Raad van State: VVD-voorstel voor hoofddoekverbod voor boa’s slecht onderbouwd

Neutraliteit boa’s Het voorstel waarmee de VVD religieuze uitingen bij boa’s wil verbieden, mist volgens de hoogste adviseur van het regeringsbeleid onder meer onderbouwing dat zulke uitingen „in de praktijk” voor problemen zorgen.
Het wetsvoorstel waarmee de VVD religieuze uitingen wil verbieden bij buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), is niet goed genoeg onderbouwd. Dat schrijft de Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, in een maandag gepubliceerd advies. De VVD moet het voorstel volgens de Raad van State beter motiveren of intrekken.
Het gaat om een voorstel dat VVD-Tweede Kamerlid Claire Martens-America afgelopen juli indiende. Met het voorstel wil de VVD verbieden dat boa’s „zichtbare uitingen van religie of levensovertuiging” – denk aan een hoofddoek of keppel – dragen tijdens hun werk.
Daarmee zorgt het wetsvoorstel voor een drastische inperking van de vrijheid van godsdienst, zegt woordvoerder Pieter-Bas Beekman van de Raad van State desgevraagd tegen NRC. „Je raakt echt aan de grondrechten. Dat mag je wel doen, maar dan moet je dat wel heel goed motiveren.”
Minder ingrijpend
En dat doet Martens niet, schrijft de Raad van State. Zo mist de Raad van State een onderbouwing dat zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging bij boa’s „in de praktijk” tot problemen leiden. Ook ontbreekt volgens het adviesorgaan een antwoord op de vraag of een minder ingrijpende maatregel ook zou kunnen volstaan. […]
Richtlijn
De discussie over religieuze uitingen bij boa’s speelt al langer. Nadat de Tweede Kamer eind 2021 twee moties aannam om religieuze uitingen – en in het bijzonder hoofddoeken – bij boa’s te verbieden, stelde justitieminister Yesilgöz in 2022 samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten de Richtlijn lifestyle en neutraliteit boa’s op.
Meerdere grote gemeenten besloten echter af te wijken van die (niet-afdwingbare) richtlijn. Onder meer Arnhem, Tilburg, Den Haag, Amsterdam, Utrecht en Groningen kozen ervoor om de kledingvoorschriften te wijzigen. Daarop kondigde Yesilgöz in 2024 aan dat ze een landelijk verbod wilde instellen.
Het verbod belandde uiteindelijk als voornemen in het coalitieakkoord van het Kabinet-Schoof. Yesilgöz’ opvolger David van Weel (VVD) diende in 2025 een voorstel in om het verbod op te leggen via een zogeheten algemene maatregel van bestuur (AMvB) in plaats van via een wet. Ook toen was het advies van de Raad van State negatief: het adviesorgaan liet weten dat een verbod weliswaar juridisch mogelijk is, maar alleen via een „goed gemotiveerd” wetsvoorstel.