Kabinetsformatie 2026: Het kabinet-Jetten, een mix van ervaring en nieuwe gezichten, moet nu bewijzen dat het anders kan

Na een relatief snelle kabinetsformatie, waarvoor D66, VVD en CDA een compliment verdienen, is de regeringswissel in Den Haag aanstaande. Op maandag 23 februari staat het kabinet-Jetten op het bordes en vertrekt het demissionaire kabinet-Schoof. Dat is geen dag te vroeg, want het scheidende kabinet kwam in juni vorig jaar ten val door het vertrek van de PVV en viel daarna met het opstappen van NSC in augustus nog verder uit elkaar. Al veel te lang leunt het landsbestuur alleen op bewindslieden van VVD en BBB. Een nieuw kabinet is ook hard nodig omdat het kabinet-Schoof bijzonder weinig voor elkaar kreeg terwijl Nederland juist op politieke daadkracht en heldere keuzes zit te wachten.
Deze groep grotendeels dezelfde VVD’ers moet nu bewijzen dat zij de zo gewenste andere politieke cultuur kunnen gaan vormgeven, terwijl zij ook medeverantwoordelijk zijn voor de polarisatie en stilstand in het kabinet-Schoof.

Nieuwe bewindslieden moeten daarom in staat zijn „te geven en nemen, te onderhandelen en zichzelf weg te cijferen”, schreef oud-informateur Rianne Letschert in haar eindverslag, en ook „zonder al te groot ego” zijn, benadrukte kandidaat-premier Rob Jetten.
Met die belofte zou je veel nieuwe gezichten in het kabinet verwachten en dan valt zeker bij de VVD de samenstelling tegen. Daar zitten zeven van de negen beoogde bewindspersonen al in het huidige kabinet-Schoof en zijn ook de andere twee namen, oud-staatssecretaris van Asiel Eric van der Burg en Tweede Kamerlid Silvio Erkens, geen nieuwkomers in Den Haag. Zoals vaker bij de liberalen lijkt ervaring binnen – en loyaliteit aan – de partij een belangrijker criterium te zijn dan expertise. Deze groep grotendeels dezelfde VVD’ers moet nu bewijzen dat zij de zo gewenste andere politieke cultuur kunnen gaan vormgeven, terwijl zij ook medeverantwoordelijk zijn voor de polarisatie en stilstand in het kabinet-Schoof.
Het is daarom ook een verstandige keuze van de drie partijen om oud-NSC’er Sandra Palmen als staatssecretaris Herstel en Toeslagen te laten zitten. De afhandeling van het Toeslagenschandaal is een kwestie die politieke verschillen overstijgt.
Aan de onzalige praktijk van het kabinet-Schoof waarin ministeries meerdere bewindspersonen van één partij kregen komt een einde
D66 en CDA zijn gekomen met een aantal gedurfde en verrassende namen. Zo gaat luitenant-generaal Elanor Boekholt-O’Sullivan voor D66 naar het ministerie van Volkshuisvesting, waar ze haar kennis van logistiek en planning kan inzetten op een ander belangrijk beleidsterrein. Ook met D66’er Rianne Letschert (oud-voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University) en CDA’er Heleen Herbert (oud-topvrouw bij Heijmans) komt relevante expertise van buiten het kabinet in. Verder is de kabinetsploeg gemiddeld jonger dan eerdere kabinetten, getuige bijvoorbeeld de voordracht van de 34-jarige D66’er Jaimi van Essen op Landbouw. Zo’n jonge bestuurder met alleen lokale ervaring op een topzware post is een waagstuk, maar getuigt ook van lef.
Qua diversiteit had het in het kabinet-Jetten beter gemoeten. Dat Jetten de eerste openlijke homoseksuele premier wordt is historisch en een belangrijke emancipatoire mijlpaal. De verdeling tussen mannen en vrouwen is helaas niet volledig gelijk (15 mannen, 13 vrouwen), waarbij D66 de enige partij is die meer vrouwen dan mannen heeft voorgedragen (zes om vier).
Dilan Yesilgöz en Nathalie van Berkel zijn de enige bewindspersonen van kleur of met een niet-westerse migratieachtergrond, een ronduit teleurstellende score voor een land waar ongeveer een op vijf mensen zelf, of via zijn of haar ouders, een buitenlandse afkomst heeft.
Nieuwe ministers of ministeries, zoals voor Digitale Zaken, komen er niet. Dat hoeft geen probleem te zijn nu er op Economische Zaken een staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit komt, Willemijn Aerdts (44), met ruime kennis van de inlichtingendiensten en spionage. Het bespaart ook nodeloos kostbare en bureaucratische hervormingen op de bestaande ministeries en geeft goede hoop dat het nieuwe kabinet minder gericht zal zijn op profilering, en meer op daadwerkelijke resultaten.