Woningnood te lijf met duizenden tijdelijke huizen: ‘Als we dit voor elkaar krijgen, gaat dat enorme rust in ons land brengen’

Om daarvoor draagvlak te creëren en te behouden, moeten ook andere woningzoekenden voor zulke vormen van prefab huisvesting in aanmerking komen. Het akkoord dat minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, D66) hierover donderdag heeft gesloten met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de koepel van woningbouwcorporaties Aedes, kreeg vrijdag het fiat van de ministerraad.

minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers
De afspraken zijn mede ondertekend door de ministers Bart van den Brink (Asiel en Migratie, CDA) en Thierry Aartsen (Werk en Participatie, VVD). Boekholt: ‘We zien een enorme schaarste aan geschikte woonruimte. Daarom gaan we op zoek naar aanvullende vormen van huisvesting. Dat gaat niet alleen om nieuwbouw of een eigen huis, maar ook om maximaal gebruik maken van de woonruimte die er al is. Neem een woning waarin meerdere slaapkamers zitten, daarin kun je ook meerdere mensen huisvesten, bijvoorbeeld statushouders.’

© Aedes/Veerle Haan
Gedeelde woonruimte
Een van de hardnekkigste problemen in de asielopvang is dat statushouders (voormalige asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen) door het woningtekort niet weg kunnen uit het azc waarin zij verblijven. Door ten minste negenduizend statushouders binnen anderhalf jaar in een flexwoning, transformatiewoning (in bijvoorbeeld een voormalig kantoor) of in gedeelde woonruimte onder te brengen, moet de druk op de azc’s worden verminderd. Dat helpt bovendien het COA (Centraal orgaan opvang asielzoekers) om het overvolle aanmeldcentrum in Ter Apel te ontlasten.
Het kabinet wil op afzienbare termijn af van de voorrangsregels voor statushouders. Daarom moeten ook andere groepen, zoals mensen die na een echtscheiding met spoed huisvesting nodig hebben, of jongeren die niet meer thuis kunnen blijven, in zulke woonvormen worden ondergebracht. Met onder meer conceptwoningen, huizen die niet op de bouwplaats maar in een fabriek worden gemaakt, moet dit mogelijk zijn. Hoewel zulke huizen in principe tijdelijk zijn, kunnen ze decennialang mee.
Een van hun voorstellen is dat de fabriekswoningen ‘goed gespreid worden gebouwd, vanuit de gedachte ‘complexje erbij’, op een flink aantal kleine en middelgrote locaties’.
Alternatieve huisvesting
Met het bestuurlijke akkoord lost Boekholt een afspraak in uit het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. Daarin staat dat, naast het terugdringen van immigratie en het realiseren van meer nieuwbouw, ‘alternatieve huisvesting tussen COA-locaties en een reguliere woning’ een oplossing voor de woningnood kan zijn. Volgens het akkoord zijn 400 duizend huishoudens op zoek naar woonruimte, wat het woningtekort ‘een van de grootste maatschappelijke vraagstukken van dit moment’ maakt.
Een aanvullend onderzoek van drie ‘kwartiermakers’, die een rondgang door Nederland maakten, adviseert te streven naar 20 duizend conceptwoningen. Dit drietal – (oud-)bestuurders Adriaan Visser (Rotterdam), Ger Peeters (Limburg) en Martijn Balster (Den Haag) – had de opdracht adviezen uit te brengen die het huisvestingstekort structureel verkleinen. Een van hun voorstellen is dat de fabriekswoningen ‘goed gespreid worden gebouwd, vanuit de gedachte ‘complexje erbij’, op een flink aantal kleine en middelgrote locaties’.
Als we de doelgroep breed bedienen, krijgen we de woningmarkt weer uit het slop.
Mark Boumans, vice-voorzitter VNG

burgemeester Doetinchem | vice-voorzitter Vereniging Nederlandse Gemeenten VNG
Mark Boumans, burgemeester van Doetinchem en vicevoorzitter van de VNG, zegt hierover: ‘In vijftig jaar hebben we onze woningmarkt enorm zien veranderen. Waar we vroeger eindeloos gezinswoningen bleven bouwen, zie je dat de behoefte nu totaal anders is. Jongeren of gescheiden mensen zoeken een ander type woning, waarvoor in nagenoeg alle gemeenten wachtlijsten zijn. Dus we moeten echt tot een grote transformatie komen. Als we dit voor elkaar krijgen, gaat dat enorme rust in ons land brengen.’
Gemeentelijke plannen
De bedoeling is dat gemeenten met concrete plannen komen, waarvoor ze de financiering van het Rijk krijgen. Met dat geld kunnen ze corporaties in staat stellen de beoogde woonvormen te realiseren en te beheren. Volgens Boekholt zijn er voldoende locaties waar, ondanks de problematiek rond stikstof en netcongestie, deze woningen kunnen verrijzen.
Boumans: ‘Het mooie is dat deze vier partijen zich hieraan verbinden, elkaar erop aanspreken en gezamenlijk deze hoge ambitie willen vervullen. Als we de doelgroep breed bedienen, krijgen we de woningmarkt weer uit het slop.’
Boumans en Boekholt verwachten niet dat het neerzetten van wijkjes met tijdelijke woningen evenveel verzet zal oproepen als het openen van nieuwe azc’s. Boekholt: ‘Ik zie de weerstand natuurlijk ook. Maar wat wij proberen te doen, is de druk op de bestaande woningvoorraad te verlagen door de voorraad te verruimen. Mensen die op een wachtlijst staan, zullen sneller aan de beurt zijn, ook voor een gangbare sociale huurwoning. Dit moet leiden tot een gebalanceerd pakket, waarbij niemand meer voorrang heeft op iemand anders en statushouders sneller gaan meedoen in de samenleving.’
Boumans: ‘De kracht van dit akkoord is: het gaat over onszelf. We kennen allemaal wel iemand die gescheiden is, of iemand met kinderen die uit huis willen. Dit gaat over onze eigen sociale context, en over mensen die hier mogen blijven. Die moeten een plekje krijgen. Het is een samenlevingsvraagstuk, dus ik denk dat eventuele maatschappelijke weerstand vanuit dat perspectief ook echt anders zal zijn. Daarover ben ik hoopvol gestemd.’