Digtale souvereiniteit: Deze hobbels nam een Duitse deelstaat om Microsoft te dumpen

Digitale soevereiniteit Het overheidsapparaat van de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein is bezig alle software van Microsoft te vervangen door ‘open source’ alternatieven. Dat gaat niet van een leien dakje. „We moeten niet te ideologisch zijn. Belangrijk is vooral dat we ergens beginnen.”
Voor de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein is het geen vraag meer. Ja, het is mogelijk de afhankelijkheid van grote Amerikaanse techbedrijven te doorbreken. En ja, je kunt er ook geld mee besparen. Maar: het is een lange weg, met hobbels, valkuilen en andere tegenslagen.
De kleine noordelijke deelstaat, ingeklemd tussen Hamburg en Denemarken, heeft na jarenlange voorbereidingen afgelopen jaar een belangrijke stap gezet op weg naar digitale soevereiniteit, het terugwinnen van de controle over technologische hulpmiddelen. Bij alle overheidsdiensten is een begin gemaakt met de vervanging van kantoorsoftware van Microsoft, zoals Microsoft Word en het email-programma Outlook, door zogeheten opensourcesoftware. Dat is software die vrij beschikbaar is en waarvan de broncode openbaar is en door afnemers kan worden aangepast en verbeterd. Bij elkaar moesten zo’n dertigduizend gebruikers overstappen: ambtenaren in het kantoor van de deelstaatpremier, bij alle ministeries, bij de belastingdienst en bij justitie en politie.
Hierdoor is volgens de deelstaat al 15 miljoen euro op licentiekosten bespaard, die anders aan het Amerikaanse techbedrijf betaald hadden moeten worden. Daartegenover zou een eenmalige uitgave staan van 9 miljoen voor de omschakeling.
Zelf de controle hebben
Toen Sleeswijk-Holstein zo’n zes jaar geleden begon te onderzoeken hoe de afhankelijkheid van BigTech doorbroken kon worden, ging het de deelstaat aanvankelijk vooral om de hoge kosten die de nauwe band met Microsoft met zich meebracht, vertelde Schrödter onlangs tijdens een videobijeenkomst met journalisten. „Sindsdien is ons perspectief verschoven naar de noodzaak om de digitale soevereiniteit voor de IT van onze deelstaat te verzekeren. Zodat we zelf de controle hebben over onze digitale infrastructuur, en die ook verder kunnen ontwikkelen. En we volledige zeggenschap houden over gegevens van de overheid, en voorkomen dat ongewild data uit het systeem stromen.”
In Europa, zegt Schrödter, zijn we steeds afhankelijker geworden van softwaresystemen van een klein aantal technologiebedrijven, waarvan de meeste hun hoofdkwartier buiten Europa hebben. „Belangrijk is dat zij onderworpen zijn aan niet-Europese wetten, zoals de Amerikaanse Cloud Act. Voor ons zijn die Amerikaanse softwaresystemen zwarte dozen: de kennis ervan en besluitvorming erover liggen bij de leverancier.
Heel moeilijk is het ook weer niet
„De belangrijkste uitdaging bij het hele proces, is het managen van de verandering bij het personeel”, zegt Schrödter. „Daarvoor werken we heel nauw samen met onze opensourcepartners.” Heeft hij niet onderschat hoe lastig de overstap is voor gebruikers? „Het is niet heel makkelijk voor de collega’s die twintig tot dertig jaar gewerkt hebben met de traditionele systemen”, erkent hij. „Maar heel moeilijk is het ook weer niet. En iedere dag laten we nu in onze ministeries en andere diensten zien dat het werkt, met alle functionaliteiten die de opensource-oplossingen hebben.”