Arbitrage: NAM moet 1,35 miljard euro betalen voor aardbevingsschade in Groningen

Vonnis In de juridische strijd rond de aardbevingsschade in Groningen heeft de staat een tussenuitspraak gewonnen. De arbitrage oordeelt dat de NAM de heffing van 1,35 miljard euro voor 2024 moet betalen.
De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) moet een heffing van de staat van 1,35 miljard euro betalen voor de kosten van de schadeafhandeling en versterking van huizen in Groningen, in 2024. Het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) heeft dat besloten in een tussentijds vonnis. Dit schrijven demissionair minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei, VVD) en Eddie van Marum, staatssecretaris Herstel Groningen (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, BBB) in een Kamerbrief.
Shell en ExxonMobil – eigenaren van de NAM – hadden de heffing aangevochten met een arbitragezaak. Ze verzochten de staat eerder om de NAM geen heffing voor 2024 op te leggen. Het bedrag is opgemaakt uit de kosten voor het afhandelen van de fysieke schade aan de huizen, immateriële schade en waardedaling en versterking van de huizen – zo schrijven Hermans en Van Marum.
De NAM vindt dat de overheid meer huizen versterkt dan nodig
De Nederlandse staat betaalt het grootste deel van de kosten voor de versterking en afhandeling van de schade. Al jaren liggen de staat en de NAM/Shell en ExxonMobil met elkaar in de clinch over het deel van de kosten dat de NAM aan de staat moet betalen. De NAM vindt dat de overheid meer huizen versterkt dan nodig. Sinds 2020 betaalt het bedrijf de facturen niet meer volledig.
Demissionair staatssecretaris Van Marum reageerde voorzichtig positief op het afwijzen van de claims van Shell en ExxonMobil. „Aangezien het tussentijdse vonnissen zijn, kunnen we niet vooruitlopen op volgende uitspraken en de uiteindelijke totaalvonnissen. Voor het kabinet staat buiten kijf dat de schadeafhandeling en versterkingsoperatie in Groningen onverminderd doorgaan.”