Bestrijdingsmiddelen zorgen voor onrust in Drentse dorpen: ‘Op één dag zag ik vijf patiënten met parkinson’

South Holland – Before the storm (in explore 01-08-2021)” by Stefan Wittebol Photography is licensed under CC BY-NC 2.0

In Drenthe gelden sinds kort strengere regels om Natura 2000-gebieden te beschermen tegen bestrijdingsmiddelen. Maar bewoners naast akkers voelen zich nog altijd onbeschermd. ‘Ik maak me zorgen om onze gezondheid.’

In het najaar genieten Gerry (65) en Lia Tingen (64) volop van hun huis aan het kanaal in Smilde, Midden-Drenthe. Ze zijn graag in de tuin, waar ze een grote vijver vol karpers hebben. Het is hun gezamenlijke trots.

In de zomer zitten ze er veel minder. Drie jaar geleden is de grond achter hun huis landbouwgrond geworden. Er worden aardappelen, bieten en uien geteeld. Vooral in juni en juli worden er bijna wekelijks bestrijdingsmiddelen gespoten.

De ramen dicht

De zorgen van de familie Tingen staan niet op zichzelf. In Drenthe is al jaren discussie over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Vaak gaat die over de lelieteelt, waar veel middelen gebruikt worden, maar het probleem leeft breder. Drenthe is een akkerbouwprovincie, waar veel landbouwpercelen direct grenzen aan huizen en tuinen.

Voor de lelieteelt legde de provincie onlangs extra regels op: telers moeten aantonen dat hun middelen geen schade veroorzaken aan de natuur in Natura 2000-gebieden. Dit beleid volgde op een uitspraak van de Raad van State die bepaalde dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen zonder natuurvergunning niet is toegestaan.

Evelien van Soldt, huisarts

Maar waar de natuur betere bescherming krijgt, geldt dat nog niet voor omwonenden. Er zijn bijvoorbeeld geen verplichte spuitvrije zones rond huizen. Alleen langs sloten en kwetsbare watergebieden geldt een verbod. Afstand tot woningen is een advies en wordt nauwelijks gecontroleerd, al proberen veel boeren uit eigen beweging al wel rekening te houden met omwonenden.

‘Voor boeren is dit hun levenswerk’

Ze begrijpt dat dit hard aankomt bij boeren. Trouw benaderde ook een Drentse aardappelboer en lelieteler voor dit verhaal. Beiden wilden niet reageren. “Boeren voelen zich machteloos”, zegt huisarts Van Soldt. “Ze krijgen steeds nieuwe regels en strengere eisen opgelegd. Het is hun levenswerk. Natuurlijk schrikken ze als iemand zegt: dit kan schadelijk zijn.”

Toch is dat volgens haar geen reden om weg te kijken. “Ook de gezondheid van de boeren zou beter beschermd moeten worden door overheidsbeleid dat alleen middelen toestaat waarvan is aangetoond dat ze geen schade aanrichten.”

Als arts voelt ze de verantwoordelijkheid om te waarschuwen. “Artsen waren ook de eersten die riepen dat roken gevaarlijk kon zijn. Het duurde tientallen jaren voordat dat onomstotelijk vaststond. We moeten niet dezelfde fout maken door nu te wachten tot elk risico 100 procent bewezen is. Dan ben je te laat.”