Den Bosch geeft daklozen direct een huis en dat helpt, maar andere gemeenten twijfelen

De gemeente Den Bosch heeft sinds 2022 een oplossing tegen dakloosheid: help daklozen zonder complexe problemen direct aan een woning. Nog weinig andere gemeenten nemen het over, tot verdriet van de Bossche wethouder.
Toen Pieter Paul Slikker, wethouder Zorg en Wonen in Den Bosch, drie jaar geleden op bezoek ging bij de daklozenopvang, schrok hij behoorlijk. Hij zag, vertelt Slikker, een „compleet afgeleefd pand, vergeelde muren met gaten erin, stucwerk met vochtplekken, vieze oude bedjes en sanitair, tja, die je op de slechtste camping in Frankrijk in het hoogseizoen nog niet tegenkomt.”
Aan de opvangdirecteur, Thijs Honig, vroeg hij van wie „in vredesnaam” dat pand was. ‘Van jullie’, zei die.
De gemeente Den Bosch besloot nog datzelfde jaar, 2022, de aanpak van dakloosheid radicaal om te gooien. Afgelopen donderdag vertelden Slikker en Honig, inmiddels voormalig opvangdirecteur, erover bij de conferentie ‘Dakloos in Nederland’.
De nieuwe aanpak ging ‘Wonen Eerst’ heten. Grotere opvangplekken werden opgeknapt. Het oude zogenoemde „inloopschip”, met 77 plekken, verdween. Daarvoor in de plaats kwamen 55 kleinschalige opvangplekken, „tussenvoorzieningen”. Dat zijn huizen, studio’s en appartementen waar dakloze personen tijdelijk kunnen verblijven in afwachting van een eigen woning.
Huisvesting is de kern van de nieuwe aanpak, die is gebaseerd op het Amerikaanse concept Housing First. Zo snel mogelijk passende woonvoorziening bieden aan mensen zonder complexe problematiek, dat is het idee. En niet meer „mensen eindeloos opvangen.”
Het werkt, zegt Slikker in een telefonische toelichting na het congres. Er zijn nu, vertelt hij, vijfhonderd dak- en thuislozen in Den Bosch, van wie er tweehonderd huisvesting hebben via het programma. De tijd die daklozen doorbrengen in de opvang werd van dertien naar minder dan drie maanden (88 dagen) teruggebracht. Niet alle tweehonderd mensen zaten al in de opvang – sommigen overbrugden hun dakloze periode nog bij vrienden of familie.
‘Wonen eerst’ is juíst nodig tijdens de wooncrisis. Anders was die groep zelf wel aan een woning gekomen
De rijksoverheid nam zich in 2022 voor om in 2030 dakloosheid uit Nederland te verbannen. Ook toen was het devies: wonen eerst. „Huisvesting wordt de kern van de vernieuwde aanpak”, schreef het kabinet destijds aan de Tweede Kamer, en ‘ervaringsdeskundigen’ zouden een grote rol krijgen bij het terugdringen van dakloosheid. Er werd 65 miljoen euro per jaar uitgetrokken.
Drie jaar later is Den Bosch een van de weinige gemeenten waar de aanpak volledig is doorgevoerd, al is ook op verschillende andere plekken eenzelfde aanpak aangekondigd of in gang gezet. Dit jaar kondigden bijvoorbeeld alle gemeenten in Zuid-Kennemerland, Haarlemmermeer en de IJmond eenzelfde aanpak aan. In Utrecht werd een initiatiefvoorstel om ‘wonen eerst’ centraal te stellen aangenomen.
Toch merkt Slikker dat veel bestuurders door de wooncrisis huiverig zijn, vertelt hij. „Dat vind ik een van de grote misvattingen”, zegt hij. „Want ‘wonen eerst’ is juíst nodig tijdens de wooncrisis. Anders was die groep zelf wel aan een woning gekomen.” In Den Bosch is volgens Slikker niet gebleken dat er structureel meer woningen nodig zijn voor dit programma.