Al snel na de komst van de asielzoekers verstomde het protest in Katwoude: ‘We hebben ons gek laten maken’

Asielopvang In het Noord-Hollandse dorp Katwoude brak twee jaar geleden onrust uit door de komst van een noodopvang voor asielzoekers. Hoe kijken de inwoners er nu tegenaan? „Het zijn mensen zoals jij en ik, hè.”
Het is niet meer dan 150 meter, vanaf het rijtje huizen langs het grindpad tot aan de ingang van het Van der Valk-hotel in Katwoude.
Daar, niet ver van waar de toeristenbussen de afslag nemen naar Volendam, viel in het najaar van 2023 een brief van de gemeente op de deurmat. Het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel, las bewoner Francisca Groskamp (60), zat overvol. En dus werden door het hele land tijdelijke noodopvanglocaties ingericht.
Zo ook hier, was de boodschap: in het hotel pal voor haar deur.
Een beetje reuring waren de Katwoudenaren wel gewend. Als bij het hotel een buslading gasten was gearriveerd, liepen die immers rustig door de voortuinen. En bij de Simonehoeve aan het eind van het pad, waar de familie Tol al zolang men zich hier kan heugen kaas verkoopt, draaien de touringcars achter elkaar de parkeerplaats op.
Maar dit: 160 vluchtelingen in een dorp van driehonderd inwoners, met in de directe omgeving alleen weiland en koeien?
NRC ging twee jaar na de onrust in Katwoude terug naar het dorp en sprak met buurtbewoners, COA-medewerkers en de burgemeester.

Crowdfunding
Minou Soesan (55) had er genoeg van. Al eerder had ze zich gestoord aan de uitlatingen van haar dorpsgenoten in Katwoude, maar na een nieuwe tirade stapt ze uit de buurtapp. „Laat ze elkaar maar afmaken”, las ze tot haar verbijstering in de chat. De aanleiding: een bericht over een steekpartij in de opvang.
Het bleek uiteindelijk geen steekpartij, maar een val uit een raam waarbij een asielzoeker gewond raakte. Toen had het – foutieve – persalarm dat de politie via het openbare alarmeringsnetwerk P2000 had afgegeven zich echter al via de buurtapp verspreid.
Met crowdfunding haalde ze 1.600 euro op om winterjassen en sneakers van te kopen. In een provisorisch ingericht winkeltje in het hotel konden de vluchtelingen de kleding uitkiezen. Soesan: „Dan reed ik langs de bushalte en zag ik een clubje jongens staan die er allemaal hartstikke mooi uitzagen. Dat maakte me wel trots.”
„Voor hetzelfde geld”, zegt ze, „was ik een van hen geweest. Dan had ik ook gewild dat mensen mij met open armen zouden ontvangen.”
De Katwoudenaar raakte bevriend met enkele bewoners uit de opvang. Op feestjes proeft ze soms verbazing. „Ja, zeg ik dan. Het zijn mensen zoals jij en ik, hè. Zij waren ook vriendinnen geweest als ze bij ons in de straat hadden gewoond.”
Niet dat ze iedereen kan overtuigen. „Maar ik merk wel dat mensen meer begrip hebben gekregen. Op mijn werk vertelde ik iedereen die het maar wilde horen over hun achtergrond en de lol die we hebben. Zelfs de meest hardnekkige anti-azc’ers kwamen met zakken kleding. Dan denk ik: dat is een overwinninkje.”