Onder die laag symptomen van zijn dementie was Henk er nog wel degelijk

Anne voelde zich schuldig toen haar man, die leed aan dementie, naar het verpleeghuis moest. Maar het bleek een nieuwe start. ‘In het verpleeghuis kon hij ontspannen. En wij kregen een nieuw soort intimiteit.’
Anne Bannink(71, gepensioneerd hoofddocent taalkunde aan een universiteit): ‘Toen Henk op zijn 75ste onverwacht slecht scoorde bij een geheugentestje op internet, dacht ik: alzheimer, dat kunnen we aan. Maar Lewy body-dementie, de diagnose die volgde, bleek een ander verhaal. Henk kreeg wanen. Het begon met mensen op het duinpad als hij aan het hardlopen was; hij zag ze in de verte staan, maar als hij dan dichterbij kwam, waren ze weg. Later speelde het ook thuis: zag hij zijn zonen opeens in de hoek, terwijl die allang het huis uit waren.
En als hij meende dat de buitenlamp stuk was, moest ik daar meteen naar kijken, anders werd hij razend. Ik ontdekte een heel zorgzame, geduldige kant van mezelf in die tijd. Ik moest hem beschermen en zo gelukkig mogelijk houden. Boos werd ik niet, nee, hij kon er immers niets aan doen.
Visitegedrag
‘Henk was 54 en ik 44 toen we elkaar ontmoetten, we hadden allebei al kinderen uit een eerdere relatie. We hebben altijd een ongelooflijk gelukkig huwelijk gehad, een totaalhuwelijk noemde ik het. Hij was mijn grote liefde en mijn beste vriend. Maar door zijn dementie begon ik hem kwijt te raken. Als de kinderen er waren, of vrienden, was hij op zijn best, dat noemen ze visitegedrag in de zorg. Als mantelzorger word je eenzaam, want niemand maakte hem mee zoals ik.
‘Ik voelde me ellendig en schuldig toen Henk naar het verpleeghuis moest. Terugkijkend is dat volkomen onnodig, maar toen dacht ik: het verpleeghuis is de hel op aarde, het einde van alles, een afvalputje, je doet iemand wég. Allemaal niet waar, weet ik nu. Maar dat is toch het beeld dat we krijgen ingeprent. Liever euthanasie dan het verpleeghuis – hoe vaak lees je niet zoiets?
‘De eerste paar maanden was hij onrustig, maar daarna werd hij een lieve en gezellige patiënt. De wanen verdwenen. Ons contact werd heerlijk, het was een nieuwe start. Ik verklaar het zo: thuis kwam er bezoek dat hem anders kende, daar stond zijn computer met een half boek dat op hem wachtte, hij moest van alles, terwijl hij het niet meer snapte en kon. In het verpleeghuis kon hij ontspannen. Hij hoefde niets meer. En wij kregen een nieuw soort intimiteit.
Bijna eufoor
‘Eind maart 2024 kreeg hij last van een oude liesbreuk. Opereren was een risico: van de narcose zou hij een vreselijk delier kunnen krijgen, er was kans op een stoma, hij zou flink achteruit gaan. Ik stond naast zijn bed met zijn zoons te overleggen toen we hem hoorden: ‘Laat me maar gaan.’ In de ambulance terug naar de verpleeghuis keek hij naar de blauwe lucht en zei toen tegen me: ‘Mooie bomen.’ Het leven gaat door, zei hij daarmee eigenlijk: blijf de schoonheid, zien, geniet ervan. Tot op het laatst was hij nog zorgzaam voor mij.