Wilde vogels zijn het slachtoffer, niet de boeman

Bird flu By Austin TX” by Mr TGT is licensed under CC BY-ND 2.0

Vogelgriep Je hoort vaak dat wilde (trek)vogels de aanstichter zijn van grote vogelgriepuitbraken. Een verkeerd frame, vindt Karsten Schipperheijn: het probleem begint bij de pluimveeindustrie.

Vogels die hun vleugels laten hangen of omvallen, draaien met hun kop, of een blauwe waas over hun ogen hebben. Vogelgriep: al wekenlang horen en lezen we over het dodelijke virus. Het aantal pluimveehouderijen dat vogels ‘ruimt’, neemt in hoog tempo toe.

Karsten Schipperheijn is directeur-bestuurder van Vogelbescherming Nederland

Wilde vogels krijgen hier geregeld de schuld van, vooral vanuit de pluimveesector. Maar dit is een vals frame dat de werkelijkheid omdraait. Miljoenen jaren hebben vogels zonder het gevaarlijke virus geleefd. Pas vanaf de jaren 2000 sloeg het vogelgriepvirus in deze vorm toe. Nu sterven vogels een langzame dood op het land of verdrinken ze. Dit zegt alles over hoe wij met dieren omgaan. Wilde vogels zijn niet de boeman, ze zijn het slachtoffer.

Oorspronkelijk kwam de griepvariant die dodelijk is voor vogels – de hoog-pathogene vorm – niet voor. In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekten onderzoekers dat de onschuldige variant, waar vogels niet ziek van worden, in stallen met veel kippen door middel van één mutatie in een heel dodelijke vogelgriep kon veranderen.

Dit is inmiddels meermaals gebeurd, zowel in Europa als in Azië. In 1996 werd in een ganzenhouderij in de Chinese provincie Guangdong een virus van het subtype H5N1 aangetroffen. Later sprong dat virus over naar wilde vogels en ging het voor het eerst langere tijd rond in wilde vogelpopulaties. Trekvogels hebben deze variant inderdaad verspreid over de wereld – maar alleen omdat die in de intensieve pluimveehouderij kon ontstaan.

De realiteit van nu is dat Nederland volgens de laatste cijfers bijna 90 miljoen kippen telt. Ons land heeft de hoogste pluimveedichtheid van Europa: zesmaal hoger dan het Europese gemiddelde. Nederland behoorde vorig jaar tot de Europese top van kippenvleesexporteurs. Een flink deel van die productie is bedoeld voor het buitenland, terwijl we in ons land ruimtegebrek hebben.

Hoge dierdichtheden

Door enorme aantallen dieren op een kleine oppervlakte te houden, zoals in de huidige manier van pluimveehouderij, zullen er steeds weer uitbraken van vogelgriep of andere ziektes volgen. Want in Nederland liggen veel pluimveebedrijven met zeer hoge dierdichtheden vlak bij elkaar. Dit verhoogt het risico op het ontstaan van de dodelijke hoog-pathogene vogelgriep, en de snelle verspreiding naar wilde vogels, nog eens extra.

We moeten wilde vogels voldoende ruimte geven, zodat er sterke vogelpopulaties ontstaan, en zodat de dieren voldoende uitwijkmogelijkheden hebben om besmetting te beperken. Die ruimte ís er.

Opgehokt of vrij: vogels zijn het slachtoffer. En er liggen meer risico’s op de loer, want er zijn ook al mensen aan het virus overleden. Een virus dat overspringt van dier op mens: dat hebben we eerder meegemaakt.