‘Krijg de investering!’ Na vijf jaar is er weer een woonprotest
‘Krijg de investering!’ Na vijf jaar is er weer een woonprotest
Woonprotest Het woonprotest zaterdag in Amsterdam was lang niet zo groot als de woondemonstratie in 2021, al is er volgens de betogers sindsdien weinig verbeterd. „Alleen als je een salaris van ruim 5.000 euro per maand hebt, verdien je genoeg om uitgeknepen te worden.”
„Zijn we er klaar voor? Zijn we er klaar mee?”, schalt het vanaf het podium op de Dam in Amsterdam. De verzamelde actievoerders moeten van de dagvoorzitter nog wat opwarmen, maar na de derde keer klinkt de leus „huizen voor mensen, niet voor winst” voor haar hard genoeg.
De dag van dit Landelijk Woonprotest, 10 oktober, is niet zomaar gekozen. Op deze dag staan belangengroepen wereldwijd stil bij het thema dakloosheid. „Want dat is het ergste gevolg van dit woonbeleid.” Naast het hoofdthema wordt ook gedemonstreerd tegen hoge huren. Vóór kraken. Tegen ‘huisjesmelkers’, en tegen het inperken van de positie van huurders.
Tussen de toehoorders wapperen vlaggen van studentenorganisaties, vakbonden, krakers en andere activistische groeperingen. Een enkele landelijke politieke partij is aanwezig. Op de kartonnen protestbordjes prijkt de beroemde slogan ‘In gelul kun je niet wonen’, van de Amsterdamse woonwethouder Jan Schaefer.
‘Krijg de investering’, staat op het protestbord van Zomer Zeijlemaker (28). Volgens haar is de wooncrisis helemaal geen crisis, „het is gewoon veertig jaar lang falend beleid”, zegt ze. „De overheid zegt wel dat het ligt aan ‘scheefwoners’” – iemand die in een sociale huurwoning woont maar daar eigenlijk te veel voor verdient – „maar dat is niet zo. Doordat zij geen koophuis kunnen krijgen, blijven ze in een sociale huurwoning zitten.”
Ook Zeijlemaker, een geboren Amsterdamse, kan geen huis kopen in ‘haar’ stad. Ze verhuisde negen keer in de afgelopen negen jaar. „Ik heb antikraak gewoond, weleens een tijdelijk contract of onveilige huisbaas gehad, of dat het huis gesloopt werd.” Nu ervaart ze, voor het eerst in tien jaar, door haar woonsituatie iets van rust. „Ik ben vorige maand begonnen aan een PhD – waarbij ik woningongelijkheid onderzoek. Door die aanstelling kwam ik in aanmerking voor een studentenwoning. Voor de komende vier jaar zit ik gebakken.”
‘Volkshuisvesting’, niet ‘woningmarkt’
De organisatie van het landelijke woonprotest had qua nieuwsdynamiek geen beter moment kunnen kiezen. Door de massale woonprotesten in Madrid van de afgelopen weken, na de huisuitzetting en dood van een 87-jarige vrouw, is het thema woonzekerheid volop in het nieuws. Toch doet het protest in weinig denken aan de massale opkomst van de grote woondemonstratie van 2021.
Toen werd er in Amsterdam ook gedemonstreerd voor betere volkshuisvesting. Het was de eerste landelijk gedragen woondemonstratie sinds de jaren tachtig. Aangejaagd door sociale media was er een grote opkomst. Naar schatting zo’n 18.000 deelnemers liepen mee met de protestmars. De boodschap aan politiek Den Haag luidde toen: zorg voor volkshuisvesting in plaats van een woningmarkt, geef kwetsbare huurders betere bescherming.

Een half jaar later werd met Hugo de Jonge (CDA) in het kabinet Rutte IV weer een minister voor volkshuisvesting benoemd. De Jonge introduceerde wetgeving om hoge huurprijzen aan banden te leggen. Er kwam een huurplafond voor middenhuurwoningen en vaste huurcontracten werden weer de norm. In meerdere gemeenten werd een zelfbewoningsplicht ingesteld, waardoor woningen opkopen voor de verhuur werd ingeperkt.
