Er overviel me een warme sympathie voor Hans Wijers, en die heb ik niet van nature

Pinoccio” by JordiKno is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Tegen een leugenaar kun je ook jokkebrok zeggen, liegbeest, bedrieger, waarheidsverdoezelaar, bullshitter, huichelaar, geen-actieve-herinneringsukkel. Als het gaat om een patroon van platvloerse leugens, zeg je ‘doe niet zo Dilan’.

Iedereen weet meteen wat je daarmee bedoelt, niemand zal er iets tegenin brengen, ook VVD’ers niet, juist VVD’ers niet. Je hoeft het niet eens uit te leggen aan de mensen wier denkvermogen zodanig is aangetast door het aanhoudende radicaalrechtse gehits, dat ze een regeringscombinatie met JA21 consequent als ‘centrum-rechts’ aanduiden.

Er overviel me dan ook een warme sympathie voor Hans Wijers toen hij donderdag in het Yesilgöz-is-een-leugenaar-ophefje verstrikt raakte, want sinds wanneer zijn feitelijke constateringen verboden? Wijers zou dit tijdens een besloten bijeenkomst hebben gezegd, waarin hij ook zou hebben laten blijken dat hij geen fan is van JA21.

(Vooropgesteld: sympathie met Hans Wijers heb ik niet van nature. Wijers is de man die in de jaren negentig als minister alles van waarde ‘naar de markt’ heeft gebracht in de grote dereguleringskoorts waar het paarse kabinet door bevangen was, waardoor we geen burgers meer waren maar ‘klanten’ van een overheid die bedrijfje speelde. Omdat modes voorbij gaan, hebben we tegenwoordig Habtamu de Hoop, een volksvertegenwoordiger dankzij wie de streekbus weer rijdt, ook als dat geen geld oplevert, gewoon omdat het zo prettiger samenleven is.

Reden twee waarom de sympathie van ver moest komen: Wijers is een ‘mevrouw’-zegger, op die specifieke toon die mannen met status reserveren voor wanneer de vrouwtjes vervelend worden.)

De tegennatuurlijke sympathie met Wijers groeide verder toen hij geen haperend geheugen veinsde, maar groots alle verantwoordelijkheid en bijbehorende sorry’s op zich nam voor alle eventuele lelijke woorden die hij gesproken zou kunnen hebben. Daarmee was de zaak afgedaan, zou je denken.

Nog geen 48 uur later moest Wijers drieënveertig minuten lang drieënveertig keer exact dezelfde vraag van een kluit journalisten beantwoorden: of hij nog op ‘voldoende vertrouwen’ kon rekenen na zulke gemene woorden over Yesilgöz, het onschuldige slachtoffer. Thuis riepen we dat wij godbetert al twee jaar onschuldig slachtoffer zijn van alles wat die kleine Faust heeft aangericht, zoals Wilders en de gedeukte rechtsstaat die echte problemen voor gewone mensen hebben gebracht, maar dat is misschien te veel Michiel van Nispen-achtig gedacht.

Dit is – en ik denk dat Michiel van Nispen hiermee instemt – niet zomaar een ophefje, maar een zaak die aantoont hoe nietsontziend en laag-bij-de-gronds de krachten zijn die willen voorkomen dat in Nederland het fatsoen en de rechtsstatelijkheid terugkeren.