Zo gaan verkiezingsbeloften vaak: weg met alle regels! Behalve míjn regels dan, natuurlijk

Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Elke cyclus van Kamerverkiezingen, coalitievorming, regeerperiode en demissionaire status is inmiddels een aanslag op de kwaliteit van de overheid. En daardoor op de samenleving. In oktober mogen we weer naar de stembus – nou ja, ‘mogen’? – en de eerste partijen komen al aanstormen, als hooligans met een bushokje in het vizier.
Politieke instabiliteit en invloed van populistische en radicaal-rechtse partijen verergeren alles wat toch al stuk is aan de manier waarop beleid wordt gemaakt: politici beloven op grond van ideologie en vermeende populariteit veel te specifieke maatregelen en tillen ze na onderhandelingen als een trofee boven het hoofd – kijk eens wat ik heb binnengesleept! Daarna duwen bewindslieden deze vaak ongeteste plannen met grote druk van bovenaf in het ambtenarenapparaat.
Je proeft het alweer bij de VVD, de eerste partij met een conceptverkiezingsprogramma. Ze zegt een ‘radicale economische groei’ na te streven, onder meer door een ‘totale deregulering van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid’ en door het ‘fundamenteel inkrimpen van de overheid’. Uiteraard zijn de asielplannen zo fantastisch dat het aantal in Nederland op te vangen vluchtelingen misschien wel ‘nul’ wordt.
Als iemand in de kroeg zo tegen me aan praat, lach ik vriendelijk en schuif ik een kruk op.
De hoofdboodschap van het programma zou me moeten aanspreken, want ik ben voor een overheid die zich beperkt tot kerntaken. Maar ik ben ook voor nadenken. En leren van ervaring. Dat wij met een uitgedijde en deels vastgelopen overheid zitten, is in belangrijke mate te danken aan precies dit type dadendrang.
Het slaat ook nergens op. Na eerst die ‘totale deregulering’ af te kondigen beschrijft de VVD uitgebreid wat de regels voor de arbeidsmarkt zouden moeten zijn. Zo is het vaak: weg met alle regels, behalve míjn regels. Getuige ook de vele bepalingen die de VVD wil uitstorten over migranten, demonstranten, figuren met onfrisse opvattingen en gedetineerden.
Sociale zekerheid zou meer ‘activerend’ moeten zijn: het komt nu voor dat een werkloze met allerlei toeslagen meer inkomen heeft dan in de betaalde baan die hij kan krijgen, dus schrap die toeslagen en – zo is de redenering – hij gaat werken.
In feite passen veel mensen die na jaren van arbeidskrapte nog werkloos zijn slecht in vacatures. En de wildgroei aan regelingen ontstond doordat je van de bijstand niet kunt rondkomen. Sommige uitkeringsgerechtigden lukt het om in dit woud toch een inkomen bij elkaar te sprokkelen. Dát houdt talloze ambtenaren aan het werk. En het maakt de overstap naar werk eng. Want wat als je de vaak niet al te zekere baan straks weer kwijtraakt en je de tocht door de overheidsjungle opnieuw moet beginnen?
Dus wat verschil zou maken is dit: eis dat de laagste inkomens iets minder laag worden. Er is een grote groep werkenden die nét kan rondkomen en die nauwelijks vrije tijd heeft en geen reserves. Niet toevallig een groep die het gevoel heeft dat alle anderen worden voorgetrokken, vatbaar voor radicalisering of apathie. De echt hardwerkende Nederlander, zeg maar.
En zorg dat een werkloze genoeg krijgt om van te leven. Accepteer dat je geen wetten kunt maken die rekening houden met elke omstandigheid. Er zal eens iemand te veel krijgen of te weinig. Geef de publieke dienstverleners die er dicht op zitten de professionele ruimte om daar wat aan te doen. Dan kan een werkloze zijn tijd en energie besteden aan werk zoeken of scholing in plaats van aan bureaucratie. En kan de overheid werkelijk kleiner.
Sommige punten in het programma lijken blind uit eerdere edities geknipt en geplakt: ‘We kijken te vaak naar de arbeidsongeschiktheid van mensen terwijl we zouden moeten kijken naar hun arbeidsgeschiktheid. We willen dat mensen zo veel mogelijk aan het werk gaan, ook in deeltijd.’
Alsof de administratieve en menselijke ellende zich niet heeft opgestapeld, uitgerekend door de idee-fixe dat je iemands gedeeltelijke beschikbaarheid tot twee getallen achter de komma kunt vaststellen. Waarna hij als in een circusact niet-bestaande banen voor deels arbeidsongeschikten moet najagen, in plaats van te werken aan herstel. Elk hoepeltje waar hij door springt vastgehouden door een ambtenaar. En dan daarna weer verbaasd zijn dat de overheid niet is gekrompen.
Het is nog wachten op de programma’s vol maakbaarheidsillusies van ander partijen. We mogen positieve verrassingen niet uitsluiten. Maar genesteld in de liberale hoek van ons democratisch huis ben ik er niet gerust op als ik Rob Jetten van D66 alvast hoor zeggen dat hij ‘de bezem door de overheid wil halen’. En: ‘Als de Belastingdienst tien jaar nodig heeft voor eerlijker belastingen, dan bouwen we wel een nieuwe dienst.’
Laat iemand hem uit de doeken doen dat de vertraging juist is veroorzaakt door de talloze wensen waarmee politici belastingen ‘eerlijker’ hebben willen maken. Wensen die als loden ballen om de enkels van de dienst liggen.
In ijdele hoop geef ik het Jetten en andere politici toch mee: praat over waarden en maatschappelijke doelen, liefst voor een langere termijn dan vier jaar. Laat je door media of planbureaus niet verleiden tot veel te gedetailleerde plannetjes met fictief precieze inkomenseffecten. Laat zien dat je volksvertegenwoordigers en bestuurders hebt die het leven van mensen bewezen beter hebben gemaakt. En verwezenlijk, mocht je aan de macht komen, met aan saaiheid grenzende zorgvuldigheid een paar idealen.
Veel mensen zijn niet gek en zullen dit snappen en waarderen.