Minister Hermans (VVD) van Klimaat buigt voor politieke druk en komt met anti-klimaatbeleid

Bloementeelt in verlichte en verwarmde kas Beeld ter illustratie Snijhortensia Rodeo by Rob van Mastwijk is licensed under CC BY 2.0

De klimaatplannen die het kabinet vrijdag presenteert hebben meer weg van anti-klimaatplannen. Fossiele subsidies worden in ere hersteld, milieumaatregelen afgezwakt of geschrapt.

De voortekenen hebben niet bedrogen. Tijdens Tweede Kamerdebatten maakten de coalitiefracties de afgelopen maanden al duidelijk dat ze geen zin hebben in nieuwe klimaatmaatregelen.

VVD-minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) sprak eind oktober nog ferme taal over de extra inspanningen die het kabinet moest leveren om de wettelijke klimaatdoelen te halen. Nu zij die plannen heeft onthuld, blijkt dat haar eigen VVD haar ambities niet steunt.

Anti-klimaatregel

Uit de Voorjaarsnota bleek vorige week al dat de coalitie Hermans’ Klimaatfonds 600 miljoen euro lichter heeft gemaakt om de energiebelasting voor huishoudens en bedrijven de komende drie jaar een klein beetje te kunnen verlagen. Uit het Klimaatfonds, bedoeld om klimaatbeleid te voeren, wordt dus een anti-klimaatmaatregel betaald.

Het geheel aan plannen leest als het tegenovergestelde van klimaatbeleid. De nationale CO2-heffing voor de industrie en de glastuinbouw gaat de komende jaren omlaag. Ook de bijmengverplichting voor groen gas in de glastuinbouw wordt verlaagd. Hier heeft de BBB zijn vingerafdrukken op de plannen achtergelaten. De energiebelasting op elektriciteit daalt, voor huishoudens en bedrijven.

De coalitie rechtvaardigt het afschalen van de klimaatinspanning met een verwijzing naar de gewijzigde geopolitieke omstandigheden en de concurrentieverhoudingen binnen Europa. De Nederlandse industrie betaalt meer voor energie dan bedrijven in andere EU-landen, omdat Nederland (tot nu toe) een relatief ambitieus klimaatbeleid voert. De geschiedenis leert dat de politiek slappe knieën krijgt als bedrijven dreigen te vertrekken vanwege hoge kosten en een verslechterend ‘vestigingsklimaat’.