Voorstelling rond Dodenherdenking gaat over de spanningen rond het herdenken zelf: ‘We zijn het een beetje verleerd om ons te verplaatsen in de ander’

Ludwig Bindervoet | regisseur De voorstellingen van Theater Na de Dam, die jaarlijks in het hele land op 4 mei te zien zijn, liggen steeds vaker onder vuur. Juist dáárover maken ze nu een stuk. „Het is alsof er sprake is van een ‘pijnpikorde’, waarbij het ene slachtofferschap het andere bestrijdt.”
Aansluitend op de Nationale Dodenherdenking op de Dam op 4 mei vinden er ieder jaar, verspreid over het land, meer dan honderdvijftig theatervoorstellingen plaats, allemaal gelieerd aan de Tweede Wereldoorlog. Theater Na de Dam, heet het initiatief. Ieder jaar weer buigen de organisatoren zich over de vraag wat de meest actuele en prangende thema’s zijn om uit te lichten; keuzes die gaan over de rol die je de herdenking toedicht. En steeds vaker liggen dit soort keuzes onder vuur.

Is het bijvoorbeeld van belang, of juist misplaatst, om tijdens de Dodenherdenking stil te staan bij slachtoffers in Gaza? Hoeveel ruimte geef je aan perspectieven die de jouwe niet zijn? Drie jaar geleden ontstond er commotie rond de voorstelling Waar wij voor strijden, waarin acteur Jacob Derwig een antisemitisch personage vertolkte. Hoorden dit soort provocatieve voorstellingen wel thuis op 4 mei?
De hevige emoties die Waar wij voor strijden opriep, brachten de organisatie op het idee om een theatervoorstelling te produceren over precies dit thema: de toenemende spanningen rond het herdenken zelf. Het leidde tot de productie Nog niet afgelast, op 4 mei eenmalig te zien in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Op verrassend lichte toon legt schrijver Vincent van der Valk in zijn stuk verbanden tussen het gedachtegoed van de Joodse filosofe Hannah Arendt (1906-1975) en hedendaagse spanningen rond de herdenkingscultuur. Op de bovenverdieping van de Amsterdamse stadsschouwburg, waar de repetities plaatsvinden, vertelt regisseur Ludwig Bindervoet over het maakproces.
Hoe pak je dat aan, een theatervoorstelling maken over herdenken?
„Oorspronkelijk wilden we een voorstelling maken die halverwege door activisten zou worden verstoord. Maar tijdens het maakproces ontdekten we dat we zoiets eigenlijk veel minder angstaanjagend vinden dan dat wat er in ons eigen hoofd gebeurt, namelijk: hoe we, uit angst mensen te kwetsen, onszelf steeds meer zijn gaan censureren.
„Het is alsof gepolariseerde stemmen de afgelopen jaren zo fel zijn geworden dat er voor genuanceerde stellingname geen ruimte meer is. Mensen zien alles tegenwoordig zo zwart-wit. Veel Joden hebben kritiek op het beleid van Netanyahu, maar worden toch door hun progressieve vrienden ter verantwoording geroepen. Als je op 4 mei Palestina of Iran ter sprake brengt, word je als antisemitisch afgeschreven. Er zijn stemmen die vinden dat aandacht voor Europese slachtoffers op zichzelf een vorm van racisme is – waarom hebben we het niet over Soedan? Het is alsof er sprake is van een ‘pijnpikorde’, zo verwoordt het hoofdpersonage in de voorstelling het, waarbij het ene slachtofferschap het andere bestrijdt. Maar waarom zouden verschillende vormen van slachtofferschap niet naast elkaar mogen bestaan?”
Hoe valt die groeiende onverdraagzaamheid te verklaren denk je?
„We worden steeds minder geconfronteerd met ideeën buiten onze eigen bubbel. Misschien zijn we het daardoor een beetje verleerd om ons te verplaatsen in de ander. In zijn Loe de Jong-lezing hield Adriaan van Dis vorige maand een pleidooi voor empathie. ‘Verplaatsingskunde’, noemde hij het. Als we willen voorkomen dat we steeds verder uit elkaar drijven, zei hij, zullen we ons beter in elkaar moeten leren verplaatsen. Oordelen moeten leren opschorten.