Opinie: Alleen diploma’s en dikke portemonnees in de Kamer: waar blijft het volk?

Husky, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons

Met slechts drie praktisch geschoolden in de nieuwe Tweede Kamer, die woensdag wordt geïnstalleerd, ligt de macht nog meer bij wie hoogopgeleid, rijk, of allebei is. Dat is een gevaar voor onze democratie.

Van de 150 nieuwe Kamerleden zijn er slechts drie, afkomstig van radicaal-rechtse partijen, die enkel een mbo-opleiding hebben. Vorig mandaat waren het er nog dertien. Waar het politieke midden, en vooral links, ooit volkspartijen waren, zijn ze nu bolwerken van academisch geschoolden. Bouwvakkers, verpleegkundigen en vuilnismannen – de wer­kende klasse die meer dan de helft van ­Nederland vormt – verdwijnt steeds verder uit de democratie.

De Kamerleden van verkiezingswinnaar D66 zijn vrijwel allemaal oud-ambtenaren met een master. Bij veel partijen is dat niet heel anders. Toen Jesse Klaver werd gevraagd waarom er nauwelijks mbo’ers op zijn lijst stonden, noemde hij GroenLinks-PvdA alsnog ‘een goede afspiegeling van de samenleving’. Een Kamerlid hoort naast het maken en controleren van wetten ook het volk te vertegenwoordigen. Toch lijken bijna geen politici te spreken namens een gemeenschap, en vooral namens de beleidsdirecties van hun vorige werkgever.

Stille machtswisseling

Bestuurskundigen Mark Bovens en Anchrit Wille noemen dit de diplomademocratie. Eerder in de Volkskrant schreven zij dat academisch geschoolden steeds meer hun eigen wereld vormen: ze wonen, trouwen en scholen binnen dezelfde kring, waaruit de bestuurders van morgen voortkomen. Diploma’s zijn de nieuwe culturele scheidslijn. Waar vroeger religie of klasse iemands wereldbeeld bepaalde, doet opleiding dat nu en voorspelt beter dan inkomen hoe iemand denkt over thema’s als migratie, klimaat of Europa.

Ook sociaal-geograaf Josse de Voogd wees er recent op dat bij kabinetsformaties de belangen van academici winnen. Wanneer politici, experts en lobbyisten uit dezelfde kringen onderhandelen, ontstaat er een uitruil die niet echt weerspiegelt wat Nederland wil. Het resultaat is economisch rechts en cultureel links, terwijl veel gewone mensen het omgekeerde verlangen. De aristocratische adel is hiermee niet afgeschaft, maar gerenoveerd en is niet meer ‘graaf’ of ‘barones’, maar ‘dr.’ of ‘MSc’.

Over de auteur | Quin Blokzijl is opiniemaker en vuilnisman. Als mbo’er liep hij voor D66 stage in het Europees Parlement.