Een ‘terugkeerhub’ is een symptoom van hardvochtig migratiebeleid

COMMENTAAR TROUW
Het is de achilleshiel van het Europese migratiebeleid: de terugkeer van afgewezen asielzoekers. Vaak werken landen van herkomst niet mee aan het terugnemen van de eigen onderdanen of mensen blijven jarenlang doorprocederen in de hoop alsnog in Nederland of een ander Europees land te kunnen blijven.
Vorige week werd door het Europees Parlement een terugkeerwet aangenomen die ervoor moet zorgen dat een uitgeprocedeerde asielzoeker zo snel mogelijk vertrekt. Radicaal-rechts en de christendemocraten werkten samen om de hardvochtige wet door het parlement te loodsen. Dat is gelukt. Van de coalitiepartijen stemden het CDA en de VVD voor de wet, D66 onthield zich van stemming.
Eerdere taboes zijn verdwenen
Ook in Brussel krijgt radicaal-rechts steeds meer voet aan de grond. Middenpartijen schuiven, zeker op het gebied van migratiewetgeving, op richting uiterst rechts. Het resultaat is een terugkeerwet die erin voorziet dat asielzoekers vast kunnen worden gezet ‘om te voorkomen dat zij onderduiken’, staat er op de website van het Europees Parlement.
Daarnaast werkt een aantal Europese landen, waaronder Nederland, aan uitzetcentra buiten Europa. Er worden gesprekken gevoerd met de autoriteiten van een aantal landen – volgens AFP gaat het onder andere om Oezbekistan, Oeganda en Libië. Idee is dat mensen die uitgeprocedeerd zijn daar hun vertrek moeten afwachten.
De eerdere taboes die op dit soort ‘deals’ rustten, zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Het is veelzeggend over hoe de hardvochtige migratiewetgeving dankzij uiterst rechts volledig is genormaliseerd. Toen het Verenigd Koninkrijk een aantal jaren geleden aankondigde dat het eenzelfde soort afspraak zou maken met Rwanda, klonk er nog veel verontwaardiging.
Wind uit de zeilen nemen
Inmiddels worden deze ‘terugkeerhubs’ door de coalitie mogelijk gemaakt. Asielminister Bart van den Brink belooft dat de afspraken volledig moeten passen in Europese en mensenrechtenverdragen. Hij zal niet over één nacht ijs gaan en voert zorgvuldig gesprekken met landen buiten Europa.
Het zijn woorden die niemand zal veroordelen. Maar het idee achter de uitzetcentra – in ruil voor geld is alles oplosbaar – blijft zeer omstreden. Het gaat hier om mannen, vrouwen en kinderen die zijn gevlucht, en die vervolgens naar een plek worden gebracht waar ze zelf nooit voor gekozen hebben.
Bovendien wordt het een uitdaging voor de Europese lidstaten om te controleren of de landen waar ze asielzoekers naartoe sturen zich daadwerkelijk zullen houden aan alle mensenrechtenverdragen. Dat levert ongetwijfeld weer talloze rechtszaken op waardoor de afspraken niet de gewenste uitkomst hebben.
Maar het grootste probleem met dit soort afspraken is vooral het sentiment waar het door is ingegeven: hoe hardvochtiger het migratiebeleid, hoe kansrijker de mogelijkheden om uiterst rechts de wind uit de zeilen te nemen, denken de middenpartijen. Terwijl de doelstelling zou moeten zijn: mensen op een humane manier terugsturen naar het land van herkomst, waar we beter kunnen bijdragen aan vreedzame, duurzame, gezonde democratieën.