Aanstekelijke, vernieuwende biografie over het gekooide leven en rebelse denken van Geertruida Kapteyn-Muysken (1855-1920)

Maite Karssenberg schetst het ‘dubbelleven’ van de vergeten ‘radicale denker’ Geertruida Kapteyn-Muysken in een heerlijke, levendige biografie .
Geertruida Kapteyn schrijft voor het eerst in haar dagboek op oudejaarsdag in 1881. Ze is net moeder geworden van haar dochter Olga en woont met haar echtgenoot Albert, een succesvol ingenieur, in Londen. Het jaar was zwaar, maar Geertruida voelt zich opgewekt: ‘Ik dacht nooit dat moeder zijn zo heerlijk is! Het is zo’n vol en rijk bestaan.’ Haar dochter zal de dingen lichter maken, denkt ze. ‘Helderder dan ooit zal mijn weg zijn.’
Twee maanden later klinkt ze anders. Haar jeugdvriendin Martha van Vloten is op bezoek geweest en heeft haar een inkijkje gegeven in een bruisend leven in Nederland. Martha is net verloofd met de jonge schrijver Frederik van Eeden, die via literair genootschap Flanor aan de wieg staat van de Tachtigers. De mannen debatteren en houden grappige lezingen in cafés. Martha wandelt met haar verloofde door de natuur, discussiërend over boeken en over hun schrijfpogingen.
Op 11 februari 1882 noteert een moedeloze Geertruida dat ze angstig is dat haar ‘vroegere zelf’ onder de nieuwe omstandigheden verloren zal gaan. Later neemt ze zich voor meer te schrijven, anders dreigt ze ‘in de sleur van het materiële bestaan ten onder te gaan’.
Op zoek naar kennis en vrijheid
Klinkt deze vertwijfeling van de aan huis gebonden moeder best eigentijds, het wás de negentiende eeuw. Vrouwen mochten niet studeren, niet werken, geen contracten tekenen en niet zonder toestemming van hun man scheiden. Geertruida leeft een welgesteld leven en bewoont de chique villa The Oaks in Hampstead, maar het aansturen van het personeel en de gouvernantes vindt ze strontvervelend. Liever praat ze over boeken en ideeën. Maar hoe nu verder? ‘Het is moeilijk om te leven voor een persoon én voor studie of kunst’, schreef ze aan Helene Mercier, haar mentor, ‘beiden eisen gehele toewijding’.
Haar dagboek dient om grip te krijgen op de emoties die haar begrensde bestaan oplevert, schrijft historicus Maite Karssenberg in haar zojuist verschenen biografie Dubbelleven. Het dagboek is een instrument om boven dat gekooide leven uit te stijgen; een oefening in scheppen en bezweren.
Publicist in de intellectuele voorhoede
Wie was deze Geertruida Kapteyn-Muysken? Ze werd geboren in 1855, het jaar waarin Charlotte Brontë stierf en Charles Darwin werkte aan zijn Origin of Species, zo memoreert de biograaf.
Veranderingen zijn op komst. Geertruida zocht als volwassene haar plek in de intellectuele voorhoede die nadacht over een betere wereld zonder religie, waarin ruimte was voor het individu zonder het collectief te vergeten. Als publicist hield ze zich bezig met de vraag: ‘Hoe zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk mensen een goed leven kunnen leiden?’
Dankzij het werk van haar man Albert belandde ze in Londen, en later zal ze ook nog zeven jaar in Zürich wonen. In Londen sloot ze zich aan bij de feministische The Pioneer Club. Ze publiceerde haar eerste artikel in het blad Shafts, een pleidooi voor seculiere zondagsscholen. Verwantschap vindt ze in teksten van de Franse filosoof Jean-Marie Guyau (‘de Franse Spinoza’ volgens bewonderaar Kapteyn) en de anarchist Peter Kropotkin.
Psychose
Intens en gevoelig, zo beschreef vriendin, jurist en activist Clara Wichmann, haar in een memoriam. Drie keer kreeg Geertruida een zware zenuwinzinking. Kort na de geboorte van haar derde kind raakte ze in een psychose.
In haar ‘kraambedwaan’ schreef ze zeven brieven aan ‘Wiwill’, de ontspoorde, toen al jaren overleden zoon van koning Willem II. Ze smeekte de prins op het station op haar te wachten. Karssenberg ziet in deze fixatie op een ongehoorzame kroonprins die tegen de vaderlijke macht inging, een diep verlangen naar Geertruida’s eigen, verloren vrijere zelf.
Als je haar publieke wapenfeiten opsomt, is het niet vreemd dat ze werd vergeten. Haar levensbeschouwelijke artikelen verschenen in tijdschriften die allang niet meer bestaan. Haar essaybundel Affirmatie, waarin ze ervoor pleit het leven in alle diversiteit te omarmen, was vernieuwend, maar klinkt in stijl nu nogal gedateerd.
Geweldig schrijftalent
Maar de kracht van deze biografie ligt in het geweldige schrijftalent van Maite Karssenberg. Het mag om de negentiende eeuw gaan, daar is in dit boek niets stoffigs aan. Geraffineerd maakt Karssenberg haar eigen denkproces en speculaties tot deel van het levensverhaal. Voorafgaand aan ieder hoofdstuk staan de bronnen in vette letters. In speelse, invoelende intermezzi stapt ze Geertruida’s landschap in – in een lange jurk in de Kennemerduinen, of dromend bij Kenwood’s Ladies Bathing Pond in Hampstead.
In het laatste deel van het boek trekt Karssenberg de lijn fraai door naar Geertruida’s oudste dochter Olga. Ze schetst de complexe moeder-dochterverhouding door de ogen van de dochter. Olga trad in Geertruida’s revolutionaire voetsporen door in Zwitserland de spirituele Eranos-conferenties te organiseren en samen te werken met psychoanalyticus Carl Gustav Jung.
Karssenberg werkte acht jaar aan deze biografie. Ze heeft zich in die periode weleens afgevraagd of het wel een goed idee was om een biografie te schrijven als je je eigen leven nog niet op de rails hebt, zo vertelde ze op de boekpresentatie. Het leven (liefde, long covid) leverde vertraging op.
Maar misschien is ze juist door dat nog veranderlijke, aspirerende zo’n goede, inlevende beschouwer van Geertruida’s vooruitstrevende gedachtegoed. Het boek is ook nog eens prachtig vormgegeven, in een rebelse typografie.
Maite Karssenberg
Dubbelleven
Geertruida Kapteyn-Muysken en haar rebelse levensfilosofie
Arbeiderspers; 471 blz. € 29,99