Rotterdamse Aimée de Jongh ging naar een vluchtelingenkamp op Lesbos. De strip ‘Samir’ werd een aangrijpend ooggetuigenverslag

© Aimée de Jongh

Stripboek Stripmaker Aimée de Jongh ging naar Lesbos om daar in een vluchtelingenkamp onderzoek te doen. Ze maakte er het nieuwe stripboek Samir over. „Het is echt loodzwaar geweest, er was een tijd dat ik het echt niet meer trok.”

Filmen en fotograferen is er verboden, journalisten zijn niet welkom en toch ging stripmaker Aimée de Jongh drie keer naar Lesbos om daar in een vluchtelingenkamp de situatie in ogenschouw te nemen. Ze tekende er portretten, sprak met vluchtelingen en werkte dat uit in het aangrijpende stripboek Samir, dat nu in de winkel ligt.

In 2017 was striptekenaar De Jongh (1988) al eens op het Griekse eiland, samen met collega-illustratoren Mei-Li Nieuwland en Judith Vanistendael. De indringende situatie die ze daar aantrof, verwerkte ze in een strip die werd gepubliceerd op nrc.nl. In het overvolle vluchtelingenkamp Kara Tepe wachtten vluchtelingen soms jaren op de uitslag van hun asielaanvraag. De stripreportage die ze destijds maakte, is nu tegelijk met Samir in boekvorm verschenen: in De wachtkamer van Europa volgen we de auteur die zich vooral verwondert en zoveel mogelijk wil laten zien. Samir, dat is gebaseerd op twee bezoeken die De Jongh in 2024 en 2025 bracht aan het kamp, is als verhaal aangrijpender.

De Jongh, een van de bekendste stripmakers van Nederland, weet wel waarom. „In 2017 dacht ik zoiets wel aan te kunnen. Dat was naïef. Ik was amper 27 jaar en nauwelijks voorbereid op wat ik zou aantreffen. Daar heb ik later veel last van gehad. Als ik toen had geweten wat er op me af zou komen, dan had ik het misschien niet gedaan. De situatie is schrijnend; wat me op de been hield, waren de mensen. Zij waren zo vriendelijk en belangstellend. Dat heeft me er toen doorheen gesleept.”

Het was niet vanzelfsprekend dat er een vervolg zou komen. De herinneringen aan Lesbos lieten De Jongh niet los. „Het was heel zwaar, ik had er echt veel moeite mee. Ik was naderhand al wel begonnen met het uitwerken van de eerste ideeën van wat uiteindelijk Samir zou worden, maar ik heb het weggelegd. Mentaal trok ik het gewoon niet meer. Ik ben toen begonnen met het werken aan Dagen van zand en daarna kwam Lord of the Flies, dat per se in 2024 klaar moest zijn omdat het origineel in dat jaar precies zeventig jaar geleden was verschenen. Pas daarna had ik weer tijd voor Samir. En ruimte, ik kon het werk beter aan.”

Aimée de Jongh

„Zowel in 2024 als een jaar later ben ik steeds een week naar het kamp geweest. Langer dan dat lukt echt niet. Mijn leven is best eenvoudig; alles voor ons is simpel. Daar is het totaal anders. In de kampen ontmoet je mensen die al jaren wachten, kinderen die er zijn geboren en van kamp naar kamp worden gestuurd. De persoonlijke verhalen zijn echt heel aangrijpend, terwijl ze niets hebben misdaan. Op een dag maakte ik een portretje van een vrouw. Toen liet ze een foto zien van haar man en begon ze hard te huilen. Hij was verdronken op weg naar Lesbos. En dan zit je daar met je pennetje en je tekenboekje. Het blijft moeilijk om dat te verwerken, zelfs om er een verhaal over te maken. Ik probeerde ’s avonds steeds mijn zinnen te verzetten, door even te zwemmen of op een terras te zitten, maar echt loslaten lukte niet.”

Lichtpuntje

Samir is een fictief verhaal; het jongetje en zijn familie staan model voor de gezinnen die in de kampen op Lesbos zijn. Met zijn vader en moeder woont de achtjarige Samir in een vierkante keet met stapelbedden. Later voegt zich een Afghaans gezin bij hen, ondanks dat er verderop plekken leegstaan. Het viel De Jongh op toen ze in 2024 terugkeerde: „Het is er eigenlijk heel schoon en netjes. De politie ziet er strikt op toe dat er geen troep wordt gemaakt. De mensen mogen niet zelf koken, dat wordt gezien als een sociale bezigheid en dat is niet de bedoeling. Ze mogen geen moestuintje, geen afdakje tegen de zon of een bankje buiten. Alles wat neigt naar menselijkheid wordt ze ontnomen; privacy is niet aan de orde. Daarom worden de gezinnen bij elkaar in een keet gezet, in plaats van ieder gezin een eigen plek.”

Aimée de Jongh

In het kamp bestaat het leven uit wachten. De kinderen spelen, de volwassenen, vaak getraumatiseerd, proberen er het beste van te maken. De Jongh waakte ervoor om van de strip een loodzwaar geheel te maken. „Kinderen zijn een lichtpuntje. Voor de ouders zijn ze een afleiding, want kinderen zorgen voor regelmaat: aankleden, tandenpoetsen, eten. Ze worden zoveel mogelijk weggehouden van de problemen die er zijn. Toch horen en zien kinderen meer dan je zou willen.”

Aimée de Jongh: Samir, Scratch Books, 176 pagina’s, hardcover, € 29,95; De wachtkamer van Europa, 48 pagina’s, € 7,50.

MEER AIMEE DE JONGH

fout: