarop Nederland met zijn industrie omgaat en wil dat het kabinet er zo snel mogelijk voor zorgt dat de spelregels overal in Europa gelijk zijn. “Hoe kun je van bedrijven verwachten dat ze vergroenen als je ze met één hand de boksring instuurt? Als de industrie hier verdwijnt, moeten we materialen importeren. Dan importeren we in feite CO2-uitstoot én worden we afhankelijk van andere landen. Dat vind ik blunderend beleid.”

Bettina Kampman – onderzoeksbureau CE Delft.

Bettina Kampman van onderzoeksbureau CE Delft zou afschaffing begrijpelijk vinden. Het doel van de Europese CO2-heffing is om de industriële uitstoot terug te brengen naar nul in 2040. Voor bedrijven is dat al een fikse uitdaging, en een nationale taks maakt het ze alleen maar moeilijker, zegt ze. Het drijft hun prijzen op of drukt hun winstmarges.

En het klimaat dan? De CO2-uitstoot blijft gewoon, en in haar klimaatbeleid rekende minister Hermans al op de CO2-reductie die de heffing zou opleveren. Net op als de verduurzaming die uit de maatwerkafspraken met grote uitstoters zou komen. Om de klimaatdoelen te halen, moeten nieuwe maatregelen het gat vullen. “En die heb ik nog niet gezien”, zegt Kampman. “Je kunt niet zomaar klimaatbeleid afschaffen zonder dat er iets voor in de plaats komt.”

“Bedrijven hebben te maken met veel onzekerheden”, zegt onderzoeker Femke Merkx van het Rathenau Instituut. “Ze moeten zeker weten dat er op de lange termijn genoeg groene stroom en waterstof is, maar veel van die infrastructuur moet nog gebouwd worden. Dus kunnen ze niet met vertrouwen grote investeringen doen in nieuwe bedrijfsprocessen.”

Duurzaam geproduceerde grondstoffen, zoals staal gemaakt met groene waterstof of elektriciteit, zijn vaak duurder. Dat drukt de vraag en maakt het risicovol om erop in te zetten. Het is een klassiek kip-en-ei-verhaal: zolang de productie van duurzame grondstoffen niet goed op gang komt, durven afnemers er niet op te vertrouwen dat ze er genoeg van kunnen kopen. En zolang die vraag uitblijft, blijft de productie achter.

Industriegebied Moerdijk Ossipz, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons

Afhankelijk van Trump en Poetin

Als het zoveel moeite kost om de basisindustrie te vergroenen, is er dan nog wel plek voor in Nederland?

Absoluut, zeggen de brancheverenigingen. “We moeten in waardeketens denken”, zegt Henrar van FME. “De bouwblokken die de basisindustrie maakt, zitten in windmolens, in medische apparatuur, in voedselverwerkingsmachines in landbouwvoertuigen. Maken we die bouwblokken niet zelf, dan moeten we ze uit het buitenland halen en worden we afhankelijk van figuren als Trump en Poetin.”

Dat alle basisindustrie hier kan blijven, is volgens experts wensdenken. Het wereldwijde energielandschap is veranderd, en grondstoffen als ijzer, aluminium en synthetische brandstoffen zijn simpelweg goedkoper en duurzamer te produceren in andere landen. Die productie tot in den treure subsidiëren is zonde – voor de portemonnee én het klimaat.

Voer het debat over welke industrie Nederland wil behouden, adviseert onderzoeker Merkx. Als recycling gestimuleerd wordt, remt dat de noodzaak om nieuw te produceren. Neem plastic. Nu is nieuw plastic nog goedkoper en gaan recyclebedrijven failliet. Wordt gerecycled plastic even duur, dan daalt de vraag naar nieuw plastic. Hebben we de makers ervan dan nog nodig?