Druk van de vastgoedlobby
Maar vijf jaar later is er volgens medeorganisator Melissa Koutouzis reden genoeg om ook nu weer de Dam op te gaan. „De huurwetgeving die sinds 2021 is ingevoerd, wordt onder druk van de vastgoedlobby stukje bij beetje teruggedraaid”, zegt Koutouzis aan de telefoon.

minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Foto Martijn Beekman en Valerie Kuypers
De versoepelingen die minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, D66) inderdaad aankondigde, volgen op de massale verkoopgolf van huurwoningen door beleggers, omdat die door de nieuwe regels niet meer genoeg zouden opleveren.
Koutouzis: „We zijn nu vijf jaar verder. De enige echte verbetering die we sindsdien zagen is dat de verhuurdersheffing [een belastingheffing op sociale huurwoningen voor woningcorporaties] niet langer bestaat. Verder is er nog altijd grote ongelijkheid tussen kopers en huurders; de hypotheekrenteaftrek is onder dit kabinet zelfs weer verruimd.” Ze vindt het „heel vreemd” dat de oplossing voor het woningtekort aan de markt wordt overgelaten. „Dat doen we bij onderwijs en de zorg toch ook niet?”
Deze zaterdag klinken op de Woonopstand dezelfde eisen als in 2021. Dakloosheid moet worden aangepakt, gedwongen huisuitzettingen verboden. Tot slot eisen de enkele honderden demonstranten die er aanwezig zijn, dat bewoners nadrukkelijk worden betrokken bij plannen voor hun buurt of wijk.
Een doorsnee huurwoning in de vrije sector kost intussen ruim 1.900 euro per maand, kwam vorige week in het nieuws. „Alleen als je een salaris van ruim 5.000 euro per maand hebt, verdien je genoeg om uitgeknepen te worden”, roept Woonbond-voorzitter Zeno Winkels het publiek vanaf het podium. „Wie hier verdient er zó veel?”
Toto Frima (73) ging nooit eerder demonstreren. Nu is ze er wel, omdat er iets moet veranderen in „de ongelooflijk zieke woningmarkt”. Frima zegt dat ze er niet voor zichzelf staat, maar voor „jonge mensen”. Haar volwassen zoon wilde graag een huis in Amsterdam kopen, maar kon het niet betalen en vertrok naar Arnhem. „Ik heb ook vriendinnen wier volwassenen zonen noodgedwongen nog steeds bij hen in huis wonen. Dat vind ik raar: iedereen zou toch een huis moeten kunnen kopen.” Zelf woont ze al 44 jaar in een „piepklein” koophuis in Amsterdam, en merkt dat haar buren vooral jonge, rijke expats zijn geworden.
Landelijk Woonprotest op de Dam trekt geen Spaanse aantallen demonstranten
Hebben Nederlanders de hoop verloren dat de woningcrisis ooit wordt opgelost? Of gooide de waarschuwing voor regen, wind en onweer van het KNMI roet in het eten? Het Landelijk Woonprotest op de Dam in Amsterdam trok zaterdag niet meer dan zo’n duizend demonstranten, een fractie van de circa 16 duizend mensen van vijf jaar geleden.
Door het grootschalige woonprotest in Madrid in september groeit de actiebereidheid in Nederland, schreven de organisatoren van het Woonprotest vier dagen eerder nog hoopvol. Daar gingen immers tienduizenden mensen de straat op uit protest tegen de uithuiszetting van een 87-jarige huurster en stijgende woonlasten.
‘Misschien zijn mensen hun vertrouwen kwijt in de politiek, nu er al jaren nauwelijks iets wordt gedaan tegen de wooncrisis’, zegt Nina Boelsums (31), medewerker van de Bond Precaire Woonvormen, een actie-organisatie voor huurders. ‘Maar het sentiment kan zó omslaan, dat zagen we wel in Spanje. De wooncrisis is zo groot dat er maar weinig nodig is of de vlam slaat alsnog in de pan.’

Het zou kunnen dat veel jonge mensen al bijna gewend zijn aan het bestaan van een groot woningtekort, oppert directeur Zeno Winkels van de Woonbond na zijn toespraak op de Dam. ‘Of de wooncrisis is zo’n veelkoppig monster dat mensen het moeilijk vinden om te bedenken waar je nu precies voor wil demonstreren. Maar uiteindelijk draait het om het enorme woonprobleem in Nederland. Dat van dakloosheid, dat van mensen die bij gebrek aan een eigen plek hun leven niet kunnen opstarten en dat van huurders die enorm veel geld kwijt zijn aan huisbazen.’
