Antifascisme verbieden, dat is pas fascistisch

Hallucinant: straks zijn de Nederlanders die zich verzetten tegen fascisme zelf nog verdacht

In vroegere tijden, niet eens gek lang geleden, leunde een regering op ordenende principes – in elk geval deed ze alsof, en dat gaf de zaak stevigheid. Of de premier nou van het CDA of de PvdA was, je ging ervan uit dat die de maatschappelijke pot een beetje eerlijk verdeelde. Maar altijd ging boven alle politieke stokpaardjes de gouden standaard van het internationaal recht.

Dat is fonkelend Nederlands erfgoed – Hugo de Groots Mare liberum was de basis voor het internationaal zeerecht en recht. Bovendien is het recht voor Nederlands internationale positie wat kaas en tulpen zijn voor het toerisme: onze smoel in het buitenland. De totems van die internationale rechtsorde staan in Den Haag.
Maar die erfenis laat het kabinet-Jetten – net als zijn directe voorgangers – koud. Sterker, zelfs het politieke kroonjuweel van D66 staat bij het grofvuil. Nadat de activisten van de Gaza-Flotilla (in strijd met het internationaal recht) in internationale wateren door Israëlische militairen waren gearresteerd en mishandeld, kwam Jetten met een boodschap voor de bühne. De premier noemde op X ‘de behandeling van Flotilla-activisten mensonterend’ en ‘alle perken te buiten’. De Israëlische ambassadeur zou worden ontboden en Jetten had ‘Herzog hierop aangesproken’.
President Herzog, man zonder uitvoerende macht. De ambassadeur, professioneel stootkussen. De premier belde niet eens zijn collega Netanyahu. Anders dan zijn Canadese evenknie Carney vroeg Jetten niet om een onafhankelijk onderzoek. In Italië kijkt justitie naar mogelijke ontvoering, foltering en seksueel geweld. In Frankrijk stelde het Parquet National Antiterroriste vrijdag een strafrechtelijk onderzoek in naar marteling en oorlogsmisdaden.
Het Parquet National Antiterroriste. Dat benoemt precies waar we naar kijken: door een staat gepleegd geweld tegen burgers met als doel angst te zaaien. Nederlandse burgers zijn slachtoffer van staatsterreur, en de Nederlandse regering stelt onderzoek noch vervolging in.
Jetten reageerde pas laat op X, volgens zijn woordvoerder ‘druk met andere zaken’. Afgelopen week onthulde Trouw waarmee: met schimmige koehandel en een heel ander soort terreur. In ruil voor een grijpstuiver voor ontwikkelingssamenwerking (eenmalig 380 miljoen euro) stemt D66 ermee in dat de VVD de omstreden wet tegen terrorismeverheerlijking opnieuw indient. Een geheime ‘schaduwdeal’ met de geest van Trump als ruft in de lucht.
Eerder nam de Tweede Kamer een motie aan die antifa bestempelt als ‘terroristische organisatie’. Antifa is een containerbegrip voor linkse activisten die bijna altijd ook tegen fascisme zijn. Als organisatie bestaat het niet. Bovendien zien AIVD en NCTV geen terroristische dreiging uit die hoek, wel van extreemrechts. Maar radicaal-rechts wijst naar de klimaatactivisten van Extinction Rebellion en demonstranten tegen het genocidale geweld tegen de Palestijnen.
In plaats van dat het kabinet-Jetten iets doet om dat genocidale geweld te stoppen, steekt het energie in het kunnen vervolgen van mensen die zich tegen dat geweld verzetten. Niet alleen ‘verheerlijking’ van terroristische organisaties wordt strafbaar, ook ‘openlijk steun betuigen’. Als het kabinet ook de antifa-motie uitvoert, kan heel activistisch links worden opgepakt.
Plus postuum de Vader des Vaderlands, volgens Filips II een terrorist. Net als Hannie Schaft, antifascist. Anton de Kom, eveneens antifascist. Walraven van Hall, Truus Oversteegen, de Soldaat van Oranje, antifascist.
Zeg je straks: ‘Op een zeker moment wordt het onmogelijk fascisme met uitsluitend democratische middelen te bestrijden’, dan riskeer je arrestatie. Of: ‘De Palestijnse woede is een begrijpelijke reactie op hun gewelddadige onderdrukking.’
Hallucinante omkering: zodra al die Nederlanders die tegen fascisme zijn, zich uitspreken, zijn ze verdacht. Tegen die tijd kun je eer stellen in de verdachtmaking. Ik ben tegen fascisme. Sue me.

Zijn alle eerdere bezwaren tegen een verbod op verheerlijking nu opeens ongeldig?
Commentaar Volkskrant
Het kabinet probeert het weer eens: een apologieverbod. De VVD bracht ooit uitstekend onder woorden waarom dat een onzalig idee is.

Politiek debat draait soms in cirkels en daar is soms ook niks aan te doen. Problemen keren nou eenmaal af en toe terug in een net iets andere hoedanigheid. Erg is het ook niet, mits er intussen wel wat vooruitgang wordt geboekt. Het debat over een verbod op het verheerlijken van terrorisme, dat weer aan een nieuwe ronde begint, dreigt echter een volmaakte herhaling van zetten worden.
Regeringspartij D66 keerde zich tegen het plan omdat de partij een te grote inperking van de vrijheid van meningsuiting voorzag. Daarna volgde coalitiepartner VVD (toen nog een andere partij dan nu) met hetzelfde bezwaar.
Oppositiepartij GroenLinks vroeg zich, ook toen al, af wat een apologieverbod bijvoorbeeld zou betekenen ‘voor mensen die de Palestijnse aanslagen in Israël zien als gerechtvaardigde daden van vrijheidsstrijders’. Zouden die vervolging gaan riskeren?
Die kritiek slaat steeds neer in dezelfde vragen: wie bepaalt wat ‘terrorisme’ is? Wanneer slaat begrip tonen om in ‘verheerlijken’? Draagt de introductie van een ‘gedachtenpolitie’ echt bij aan een gezonde rechtsstaat?
Twee decennia geleden vond dienstdoend VVD-fractieleider Jozias van Aartsen een expliciet verbod simpelweg overbodig. ‘Absolute vrijheid is er nooit. Er is altijd een grens. Nu ook. Op dit moment ligt die grens tussen enerzijds het verheerlijken van geweld (is niet strafbaar) en anderzijds het aanzetten tot feitelijk geweld en tot haat (wel strafbaar). Wat ons betreft hoeven we die grens niet te verleggen.’
Het kabinet-Jetten gaat het niettemin weer eens proberen, bleek afgelopen vrijdag. Een wetsvoorstel wordt binnenkort ingediend. Dat roept onmiddellijk de vraag op of alle bezwaren waar het in 2005 en 2015 op stukliep, nu opeens ongeldig zijn.

Palestinians forced to flee their homes from Galilee in October-November 1948

© IMEMC

