Protest is de zuurstof van de samenleving en hoeft niet altijd netjes te zijn

© AR 2025 Photo Contest – World Press Photo of the Year – Mahmoud Ajjour, Aged Nine
Photographer © Samar Abu Elouf

genocide Palestina door Israel met medewerking van ondermeer de Nederlandse regering
OPINIE Rens Calis en Kirsten Pluim
Protest wordt in Nederland vaak niet gezien als uiting van betrokken burgerschap, maar als veiligheidsrisico. Ten onrechte, want veel van wat we nu vanzelfsprekend vinden, is ook met fel protest bevochten.
Afgelopen zondag kleurde Den Haag rood. Meer dan 100 duizend mensen verzamelden zich op het Malieveld en liepen door de stad om te demonstreren tegen de steun van het Nederlandse kabinet aan Israël en de medeplichtigheid aan de voortdurende genocide in Gaza. Het was de grootste demonstratie in twintig jaar, een levendige oproep tot gerechtigheid.
Toch kopte de NOS: ‘Massaal protest in Den Haag tegen Israël-standpunt kabinet rustig verlopen.’ Die kop zegt veel over hoe protest in Nederland wordt gezien. Niet als uiting van betrokken burgerschap, maar als veiligheidsrisico. Iets wat je gedoogt, zolang het de orde maar niet verstoort. Vicepremier Fleur Agema (PVV) sprak onlangs haar zorgen uit over de ‘onrust in Nederland als gevolg van de oorlog in Gaza’.
Niet over de schendingen van het internationaal recht door Israël. Nee – over de mensen die het lef hebben om daar iets van te vinden en er actie aan te verbinden.

Dit patroon zien we vaker: politici klagen over de groeiende kloof tussen burger en politiek, over apathie en afhaakgedrag. Maar als burgers zich massaal laten horen, heet het ineens ‘onrust’. Kortom: protest is welkom, zolang het stil, braaf en ‘fatsoenlijk’ verloopt. Zodra het ergens tegenaan duwt, wordt het weggezet als ‘radicaal’, ‘ontwrichtend’ of een bedreiging voor de openbare orde, tenzij demonstranten tot de eigen achterban behoren – zoals boeren.
‘Hufters’
VVD-leider Dilan Yesilgöz vond dat de mensen die op 5 mei demonstreerden zich moesten ‘schamen’, minister van Justitie David van Weel had het over ‘hufters’ en premier Dick Schoof had op ‘meer waardigheid’ gehoopt rond Bevrijdingsdag. Incidenten worden daarbij dankbaar aangegrepen om protest als geheel in diskrediet te brengen. Dat Geert Wilders de demonstranten die afgelopen zondag op het Malieveld stonden als ‘verward’ en ‘pro-Hamas’ bestempelde, was voorspelbaar, maar niet minder schandalig.
Wie veroorzaakt hier onrust? Zijn het de demonstranten die misstanden aan de kaak stellen? Of politici die kritiek niet kunnen verdragen en vreedzaam protest wegzetten als een bedreiging?
Baguette
In Frankrijk hoort een protestbord net zo vanzelfsprekend bij het straatbeeld als de baguette. In Nederland kent de omgang met protest daarentegen twee gezichten: óf het is gevaarlijk en moet beteugeld worden, óf het mag, maar wel binnen de lijntjes graag. Die houding zorgt ervoor dat het Malieveld vaker leeg blijft dan vol. Niet omdat mensen niets te zeggen hebben, maar omdat ze bij voorbaat al verdacht worden gemaakt.
Neem de blokkades van Extinction Rebellion op de A12 in Den Haag, waarbij klimaatactivisten eisen dat de overheid maatregelen neemt om de klimaatcrisis te beteugelen. Toch richten politici en politie hun kritiek vooral op de gevolgen van de acties: de enorme inzet van politieagenten en de verstoring van het verkeer. Sommige media nemen dit perspectief klakkeloos over, waardoor niet de urgentie van de klimaatcrisis vooropstaat, maar de ‘last’ die de protesten zoudenveroorzaken.
Supportersrellen
Opvallend is dat je weinig klachten hoort over de politiemacht die wordt ingezet bij voetbalwedstrijden die uit de hand lopen. Jaarlijks kosten supportersrellen miljoenen aan politie-inzet. Toch wordt dat zelden gezien als probleem, of als reden om het voetbalpubliek te straffen. Pas als vreedzame demonstranten de straat opgaan met een boodschap die schuurt, worden politiecapaciteit en kosten hét gespreksonderwerp.
De politie heeft bij demonstraties een belangrijke taak: de vrijheid van protest faciliteren. Dat betekent: het recht van de demonstranten beschermen en hun veiligheid waarborgen. Toch wordt de rol van de politie steeds vaker verward met die van ordedienst die protest zo snel mogelijk uit het zicht moet verwijderen. Demonstratierecht is echter geen gunst van de staat – het is een grondrecht.
Amnesty
Dat het amper gaat over het feit dat het demonstratierecht onder druk staat in Europa, zoals Amnesty stelt, is bijzonder problematisch. Veel van de rechten en vrijheden die we nu vanzelfsprekend vinden – van het vrouwenkiesrecht tot de vrije zaterdag – zijn bevochten door mensen die de straat opgingen, lawaai maakten, ongewenste waarheden uitspraken en weigerden zich neer te leggen bij de status quo.
Protest hoeft niet netjes, welkom, of zonder risico te zijn. Wie nu de straat op gaat, sluit aan in een lange traditie van mensen die zich uitspraken tegen onrecht en daarmee de maatschappij vooruitbrachten. Die ruimte moet niet kleiner worden, maar groter. Want protest is de zuurstof van een samenleving die wil blijven ademen.