Het gaat niet over de NPO, niet over het Songfestival, het gaat over genocide

[…] Ik kom hierop omdat dat hele Songfestival me verder weinig zegt, maar het onderdeel is geworden van een discussie die op steeds meer plekken opduikt. Vele honderden medewerkers van omroepen en de NPO hebben die organisatie aangesproken op hun beslissing komend jaar toch mee te doen, in Boergas, ondanks het feit dat de omroepen dat niet willen, ondanks het feit vooral dat een genocideplegend land gewoon feestelijk deelnemer mag zijn.
Welke druk is er uitgeoefend?
Ik vraag me af wat er in de (top van de) NPO gevaren is om deze beslissing te nemen, wat voor druk er op hen is uitgeoefend, en door wie? We leven in tijden dat de politiek veel invloed uitoefent op die NPO, en op omroepen, om bepaalde (politieke) geluiden een stuk minder te laten horen, tijden dat Israël er niet voor terugschrikt agenten naar ons land te sturen om een hun niet welgevallige documentaire-vertoning te verstoren (die agenten werden door Wilders natuurlijk met groot respect ontvangen), maar ook tijden dat Nederland nog steeds de grootste investeerder in Israël is, en qua wapens en systemen van surveillance/persoonsherkenning ook geen enkel probleem heeft in handel(en) met hen. Verwarrende tijden, zacht uitgedrukt.
Ondertussen, want de wereld is groter dan Nederland, spreken veel artiesten zich luid en duidelijk uit – Massive Attack, Damon Albarn, Macklemore – waarop anderen – Ed Sheeran, James Hetfield van Metallica – juist proberen terug te gaan naar een situatie waarin je gewoon je liedjes kon spelen ‘zonder een kant te kiezen’. Het probleem is alleen: als je in de huidige situatie géén kant kiest, laat je op zijn beloop wat er gebeurt – bombardementen ondanks een staakt-het-vuren, misdaden tegen de menselijkheid, genocide, etnische zuivering. Terwijl de politiek natuurlijk heel druk is met stille diplomatie – al jaren doodstil – en het tegenhouden van door landrovende kolonisten geoogste dadels.
Ik mocht, als ondersteuner van de actie #nietmijnsongfestival, in een aanpalende ochtendkrant mijn betrokkenheid duiden. Omdat ik vind dat we niet mee zouden moeten doen, dat de NPO ook die durf zou moeten hebben, omdat het ‘festival van verbinding’ waar ze over spreken in de huidige omstandigheden onmogelijk is. Maar vooral zei ik dit: ‘Het gaat niet over de NPO, niet over het Songfestival, zeker niet over mij, het gaat over genocide, het gaat over onwaarschijnlijk geweld tegen onschuldige burgers. Het gaat over niet stil kunnen blijven zolang dat gebeurt. En al het andere is wat mij betreft niet meer dan ruis.’ En tranen over onze wangen als we denken aan de tienduizenden slachtoffers.