Hoe de magnetron opkwam, inburgerde, maar nooit echt een succes werd

Toen de magnetron op de markt kwam, beloofde het apparaat een ware kookrevolutie: complete maaltijden bereiden, razendsnel. Alleen dat goudbruine korstje, waarom lukte dat toch niet?
In oktober 1962 werd in de RAI Amsterdam een revolutie in koken aangekondigd. Op een tentoonstelling over de toekomst van huishoudelijke apparatuur werd een fornuis geïntroduceerd, dat het leven van de ‘huisvrouw van de toekomst’ op zijn kop zou zetten, viel te lezen in De Gooi- en Eemlander.
In de zogenoemde magnetronoven werden met elektronengolven spijzen van binnenuit gegaard. Hierdoor hebben recepten een veel kortere kooktijd. ‘In enkele minuten, soms zelfs enkele seconden is het koken gedaan.’ Volgens het artikel waren er op dat moment nog maar twaalf magnetrons in Nederland, en was het apparaat nog te prijzig voor huishoudens, maar konden ziekenhuizen en restaurants wel al over de aanschaf gaan nadenken.

Begeestering
De belofte van de magnetron was groot in de jaren zestig en zeventig, als je de vele jubelende artikelen moet geloven. Het doet denken aan de begeestering die de revolutionaire ‘elektronische kookkast’ van deze tijd, de airfryer, oproept.
Waar de airfryer in 2005 werd uitgevonden na jarenlang ploeteren in een schuurtje in Almere, werd de magnetron min of meer per ongeluk uitgevonden in Cambridge, Massachusetts. Het was 1945 toen een radiotechnicus gespecialiseerd in microgolftechnologie ontdekte dat de chocoladereep in zijn zak begon te smelten als hij met zijn microgolfapparaat bezig was.
Deze Percy LaBaron Spencer had voor het Amerikaanse leger radarsystemen ontwikkeld en zocht na de oorlog een nieuwe bestemming voor zijn uitvinding. Na de gesmolten reep begon hij te experimenteren met gedroogde maïs (dat rap in popcorn veranderde) en met het koken van een ei (dat ontplofte in het gezicht van een collega).
Spencer bouwde een eerste prototype en vroeg een patent aan. Twee jaar later bracht hij de eerste commercieel geproduceerde magnetronoven uit: een apparaat van 1,8 meter hoog, dat 340 kilo woog en 5.000 dollar kostte. De naam: Radarange.
Wonderapparaat
Pas toen er in 1968 een kleinere en beter betaalbare variant op de markt kwam, sloeg de microwave echt aan in de Verenigde Staten. Al gauw verschenen er allerlei kookboeken met op de cover huisvrouwen die hele gerechten uit de magnetron toverden: van hele kalkoenen tot ‘baked brain casserole’.
Ook Philips dook op de magnetronmarkt. In showrooms door het hele land werden kookdemonstraties georganiseerd en in 1981 bracht Philips samen met Ria Holleman en Anneke Kleijn Het Philips magnetron kookboek uit.
Het begint er anno 2026 op te lijken dat de airfryer de oude belofte van snelle allesbakker wél kan waarmaken. Want al werd de magnetron getalsmatig een succes, het feit dat hij vooral wordt gebruikt om restjes mee op te warmen is natuurlijk zoals de AD-journalist het in ’91 al verwoordde: ‘Een grote teleurstelling voor gebruiker én fabrikant.’