Opinie: De stikstofcrisis is een manifestatie van politiek onvermogen

slurry, fertilization, spread, corn, slurry tank, corn fertilization, tractor, fruitful, fertilize, cultivation, field, slurry tanker, injector tines, cultivator tines, to distribute, floor, agriculture, field work, farmer, slurry, slurry, slurry, slurry, slurry, fertilize, farmer
Photo by Ehrecke on Pixabay

De gepresenteerde oplossingen voor de stikstofcrisis, ook die van het kabinet-Jetten, voorzien niet in wat eigenlijk eenvoudig is: goed natuurbeleid voeren. Maar in plaats van investeren in publieke voorzieningen wordt er geld uitgedeeld zonder duidelijke tegenprestatie.

In veel politieke analyses en Kamerdebatten wordt de stikstofproblematiek die Nederland al tijden beheerst voorgesteld als ‘zeer complex’. Dat is geen juiste weergave. De negatieve effecten van stikstof zijn kraakhelder, maar het verdienmodel van de verlieslatende, intensieve veehouderij overeind houden, dat is complex. Zeker omdat de huidige volumes en productiewijzen forse negatieve impact hebben op de kwaliteit van publieke ‘goederen’ zoals bodem, lucht, water en gezondheid.

Als je een probleem niet juist definieert, mag je ook geen oplossing verwachten. De stikstofcrisis is een manifestatie van politiek onvermogen: een bestuurscrisis waarin falend beleid gebaseerd wordt op wensdenken en propaganda uit de sector, waarin de vele fraudes niet worden aangepakt, waarin feiten worden gebogen tot ze barsten en waarvan zowel natuur als boeren als de samenleving de dupe zijn.

Sander Turnhout is strategisch adviseur bij SoortenNL & Healthy Landscape. Zijn laatste boek Over Leven gaat over uitsterven.

Prachtig landschap

De oplossingen zijn al jaren bekend. Er is grofweg 150 duizend hectare extra natuur nodig om gebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Afhankelijk van de regio zijn bufferzones nodig waar extensief gebruik mogelijk is. Grond is duur, maar met de 20 miljard euro die het kabinet wil besteden aan de oplossing voor de stikstofcrisis kom je een heel eind. Het waterpeil moet omhoog en de stikstofuitstoot en het pesticidegebruik moeten fors omlaag, tot 80 procent op termijn.

Als je dan 10 procent van de grond vrijlaat voor landschapselementen zoals heggen en voedselbossen, haal je alle doelen en creëer je een prachtig landschap dat door Nederlanders zeer goed wordt gewaardeerd. Hier zijn nauwelijks nog serieuze kennisvragen over. In het natuurbeleidsplan uit 1990 staat ongeveer hetzelfde als in de rapporten van de commissie-Remkes. De vraag ‘of’ is een gepasseerd station, de relevante vraag is: hoe?

Er zijn de afgelopen tijd veel goede voorstellen gedaan, maar opvallend is dat die allemaal te vinden zijn op de opiniepagina’s. De experts worden naar het meningenkatern verwezen omdat de idioten het hoofdpodium bevolken. Sheila Sitalsing wijdde er al een column aan over hoe de twijfelbrigade inmiddels is doorgedrongen tot de Tweede Kamer.

Wat uit beeld verdwijnt, is dat er hele goede redenen zijn om natuurbeleid te voeren: natuur levert gratis diensten en is de basis voor een gezonde economie. Het wordt als ‘duur’ neergezet door partijen met een verdienmodel dat gebaseerd is op gratis – gesubsidieerd zelfs – vervuilen.

Goed voor het klimaat

Bedenk nu het weer warm – of zelfs heet – gaat worden: alle natuuroplossingen zijn goed voor het klimaat, maar niet alle klimaatoplossingen zijn goed voor de natuur. Stromend water koelt, bomen en bossen koelen, vernatten van veen koelt en die laatste drie slaan ook CO2 op.

