Biograaf Maite Karssenberg kroop in de huid van rebelse 19de-eeuwse filosofe en wint de Libris Geschiedenis Prijs

Maite Karssenberg © Maite Karssenberg
Dubbelleven Geertruida Kapteyn-Muysken © Maite Karssenberg

Wat beweegt een biograaf om zich jaren en jaren in iemands leven te verdiepen?

Toen Maite Karssenberg (1989) acht jaar geleden in een archief bij toeval op een brief van Geertruida Kapteyn-Muysken stuitte, besloot ze een biografie van deze 19de-eeuwse publicist en vrijdenker te schrijven.

De naam Geertruida Kapteyn-Muysken (1855-1920) zal bijna niemand nog iets zeggen, hoogstens mensen met een bijzondere interesse in de geschiedenis van het feminisme, anarchisme of humanisme in Nederland. Maar voor Karssenberg is ze iemand ‘via wier leven ik kon denken’, schrijft ze.

Haar biografie is nu verschenen onder de titel Dubbelleven – Geertruida Kapteyn-Muysken en haar rebelse levensfilosofie. Het is een met zorg uitgegeven boek, vol foto’s en op de achterflap een reeks ronkende aanbevelingen van bekende Nederlandse feministen. ‘Al lezend worden we Geertruida’, zegt Maaike Meijer bijvoorbeeld.

Geertruida Agneta Kapteyn-Muysken, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Collectie IAV-Atria Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis).

Kapteyn-Muysken leidde inderdaad een uiterst boeiend en veelbewogen leven. Geboren in Hillegom in 1855 in een groot burgemeestersgezin verhuist ze op 7-jarige leeftijd met haar familie naar Haarlem. Ze verliest haar beide ouders. Op de toen pas ontstane mms – de middelbare meisjesschool – sluit ze vriendschap met Maria van Vloten, een even begaafde leerling die later zou trouwen met Frederik van Eeden (‘meer patiënt dan geneesheer’, zo vat Karssenberg het latere oordeel van Kapteyn-Muysken samen).

De vriendinnen schrijven elkaar gloedvolle brieven waarin ze reflecteren op hun leven, hun schrijfambities en literatuur en filosofie.

Rond 1870 konden vrouwen nog niet studeren en was de eerste feministische golf net begonnen. Hongerig naar kennis en ideeën weet Kapteyn-Muysken toch privélessen te volgen bij de letterkundige Willem Doorenbos. Ook doet ze aan zelfstudie, waarmee ze haar hele leven zou blijven doorgaan.

Ze trouwt met Albert Kapteyn, een jonge, ambitieuze werktuigbouwkundig ingenieur. Als hij een aanstelling in Londen krijgt, verhuist ze met hem mee. Al gauw krijgen ze samen drie kinderen: Olga, May en Albert.

Kapteyn-Muysken sluit zich aan bij The Ethical Society, een vrijdenkersorganisatie, en de feministische Pioneer Club. Ze wordt deel van een progressief internationaal netwerk en onderhoudt een goed contact met intellectuelen als de anarchist Peter Kropotkin.

Maite Karssenberg © Maite Karssenberg

Morele educatie

In 1894 verschijnt ‘A plea for moral education’, haar eerste publicatie. Het is een pleidooi voor morele educatie van kinderen en de mens in het algemeen. Vanaf dat moment komt ze intellectueel tot bloei.

In de spaarzame uren die na het huishouden en de opvoeding overblijven, schrijft ze talloze artikelen en literaire recensies. Ze werkt aan een eigen morele filosofie. […]

Wanneer in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt – ‘een Europees delirium’, zo noemt Kapteyn-Muysken het treffend – protesteert ze fel tegen het militarisme en pleit ze voor invoering van het vrouwenkiesrecht. Tegenover de oorlogszucht moet de democratie worden gesteld: ‘Een sterke en openlijke democratische controle is nodig, nu al, van het oorlogsbedrijf en later van de onderhandelingen tot vrede.’

Heel interessant is haar openlijke botsing met Aletta Jacobs binnen de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Waar Jacobs vrouwendienstplicht bespreekbaar wil maken, wijst Kapteyn-Muysken dit idee resoluut van de hand als ‘knechting van de vrouw’.

Eigen standpunt

Het is tegenwoordig voor veel biografen de vraag hoe je omgaat met je eigen positie. Met andere woorden: hoe vormt je eigen standpunt het portret dat je schetst?

In de inleiding maakt Karssenberg duidelijk dat ze ervoor kiest om zichzelf als biograaf in de tekst op te voeren. Dat doet ze door aan het begin van ieder hoofdstuk steeds de specifieke bronnen die ze gebruikt te noemen (zoals dagboeken en brieven) en door de lezer in korte fragmenten mee te nemen op de reizen die ze voor haar boek maakte. Ook zijn er passages die meer essayistisch dan verhalend van aard zijn.

Zo ontstaat een zekere spanning tussen Karssenbergs expliciete doel om ‘Geertruida’s stem’ te laten klinken en haar neiging om aan de hand van haar onderwerp vrijuit te filosoferen. Daardoor ontstaat soms de indruk dat ze het beschreven leven gebruikt om eigen punten te maken die hier eigenlijk aan voorbijgaan. Ergens is dat jammer, want dit leven alleen is al interessant genoeg.

Sterk is dat Karssenberg het leven van Kapteyn-Muysken voortdurend in een breder verband plaatst. Ze besteedt aandacht aan het leven van de hartsvriendin Maria van Vloten, bespreekt het werk van feministen als Helena Mercier en wijdt het laatste hoofdstuk aan Olga, de dochter van Kapteyn-Muysken. Deze begon de intellectuele salon Eranos, waarin de psychoanalyticus Carl Gustav Jung een grote rol speelde. Hierdoor is het ten dele ook een groepsbiografie, die de vervlochtenheid van deze vrouwenlevens laat zien.

#

Maite Karssenberg: Dubbelleven – Geertruida Kapteyn-Muysken en haar rebelse levensfilosofie. De Arbeiderspers; 472 pagina’s; € 29,99.

fout: