Hoe de laatste ongestoorde grafkelder van een Nederlands hunebed openging

Archeologie Een halve eeuw geleden was laatste grote opgraving bij een Nederlands hunebed. Een nieuw boek beschrijft wat dit prehistorische monument prijsgaf. „Op aanraden van een lokale boer hebben we een aardappelsorteermachine tot zeef omgebouwd.”

Aardewerk | Een detailfoto van aardewerk uit de trechterbekercultuur. Foto: Hunebedcentrum

Hunebed D26 ligt afgelegen in het Drouwenerveld. Alleen wandelroutes voeren langs wat zo’n 5.000 jaar geleden een grafheuvel was, opgebouwd uit enorme zwerfstenen en aarde. Een informatiebord vertelt dat in het rijksmonument tussen 1968 en 1970 de laatste volledige opgraving van een Nederlands hunebed, inclusief grafkamer, is geweest. Wat er niet bij staat, want nieuws van nu: op 30 januari 2026 zijn na ruim vijftig jaar de resultaten van de opgraving gepubliceerd.

Opgravingswerk in de periode 1968-1970.
Foto: Hunebedcentrum
Opgravingswerk in de periode 1968-1970.
Foto: Hunebedcentrum

„Het zal wel mijn zwanezang zijn”, zegt Jan Albert Bakker thuis in Baarn. De inmiddels 90-jarige archeoloog leidde destijds de opgraving. Laat niemand denken dat de publicatie van de opgraving door laksheid zo lang op zich heeft laten wachten. Bakker publiceerde na de opgraving meer dan 120 wetenschappelijke artikelen en speelde in de tweede helft van de twintigste eeuw nationaal en internationaal een vooraanstaande rol bij het onderzoek naar de Trechterbekercultuur, tussen 3400 en 2850 voor Christus de makers van de hunebedden in Nederland. „De laatste tien jaar heb ik de ontwikkelingen niet meer echt gevolgd”, ‘bekent’ Bakker.

De reconstructie van hunebed D26 zoals deze in het museum staat. Foto: Hunebedcentrum
error: