100-jarige: ‘Mijn vader gaf mijn moeder een stofzuiger cadeau, waarop ze zei: ‘Domme man, we hebben geeneens stroom!’’

cute old couple feeding the birds” by maveric2003 is licensed under CC BY 2.0

Truus de Jong-Versluis is 100 jaar. Hoe kijkt zij terug op de eeuw die achter haar ligt?

Tijdens het vertellen van haar levensverhaal wordt ze onderbroken door een telefoontje – de beller is een onbekende die als een oplichter klinkt. De 100-jarige trapt niet in de val en weet haar trefzeker af te poeieren. ‘Ik ken u niet en ik heb geen tijd’, en de hoorn ligt weer op de haak. Na veel anekdotes die ze vertelt over haar leven, klinkt: ‘En weer hadden we geluk.’

Lijkt u meer op uw vader of op uw moeder?

‘Ik ben vrij nuchter en niet gauw bang, net zoals mijn moeder. Ook heb ik haar genen, ze is bijna 106 jaar geworden. Tot ze 102 was, woonde ze nog zelfstandig in een huis met een grote tuin, en klaarde alles zelf. Rollators waren er nog niet. Bij het grofvuil zag ze een kinderwagen staan en deed daar voortaan haar boodschappen mee. Ze wist met alles raad.’

In wat voor omstandigheden bent u opgegroeid?

‘Ik ben geboren in Leerdam, in een gezin met vier kinderen, als een-na-jongste. Als kind had je ontzag voor je ouders, je had naar ze te luisteren. Mijn moeder was de baas in huis en beheerde het geld. We hadden het beslist goed. Als verrassing deed mijn vader mijn moeder een stofzuiger cadeau, waarop ze zei: ‘Domme man, we hebben geeneens stroom!’

‘In mijn jeugd was het crisistijd, veel mensen hadden het moeilijk, de werkloosheid was groot. Mijn vader werkte bij een houthandel. Mijn moeder zag de bui al hangen en besloot een winkel aan huis te beginnen. Ze timmerde een etalage en ging onderdelen van fietsen verkopen, zoals fietsbellen, lampen en batterijen. De fiets van mijn vader werd te huur aangeboden. Mijn vader ging in zijn vrije tijd fietsen repareren. Ik zie nog zijn glimmende oogjes toen hij thuis kwam en vertelde dat ook hij ontslagen was. Erg vond hij het niet, hij genoot van de zaak die mijn moeder had opgezet en had het druk genoeg met reparaties. We verhuisden naar een winkel met een woning erbij. Mijn vader kocht fietsen in voor de verkoop en breidde het aantal reparaties uit.’

Mocht u doorleren?

‘Ik was 15 jaar toen de oorlog uitbrak, deed mulo-examen en ging op mijn 16de op het distributiekantoor in Leerdam werken. Ik kon goed leren en had verder gewild, naar de hbs in Gorkum, maar mijn moeder vond de mulo mooi genoeg. De ondergrondse benaderde mij voor verzetswerk.

‘De leider van de ondergrondse in onze streek, Maarten Schakel, kwam wel bij ons thuis. Mijn moeder wilde een keer zijn jas ophangen, en vond die zo zwaar, dat ze in zijn jaszakken keek en een revolver zag. Na de oorlog is hij burgemeester geworden, en Tweede Kamerlid.

Is er iets waarvan u achteraf denkt: dat had ik anders moeten doen?

‘Mijn jongste dochter was 52 jaar toen ze overleed. Het is heel moeilijk als een kind jou voorgaat. Ik weet nog dat ze mij belde om te vertellen dat ze borstkanker had. Ik zei iets heel stoms: ‘O, dat heb ik ook gehad.’ Ik kan mij indenken dat ze teleurgesteld was en niets had aan mijn reactie. Ik heb er nog spijt van. Het was troostend bedoeld, zo van: ik ben er ook van genezen, maar zoiets moet je natuurlijk niet zeggen, want je weet de afloop niet.’

Hoe kijkt u aan aan tegen de huidige tijd?

‘Tegenwoordig gaan kinderen tijdens de schoolvakanties met hun ouders naar een hotel in een ver land. Ik ging altijd logeren bij familie in Amsterdam, met kinderen van mijn leeftijd en had het er altijd enorm naar mijn zin.

Vanaf mijn 6de zette mijn moeder mij op de trein en vroeg de conducteur mij onderweg te helpen met overstappen. Mijn oom haalde mij op van het station en liet mij met de tram de hele stad zien. Ik weet nog dat we naar de eerste flat in Amsterdam gingen kijken, de Wolkenkrabber. Ik keek zo ver omhoog dat ik achterover viel.

Ook zag ik tijdens deze logeerpartijen voor het eerst het strand. Bij aankomst in Zandvoort vroeg ik mijn oom: ‘Wat is dat voor blauwe dijk?’ Het bleek de zee. Zouden kinderen zich nu nog zo verwonderen over heel gewone dingen?’

error: