AOW wordt steeds grotere concurrent voor onderwijs en defensie

Grandmama and granddaughter by Erin Nealey is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De overheid betaalde vorig jaar 52 miljard euro aan AOW-uitkeringen. Meer dan de helft van dat bedrag komt uit belastinggeld, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). En dat wordt een steeds groter probleem.

Door de vergrijzing lopen de kosten voor de AOW verder op. En dat betekent dat er steeds meer belastinggeld naar de uitkeringen aan gepensioneerden gaat. Van de 52 miljard euro aan AOW in 2024 kwam 28 miljard euro uit de belastingen. Dat is zo’n 6 procent van de belastinginkomsten, blijkt uit cijfers van het CBS.

De andere 24 miljard euro kwam uit de AOW-premie die werkenden betalen. Die premie is vastgezet, om te voorkomen dat werkenden een te groot deel van hun loon aan AOW-premie moeten betalen. Door de vergrijzing zijn er steeds minder werkenden, die voor steeds meer AOW’ers premie betalen. Vandaar dat de AOW-premie wordt begrensd.

‘Dubbele vergrijzing’

Dat betekent dat de AOW steeds meer concurreert met andere overheidsuitgaven die uit de belastinginkomsten worden betaald, zoals onderwijs en defensie. Zeker nu het aantal mensen dat met pensioen gaat blijft groeien en mensen ook gemiddeld langer leven. Dit wordt de ‘dubbele vergrijzing’ genoemd.

Als er niets gebeurt, slaan de kosten van de vergrijzing de overheidsfinanciën uit het lood, want ook de zorgkosten lopen op. In 2060 kan de staatsschuld dan 126 procent van het bbp bedragen. Dat kost vele miljarden extra aan rente-uitgaven.

De topambtenaren stellen een aantal keuzes voor, die vooral de gepensioneerden raken. Ouderen moeten gaan meebetalen aan de AOW, is zo’n voorstel.

Daarnaast kunnen fiscale voordelen voor ouderen worden beperkt of afgeschaft. Ook het verlagen van de AOW, of het beperken van de stijging, is een bezuinigingsvoorstel. Daarnaast moet bekeken worden of de pensioenleeftijd niet sneller moet stijgen. Dat is een maatregel die de werkenden raakt.

De enige maatregel die het haalde was de verhoging van de AOW-leeftijd. Hoe hoger de gemiddelde levensverwachting, hoe hoger de pensioenleeftijd wordt. Inmiddels is de pensioenleeftijd minstens 67 jaar. Maar ook daar was protest tegen, waarna de stijging minder snel ging dan was voorgesteld.