Huizen voor mensen, niet voor winst, was de centrale slogan voor het Paleis op de Dam. Naast borden met teksten als ‘Wonen is een mensenrecht’, ‘Woningnood dus noodmaatregelen’ en ‘Minder asociale huur’. De oplossingen liepen uiteen van ruim baan voor wooncoöperaties, zodat burgers zelf hun woningen kunnen bouwen, tot een verbod op de verkoop van sociale huurwoningen door corporaties. Het opheffen van het kraakverbod zou helpen tegen langdurige leegstand van woningen.
Een echte aanpak van de crisis is bij dit kabinet ver te zoeken, meent Woonbond-directeur Winkels. ‘Het is pappen en nathouden. Die tien nieuwe steden die tijdens de verkiezingen werden beloofd, komen er niet. De woningcorporaties krijgen niet meer geld, maar mogen wat minder belasting betalen. Terwijl ze juist de wind in de zeilen moeten krijgen met miljardensteun. Dit is dus het moment om in beweging te komen.’
Carole Peeters (huurder, projectmanager communicatie, 43)
‘Als vrijwilliger in de Pauluskerk in Rotterdam zie ik heel direct wat dakloosheid met mensen kan doen.

Kleine dingen worden heel ingewikkeld. Je besteedt dan vooral tijd en aandacht aan je slaapplek van vanavond. Dat geeft niet alleen enorm veel stress, maar ook onveiligheid, als je vervolgens op straat slaapt. Laten we zorgen voor passende huisvesting en wat begeleiding, dan hoeft het leven van veel mensen niet zo uit de hand te lopen.
‘Zoek je een woning, dan heb je in Nederland een groot probleem. Dat is echt een bedreiging voor mensen die hun huis kwijt raken door bijvoorbeeld verlies van een baan of een scheiding. Zelf zit ik nu ook in tijdelijke huisvesting. Voor sociale huur zijn de wachtlijsten heel erg lang. Een huurwoning in de vrije sector kan ik niet betalen. Het zou zomaar kunnen dat ik straks ook geen huis vind. Wat dan, denk ik weleens.’
Michael Zhang (huurder, 25)
‘We beleven niet alleen een wooncrisis, maar ook een sociale crisis. Een vast huurcontract, op een plek die bij je past, dat gun ik iedereen. Een woning geeft stabiliteit in het leven. En dan ook nog op een plek die niet te ver weg is van je vrienden en familie. Ik zie mensen om me heen verhuizen naar een andere stad of regio, alleen maar om een huis te krijgen. Dan verlies je meteen je sociale omgeving.
‘Ik heb nu nog een dak boven mijn hoofd, al is het tijdelijk. Die onzekerheid over waar ik straks nog terecht kan, dat is ontzettend lastig. Ik hoop op een goede plek met wat passende hulp voor mijn autisme, om mijn leven verder op te bouwen. Maar de wachtlijsten voor een sociale huurwoning zijn zo ontzettend lang. Zelf sta ik nog steeds op iets van plek 600 van de 1.000 gegadigden voor zo’n woning.’
Loes Knotter (huiseigenaar, partner advieskantoor energietransitie, 51)
‘Het bestrijden van de wooncrisis vraagt veel meer ambitie dan Den Haag nu levert. Als snelle maatregel kunnen we een aantal financiële belemmeringen opheffen. Schrap bijvoorbeeld de korting op AOW en andere toeslagen als mensen gaan samenwonen. Zodat mensen die stap wel zetten en er een woning vrijkomt. Liberaliseer de regels voor hospitaverhuur. Wie een huurder in eigen huis neemt, zou niet bang moeten hoeven zijn dat mensen nooit meer vertrekken, door het opbouwen van huurrecht. Wees streng tegen langdurige leegstand van woningen. Dat zou echt een sprong voorwaarts kunnen zijn.
‘Zelf heb ik een koopwoning. Die heeft inmiddels een flinke overwaarde waar ik niks voor heb hoeven doen. Ik sta hier dus niet voor mezelf, maar als moeder en als werkgever. Het aantrekken van personeel is soms lastig, omdat mensen geen woning kunnen vinden. En als ze dan wel wat vinden, is het heel beschamend hoeveel ze kwijt zijn aan huur.’