Van arbeidsconflict tot ruzie met de huisbaas: bij ‘Je goed recht’ in Rotterdam kan iedereen rechtshulp krijgen – maar zulke initiatieven zijn zeldzaam

Rechtshulp De Tweede Kamer debatteert woensdag over de grote tekorten aan laagdrempelige rechtshulp in provincies als Drenthe en Zeeland. Het initiatief Je goed recht uit Rotterdam is een van de voorbeelden hoe rechtshulp toegankelijk kan zijn. Maar: „Het is uniek, niet iedere gemeente heeft een filantroop als geldschieter.”
‘Postcoderecht’
Een initiatief als Je goed recht is zeldzaam in Nederland. Onvoldoende Nederlanders hebben toegang tot de juiste rechtshulp, laat onder meer het meest recente rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) zien. Zo neemt een groeiende groep geen actie wanneer ze een juridisch probleem hebben, naar schatting gaat dat om één op de twaalf juridische problemen. Woensdag debatteert de Tweede Kamer over het verbeteren van de toegang tot recht.
Er is sprake van „postcoderecht”, zegt oud SP-leider Lilian Marijnissen aan de telefoon. Zij is door de overheid aangesteld als ‘kwartiermaker’ voor een landelijk dekkend netwerk sociaal-juridische en financiële hulp, vorige maand deelde ze een tussentijds rapport over haar bevindingen. Hiervoor reisde Marijnissen de afgelopen maanden door het land en zag ze hoe in de ene gemeente wél geïnvesteerd wordt in laagdrempelige hulp, en in de andere niet. „Te lang zijn gemeenten uitgegaan van de zelfredzaamheid van mensen.”
Te lang zijn gemeenten uitgegaan van de zelfredzaamheid van mensen
Lilian Marijnissen kwartiermaker
In het regeerakkoord van het kabinet-Jetten staat dat het de toegang tot recht wil „waarborgen” door te investeren in de sociale advocatuur; deze beroepsgroep kampt al jaren met tekorten vanwege vergrijzing. Die investeringen zijn hard nodig, vindt Marijnissen, maar volgens haar kan de sociaal advocatuur óók worden verlicht door de zogenoemde ‘eerstelijnshulp’ te verbeteren. Ze doelt op het eerste contact dat een persoon met een juridisch hulpverlener heeft, voordat diegene in contact hoeft te komen met een sociaal advocaat.
Op dit moment is deze vorm van rechtshulp sterk versnipperd. In de ene gemeente zijn er bijvoorbeeld sociaalraadslieden of juridische loketten, die door de gemeente ingezet worden om advies te geven over juridische en financiële problemen. In andere gemeenten zijn rechtswinkels of stichtingen, waarbij studenten van universiteiten en vrijwilligers juridisch advies geven. In het ergste geval is er in een regio niks. Voornamelijk in de provincies Zeeland en Drenthe zijn ernstige tekorten aan rechtshulp.
Geldschieter achter de hand
In Rotterdam is dat een ander verhaal. „We zijn hier eigenlijk goed bedeeld, als je het vergelijkt met een provincie als Zeeland”, vertelt Carlijn Vervoort, directeur van Je goed recht, in de winkel in Rotterdam-Zuid. Zo is er ook een Juridisch Loket in de stad en zijn er verschillende rechtswinkels te vinden. Tegelijkertijd ziet Vervoort dat er nog steeds een grote groep mensen is die hier geen gebruik van maken. „Bij mensen met juridische problemen is een sterke behoefte om het verhaal in één keer te vertellen en dat iemand het vervolgens voor je oppakt.”
De vraag naar Je goed recht blijft sinds de oprichting zes jaar geleden groeien. „Er zit nog heel veel rek in”, aldus Vervoort. Afgelopen jaar behandelde de stichting zo’n 6.700 hulpvragen, en dit jaar verwachten ze er zo’n tienduizend. „Er zijn veel mensen in de stad die bijvoorbeeld ons toeslagensysteem te ingewikkeld vinden”, vertelt Vervoort. „Ze hebben behoefte aan iemand die tegenover je zit en het je rustig kan uitleggen.”
De gesprekken mogen breder zijn dan alleen de juridische vraag die een bezoeker heeft. „Als iemand ondertussen vertelt dat hij moeite heeft om zijn boodschappen te kunnen betalen, checkt de rechtshulpverlener ook of hij wel alle toeslagen ontvangt waar hij recht op heeft. En of hij bij de voedselbank loopt”, vertelt Vervoort.
Meer gemeenten zouden kunnen leren van die brede aanpak van Je Goed Recht, zegt Marijnissen. Maar dan moet er wel geld voor zijn, dit initiatief wordt bekostigd door een filantroop, zegt ze als kanttekening. „Niet iedere gemeente heeft een geldschieter achter de hand”, zegt Marijnissen. Volgens haar moet deze eerstelijnshulp daarom meer prioriteit van de overheid krijgen. „Rechtshulp is een basisvoorziening.”
