Wees genereuzer voor Nederlanders die onder energiearmoede lijden

OPINIE
De kosten van klimaatbeleid zijn niet eerlijk verdeeld tussen arme en rijke Nederlanders. Daarom is het van belang om de eerste groep ruimer te compenseren, om het draagvlak voor de energietransitie te behouden.
Vorige week zat vanwege de ongekende hitte een groot deel van de Europeanen opgesloten in hun huis, de luiken dicht. In Enschede zijn de eerste huizen onbewoonbaar verklaard vanwege de toegenomen wateroverlast. Droogte bedreigt de fundering van ruim een half miljoen huizen in Nederland.
Klimaatverandering is een feit, en dan zijn we de ‘veilige’ grens van anderhalve graad nog niet eens gepasseerd. De kosten van een hetere atmosfeer lopen snel op. Economen hebben al vele malen voorgerekend dat de kosten van het beperken van de klimaatverandering vele malen lager zijn dan de schade van een opwarming voorbij 1,5 graad, laat staan 2 graden.
Betaalbaar en eerlijk
Gelukkig blijkt uit onderzoek telkens weer dat de overgrote meerderheid van bevolking in elk land, inclusief Nederland, klimaatbeleid steunt. Maar wel alleen als het effectief, betaalbaar en eerlijk is. En precies daar ontbreekt het momenteel aan, zeker ook in Nederland.
In de eerste plaats is het huidige beleid niet effectief. Een jaar geleden schatte het Planbureau voor de Leefomgeving de kans om de klimaatdoelen te realiseren in op 5 procent. Sindsdien is er vooral veel geld gegaan naar de industrie om deze te helpen de hoge fossiele energierekening te voldoen.
Dat is niet alleen ineffectief, het maakt het klimaatbeleid ook nog eens oneerlijker en onbetaalbaarder voor de rest van het land. En dat terwijl 80 procent van de Nederlanders al van mening is dat de kosten van klimaatbeleid niet eerlijk verdeeld zijn tussen burgers en bedrijven en tussen arme en rijke Nederlanders.
Daarin hebben ze gelijk. Burgers betalen voor de CO2-uitstoot van hun mobiliteit en het verwarmen van hun huis aanzienlijk meer dan de bedrijven in de industrie en landbouw. Voor de armste Nederlanders zijn de klimaatkosten weer aanzienlijk hoger dan voor de rijkere Nederlanders. Lagere inkomens in een slecht geïsoleerd huis zijn tot wel een derde van hun inkomen kwijt aan energiekosten. Hogere inkomens maximaal zo’n 5 procent.
Klimaatsubsidies
Ondertussen harken de hoogste inkomens wel de meeste klimaatsubsidies binnen. Subsidies voor het verduurzamen van de woning kwamen tweemaal zo veel terecht bij de hoogste dan de laagste inkomens. Van de subsidieregeling voor elektrische auto’s profiteerden de rijksten maar liefst vijftien maal meer dan de armsten.
Het klimaatbeleid brengt zo een flinke groep Nederlanders in de financiële problemen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek en onderzoeksorganisatie TNO becijferden dat zo’n 400 duizend huishoudens in Nederland ‘energiearm’ zijn. Deze betalen meer dan 10 procent van hun inkomen aan energie. Het uitbannen van deze energiearmoede kost 250 miljoen euro. Behapbaar zou je denken, op een klimaatbegroting van 6 miljard euro.
Toch is er ook dit jaar weer lang gediscussieerd in de Tweede Kamer over de vraag of hier überhaupt middelen voor vrijgemaakt moesten worden. Let wel, het gaat hier om het overeind houden van verreweg het breedst gedragen rechtvaardigheidsprincipe door een kabinet dat volgens het eigen regeerprogramma staat voor ‘een rechtvaardige energietransitie’met bijzondere aandacht voor ‘huishoudens met een kleine portemonnee’.
Toch kwam uiteindelijk slechts 60 miljoen euro beschikbaar. Geld dat moest worden aangevraagd via een haperende website die binnen een week meldde dat het geld op was. Slechts ongeveer de helft van de energiearmen had toen een aanvraag kunnen doen. Dit is niet teleurstellend en frustrerend, maar simpelweg vernederend voor de mensen die het betreft.
De komende jaren dreigen de betaalbaarheidsproblemen nog veel groter te worden. Door de verzwaring van het elektriciteitsnet en de verdere beprijzing van de CO2-uitstoot voor wonen en vervoer gaan de jaarlijkse kosten met honderden euro’s stijgen. Juist de armste Nederlanders zullen het hardst getroffen worden. Zij hebben de afgelopen jaren niet met een subsidie zonnepanelen op het dak gelegd, een elektrische auto aangeschaft en het huis geïsoleerd.
Bestaanszekerheid
De Nederlandse grondwet verplicht de overheid zich in te spannen voor de bestaanszekerheid van de bevolking. Die stond al onder druk. Bijna de helft van de Nederlanders worstelt met betalingsproblemen. Het armste kwart van de huishoudens, meer dan vier miljoen Nederlanders, heeft geen vermogen maar enkel schulden. Deze groep heeft simpelweg de middelen niet om te investeren in de eigen klimaatbestendigheid.
Dit vormt een groot risico voor het draagvlak voor het huidige klimaatbeleid. De oplossing is niet om de klimaatdoelen dan maar te laten schieten. Dat is namelijk voor iedereen de duurste optie, zeker ook weer voor de laagste inkomens die ook geen geld hebben om zich tegen de hitte en wateroverlast te weren.

© VU Vrije Universiteit
Zet daarom eerst in op het verduurzamen van de woningen van de mensen die het zelf niet kunnen betalen. De woningbouwcorporaties maken de laatste jaren al snelheid. Verstoor dat proces vooral niet zoals met de (weer ingetrokken) huurbevriezing dreigde. Verplicht private verhuurders hun huizen te verduurzamen. Daarvoor kunnen ze al een beroep doen op subsidies. Houdt ook de 0 procent-rente leningen in stand voor de mensen met een laag inkomen en een eigen woning.
Armste wijken vergroenen
Maak daarnaast de netwerkkosten afhankelijk van gebruik zodat de rijken die veel energie gebruiken hier een groter deel van betalen. En maak genoeg budget vrij om alle mensen die lijden onder energiearmoede uit de problemen te helpen. Vergroen de armste wijken die nu snel opwarmen en waar bewoners vaak geen airco en zonneschermen hebben. Zorg in die wijken ook voor betaalbaar elektrisch deelvervoer.
Op die manier wordt klimaatbeleid betaalbaar voor iedereen. Alleen dan vinden de Nederlanders het eerlijk en is er voldoende steun voor een voldoende ambitieus klimaatbeleid waar we allemaal flink van profiteren.
Rens van Tilburg is economic fellow van het VU Instituut voor Milieuvraagstukken.