Organen voor transplantatie komen vaker uit het buitenland en de donoren zijn veelal ouder

De Europese samenwerking voor het uitwisselen van donororganen over de grens werpt haar vruchten af. Vorig jaar kwam een recordaantal organen van buitenlandse donoren bij Nederlandse patiënten terecht: bijna tweehonderd.
Andersom gingen er 161 Nederlandse organen de grens over, waardoor het verschil tussen in- en uitvoer relatief hoog uitvalt. Dat blijkt uit gegevens van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). Verreweg de meeste transplantaties gebeuren in Nederland met donororganen uit eigen land, vorig jaar waren dat er in totaal 751. Daarvan is het grootste deel (531 donaties) van orgaandonoren die nog in leven zijn, en een nier of een stuk van hun lever afstaan.
De nier is het meest getransplanteerde orgaan, zowel binnen Nederland als in het buitenland. Dat komt doordat nieren na overlijden het langst bruikbaar blijven, zo’n 24 uur. Bij het hart en de longen is er meer haast bij: die blijven na overlijden maar enkele uren goed.
