Een ‘gewoon gezellig’ muziekfestival bestaat niet in oorlogstijd

COLUMN Emma Curvers
De Bevrijdingsfestivals hadden kennelijk trouw aan de vlag gezworen. Bij een optreden van de zangeres Sophie Straat op het Bevrijdingsfestival Overijssel werd in het publiek met Congolese, Soedanese en Palestijnse vlaggen gezwaaid, die de beveiligers direct wilden verwijderen.
Straat legde het optreden stil, eiste de vlaggen terug en speelde verder. Nou lijkt het mij te verwachten dat als je een (Joodse) protestzangeres bestelt die zich regelmatig uitspreekt tegen een genocidaal regime, zij precies die bestelling aflevert, en dat gebeurde dus ook.

Het was eigenlijk een vredig, hoopgevend gebeuren, in vergelijking met de internationale strijd die momenteel wordt gevoerd tegen de Ierse hiphopgroep Kneecap. Zij noemen zich een antikolonialistische groep, rappen in het Iers en zijn voor de hereniging van Ierland.
Prima allemaal, maar sinds Kneecap in april op Coachella ‘Fuck Israel’ op de schermen achter hen liet projecteren, zijn enkele Israël-loyalisten, onder aanvoering van Sharon Osbourne (vrouw-van, ex-realityster, Joodse) erop uitgetrokken om hen af te schaffen.
Intussen heeft Kneecap, een groep die overigens nogal van de overdrijving en ironie is, overal verklaard niet pro-Hamas dan wel pro-Hezbollah te zijn. Ze vragen consequent aandacht voor de situatie in Gaza, waar intussen duizenden en duizenden kinderen zijn vermoord.
Toch ontstaat in veel nieuwsberichten in het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten het beeld van een extremistische club terreurhiphoppers die haatzaaien via festivals. Hun werkvisum in de VS zijn ze kwijt, een reeks optredens in Duitsland is afgezegd en Osbourne werkt klokjerond om ze tot gevaarlijke gekken te verklaren.
Osbourne, die toch bekend zal zijn met oorlogsprotestnummers als War Pigs, waarmee Black Sabbath zich verzette tegen de Vietnamoorlog, vindt nu dat festivals gewoon gezellig moeten blijven. Dat zoiets als een gewoon gezellig muziekfestival in oorlogstijd niet bestaat, is wel te zien aan het gewoon gezellige Eurovisiesongfestival, dat ondanks alle pogingen politieke statements te weren dit jaar de allerpolitiekste editie ooit belooft te worden.
Het doet denken aan de situatie die ontstond rond rapper Akwasi in 2019: nadat hij bij een demonstratie had gezegd dat hij Zwarte Piet in het gezicht zou trappen als hij hem tegenkwam, wérd hij een tijdlang die uitspraak, ook al deed hij er in honderd talen afstand van. Het werd voor sommige commentatoren zo belangrijk om af te rekenen met Akwasi, dat zijn eigenlijke punt niet meer gehoord hoefde te worden, want naar een gevaarlijke gek hoef je niet te luisteren. Je moest wel veel context wegdenken om een geweldsoproep te horen, je moest ook veel inlevingsvermogen missen om je niet in de woede te kunnen verplaatsen.
Inmiddels hebben talloze bands zich in een verklaring achter Kneecap geschaard. Daarmee verdedigen zij het recht van alle artiesten om zich uit te spreken over Gaza.
Het echte verhaal, schrijft de Britse band Massive Attack op Instagram, is niet Kneecap: ‘Gaza is het verhaal. Genocide is het verhaal. En de stilte, berusting en steun van die misdaden tegen de mensheid door de verkozen Britse regering, zijn het verhaal.’
Een hiphopgroep waarbij de woede overkookt is niets nieuws, Kneecap voldoet uitstekend aan de taakomschrijving van een hiphopgroep. Mogelijk zijn ze zelf overigens niet eens ontevreden over de commotie die gesticht wordt door dametjes op leeftijd: controverse kan er ook voor zorgen dat de boodschap bij meer mensen aankomt, en ze hebben nog tal van optredens staan, ook in Nederland.
Dat blijft hopelijk zo. Het zou tragisch zijn als ook hier een bijzaak wordt opgeblazen om maar niet te hoeven horen wat pijn doet.