Euthanesie: Beslishulp | Het belang van een geschreven wilsverklaring

Wat als een patiënt niet meer duidelijk kan zeggen dat die dood wil, maar in het verleden wel heeft opgeschreven dat die euthanasie zou willen in een vergelijkbare situatie? Om artsen bij hun oordeel te helpen heeft het Universitair Netwerk Ouderenzorg deze week een beslishulp gepubliceerd.
De Beslishulp Euthanasie & Dementie helpt een arts om de argumenten voor of tegen het gevolg geven aan een schriftelijke euthanasieverklaring „te verkennen” en te expliciteren en daardoor de eigen afweging beter te kunnen onderbouwen. Het is „absoluut geen afvinklijst”, zegt onderzoekster Eefje Sizoo. „Het gaat erom welke vragen een arts zichzelf kan stellen. Een daarvan is: hoe gaat het op dit moment met deze persoon?”
Niet alle partijen die meedachten over het instrument zijn het eens met het resultaat, zegt Rob Edens van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig (NVVE) Levenseinde, die in een beginstadium meedacht over het instrument. De NVVE is een belangenvereniging met zo’n 175.000 leden. „We vinden dat in de beslishulp niet genoeg gewicht word gegeven aan de geschreven wilsverklaring. Er wordt volgens ons teveel nadruk gelegde op een actuele euthanasiewens waar met een patiënt over gesproken wordt, maar zo’n gesprek is in een laat stadium van de ziekte vaak helemaal niet mogelijk.” De wet biedt juist ruimte om een schriftelijke verzoek leidend te maken bij een patiënt die niet meer in staat is tot zinvolle communicatie, zegt Edens. Hij wijst op een uitspraak van de Hoge Raad in 2020. In die zaak, die bekend staat als de ‘koffie-euthanasie’, deed een verpleegkundige slaapmiddel in de koffie van een niet meer wilsbekwame patiënt waarna die euthanasie verleende op basis van een geschreven wilsverklaring.
Het standpunt van artsenfederatie KNMG, die ook meewerkte aan de beslishulp, is onder meer dat het leven van een persoon met vergevorderde dementie beschermwaardig is, ongeacht wat de patiënt er eerder over heeft opgeschreven.