In plaats van te investeren in publieke voorzieningen wordt geld uitgedeeld zonder duidelijke tegenprestatie. Het nieuwe toverwoord is doelsturing, waarbij de boer zelf mag bepalen hoe hij de doelen voor CO2– en stikstofuitstoot van zijn bedrijf haalt. Maar wie welke doelen moet halen, moet nog worden uitgezocht.

Dat is dezelfde weeffout als bij het Programma Akkoord Stikstof (PAS) dat sneuvelde bij de Raad van State en de stikstofcrisis inluidde: er wordt stikstofruimte weggegeven met de belofte in de toekomst maatregelen te gaan nemen. Maar de effecten van die maatregelen kunnen niet wetenschappelijk worden onderbouwd omdat de maatregelen er nog niet zijn. En omdat de effecten niet zeker zijn is er ook geen juridische garantie voor boeren dat ze veilig zijn, temeer omdat niet duidelijk is welke overheid precies voor welk doel verantwoordelijk gehouden kan worden.

Het enige dat je zeker weet, is dat opnieuw grote sommen belastinggeld, met name via subsidies voor landbouwtechnieken, naar de Quote 500 zullen stromen. Misschien is dat het doel van doelsturing. Je kunt ook handhaven. Boetes uitdelen in plaats van miljoenen. Dan herstel je het gelijke speelveld en geef je boeren die al een oplossing uitgewerkt hebben een eerlijke kans. Dat lijkt helaas niet het doel van het beleid te zijn.

Plannen kabinet-Schoof

Net als bij het asielbeleid worden ook op dit onderwerp de onwettige en onwetenschappelijke plannen van het kabinet-Schoof opnieuw op tafel gelegd: de rekenkundige ondergrens voor stikstofneerslag is al drie keer geprobeerd en drie keer afgeschoten door de Raad van State. Toch probeert minister Jaimi van Essen het gewoon nog een keer. Een juridisch alternatief voor de kritische depositiewaarde van natuurgebieden (KDW) bestaat niet, simpelweg omdat er geen werkelijkheid bestaat waarin natuur niet negatief wordt beïnvloed door een overmatige stikstofdepositie. Van Essen stelt voor de KDW uit de wet te halen. Het komt neer op het weggooien van de thermometer omdat je niet wilt zien dat je koorts hebt.

Dit gedoe met grenswaarden laat zien dat het beleid gericht is op vergunningen verlenen en niet op natuurherstel. De helft van de wettelijk beschermde soorten is voor een gunstige staat van instandhouding afhankelijk van gebieden die níet in Natura 2000 begrensd zijn. Door alleen naar stikstof en Natura 2000 te kijken, doe je op papier maximaal de helft van wat nodig is, en in de praktijk zelfs dat niet.

Gezonde populatie

Daar reageert natuur heel slecht op, want natuur sluit geen compromissen. Als je honderd grutto’s nodig hebt voor een gezonde populatie, lijkt het in politieke termen een goed onderhandelingsresultaat als je op tachtig vogels uitkomt. Vanuit de populatiedynamiek bezien zijn de vogels binnen vijftien jaar verdwenen: elk jaar 20 procent eraf.

Er gaat hier meer stuk dan alleen boerenbedrijven en natuur. Door keer op keer ondermaatse maatregelen als ‘oplossing’ te presenteren, maak je het vertrouwen in de politiek kapot. Door steeds het voorbehoud te maken dat het Planbureau voor de Leefomgeving ‘akkoord moet gaan’, zet je de instituten onder druk. Die moeten nu steeds weer concluderen dat de keizer geen kleren aan heeft.

Dat is politiek onvermogen: ‘We zijn eruit hoor, maar helaas mag het wéér niet van de rechter’. Hierdoor geef je het populisme wind in de zeilen en verzwak je de wet en de wetenschap. Dat getuigt van bestuurlijke roekeloosheid, want juist in deze tijden moeten we onze instituten verdedigen tegen de wederopstanding van extreemrechts.

error: