‘Genocide in Gaza’

Verstokte Nederlandse zionist:
“De holocaust dat is een fenomeen wat wij goddank daarna niet meer gekend hebben: het uiroeien van joden Sinti en Roma op een systematische wijze, industrieel, acht jaar voorbereid.
Dat is er in Gaza en de Westbank niet aan de hand.
Maar door het aan de holocaust te koppelen bagetalliseer je die holocaust en maak je alle emotie over wat er nu in het Midden-Oosten gebeurt alleen maar heftiger en komen we ook in dit land sterker tegen elkaar te staan.”
< Palestina: “Leeg land”, Apartheid en systematische industriele sadistische omvolking, genocide 80 jaar voorbereid, narcistische focus op eigen slachtofferschap >

13okt2026
‘Genocide in Gaza’
Genocide? Of geen genocide? Naar aanleiding van de documentaire NAZA van twee Israëlische filmmakers schreef ik vorige week een column (Vertrouw het systeem) waarin ik het woord genocide gebruikte voor het Israëlische geweld in Gaza. Daarmee nam ik afstand van een artikel van Chaja Polak, schrijfster van het aangrijpende boek Brief in de nacht in 2024, die op 4 januari 2025 in NRC een artikel had geschreven onder de kop ‘Waarom ik de oorlog in Gaza geen genocide wil noemen’.
Zij noemde in dat artikel de bombardementen op Gaza en het uithongeren van de bevolking misdadig, ,,maar geen genocide. Haal de Holocaust er niet bij, laat de slachtoffers met rust’’. Ze had zich overigens al in Brief in de nacht zeer kritisch opgesteld: ,,Want Het Kan Niet Wat Israël Nu Doet. In Gaza. En op de bezette Westbank. Uit onze naam. Uit onze Joodse naam. Uit mijn Joodse naam.’’
Mijn column kreeg, zoals te verwachten, zowel bijval als afwijzing, maar wat ik minder had verwacht was de reactie van Chaja Polak zelf.

Zij schreef mij de volgende dag: ,,Ja, u heeft gelijk. Wat zich afspeelt in Gaza is genocide. Het heeft lang geduurd voor ik deze conclusie kon toelaten. Het doet dan ook zo’n onbeschrijfelijke pijn. Ook al omdat met die erkenning de nagedachtenis van de Sjoa, van de slachtoffers en hun nakomelingen wordt bezoedeld. En een doem legt op het herdenken. De regering van het Joodse land, het land van melk en honing, besmet met zijn wandaden het mij zo geliefde Jodendom. En ook de Joodse Israëli, die voor het overgrote merendeel geen enkele compassie voelen voor het lijden van de Palestijnen, nu niet, en vroeger niet en al vanaf de oprichting van de Joodse staat niet, breken eveneens het humane Jodendom af.
Ik ontkom er niet aan – hoe onterecht ook – me verantwoordelijk te voelen voor de schade die de regering van het Joodse land aanricht.
Israëls wandaden openlijk benoemen als genocide voelt als een absoluut dieptepunt.’’
Chaja Polak bedenkt zich: ‘Omdat ik er nu niet meer onderuit kan’
Ik citeer deze brief met toestemming van Chaja Polak, sterker nog: zij vroeg me in een volgende column aandacht te besteden aan haar gewijzigde inzicht. Ik heb haar nog gevraagd op grond van welke feiten en omstandigheden ze de term genocide voor het geweld in Gaza niet langer afwijst. Ze noemt nieuwe informatie over de levensomstandigheden van de Palestijnen in Gaza, de scherpe veroordelingen van het Israëlische beleid door experts die ze respecteert, zoals de schrijver David Grossman die ook het woord genocide gebruikte en emeritus hoogleraar Abram de Swaan, met wie ze in Joden zeggen nee zit, een actiegroep van Joodse burgers tegen het Israëlische geweld in Gaza.
In haar boek Brief in de nacht nam ze zelf al de definitie van genocide op die ze nu toepast: ,,Genocide wordt gepleegd met de bedoeling een nationale, etnische, godsdienstige groep, of een ras geheel of gedeeltelijk te vernietigen.’’
,,Waarom nu pas en niet eerder?’’ verzucht ze ten slotte tegen mij. ,,Omdat ik het niet aankon. Omdat ik er nu niet meer onderuit kan.’’

06okt2026
Vertrouw het systeem
Naar de bioscoop ga je voor je plezier, maar na alle voorpubliciteit zal vrijwel niemand dat verwachten van de documentaire NAZA van de Israëlische filmmakers Yuval Abraham en Rachel Szor. Wie het wel had verwacht, zoals de twee mannen naast mij, houdt het na tien minuten voor gezien. Dooie mensen! Wegwezen.
In plaats van ‘entertainment’ zou je NAZA beter ‘verplichte kost’ kunnen noemen voor wie wil weten met welke methoden Israël in Gaza ten strijde trekt. Veel feiten waren al wel bekend, maar toch maken ze nog meer indruk als ze worden uitgelegd door de strijders zelf. Sommigen van hen doen dat enigszins schuldbewust, anderen met een zekere trots. In alle gevallen zal het effect bij de meeste kijkers verpletterend zijn. De daders, hoe onherkenbaar ook gefilmd, krijgen een gezicht. Al die gezichten en stemmen vertellen samen het verhaal van een genocide.
Een genocide die technisch perfect wordt uitgevoerd. Hamas-leden worden via gehackte mobieltjes en AI opgespoord, het gebouw waarin ze wonen wordt een doelwit, de buren hebben pech, zij vallen onder het begrip ‘naza’, nevenschade: twintig van zulke doden zijn toegestaan, vijfhonderd mag soms ook. De daders kunnen de gesprekken van de slachtoffers nog kort voor de inslag volgen. Ze kunnen ook het gehuil en geschreeuw horen ná de inslag.
NAZA laat een perfect uitgevoerde genocide zien
Dit veroorzaakt, godlof, bij sommige daders een begin van spijt. Een van hen vertelt dat hij na zo’n bombardement aan een collega vroeg hoe hij dit alles moest begrijpen. „Vertrouw het systeem”, zei die militair. En dat deed hij toen maar, want zolang je het systeem vertrouwt, komt alles goed, zelfs als het systeem wordt aangestuurd door politieke boeven als Poetin, Trump en Netanyahu.
In het interview dat Coen van Zwol voor NRC met de filmers maakte, zegt Abraham: ,,Het is beangstigend, maar je begrijpt ook hoe die mensen eraan wenden. Ze hanteren eufemismen die afstand scheppen tot de realiteit.’’
Dat doen niet alleen de daders, maar ook de mensen die elders op de wereld zulke gebeurtenissen met afgrijzen volgen. Daarom hebben zij, ook ik, lange tijd moeite gehad om hier het begrip ‘genocide’ te gebruiken. Was dat niet een te beladen woord voor de begrijpelijke reactie op de moordpartij van 7 oktober 2023 door Hamas op Israëlische burgers?
Chaja Polak, schrijfster van het indrukwekkende boekje Brief in de nacht uit 2024, schreef een jaar later in NRC een artikel onder de kop ‘Waarom ik de oorlog in Gaza geen genocide wil noemen’. Zij verwierp „de excessieve reactie” van Israël op de moordpartij door Hamas, maar bleef erbij „dat wat er in de Holocaust heeft plaatsgevonden, ongekend en ongeëvenaard is. En iets anders dan het mensonterende dat er nu plaatsvindt in Gaza.” Zij gaf vervolgens enkele hartbrekende voorbeelden van het Joodse lijden waarbij kinderen betrokken waren.
Maar de documentaire NAZA laat vergelijkbare voorbeelden zien, dat is mede het belang van deze film. Zoals Abraham beschrijft in dat interview: veiligheidsagenten luisteren een gezin af, ze horen een baby huilen, een oma neuriën, ha, daar komt pa thuis – tijd voor de bom!
Misschien mag ik het zo samenvatten: de ene genocide is de andere niet, maar dat maakt ze niet minder genocide.