Gazaanse schrijver: ‘Ik wil iets zinvollers doen, maar helaas heb ik alleen mijn pen en een lege pagina’
In Nederland verschijnt de komende jaren een reeks nieuwe boeken uit Gaza. Schrijvers uit dit gebied, dat ten prooi is gevallen aan genocide, zijn dankbaar voor het initiatief. ‘Dit is onze reddingslijn.’
Gazaanse literatuur, bestaat dat? Jazeker, maar het is vrijwel onbekend en bijna nergens te vinden. De Nederlandse uitgever Jurgen Maas heeft daarom besloten om vijf jaar lang elk jaar ten minste één nieuw boek te publiceren dat in Gaza is geschreven. ‘Stemmen uit Gaza’ heet het project.
Onlangs verscheen nummer twee in de reeks: De man die achteromkeek. Deze verhalenbundel van de Gazaanse schrijver Amer Almassri (29) bevat licht absurdistische verhalen die een kritisch inkijkje bieden in de Gazaanse samenleving. Vanuit alledaags gezichtspunt schrijft Almassri over de onderdrukking van vrouwen, het internationale isolement en de armoede – een gevolg van de blokkade door Israël.
Ongekend
Djûke Poppinga, vertaalster van Arabische literatuur, redigeert en vertaalt de boeken. Samen met vier andere redactieleden is ze verantwoordelijk voor de selectie. “Het is ongekend dat hier nu literatuur uit Gaza wordt uitgegeven”, zegt ze. “Je ziet het in Nederland vrijwel nergens, en ook nauwelijks in de rest van de wereld. Palestijnse literatuur was er al wel, maar die kwam bijna altijd uit de Westelijke Jordaanoever, Israël of de diaspora. Nooit uit Gaza zelf.”
De eerste roman uit de seriekenmerkte zich door zijn gruwelijkheid. Het boek gaat over een Palestijnse opstand tegen de bezetting in 2018 en 2019, waarbij mensen in hun knieën worden geschoten en invalide raken. De hoofdpersoon bezoekt de slachtoffers en schrijft hun bloedige relaas op.
De nieuwe verhalenbundel is een stuk lichter verteerbaar, beaamt de vertaalster. “Almassri gaat uit van de menselijke maat. Hij beschrijft alledaagse scènes, waardoor je ziet hoe de Gazanen leven. Ik vind het bijzonder dat hij een kritisch commentaar geeft op de samenleving zelf, en dan vooral op de positie van vrouwen.”
