Tulpen verloren hun onschuld, daarom praten de meeste telers niet

Het tulpenfestival heeft als hoofdsponsor een bedrijf in gewasbescherming met de chemische naam ProfytoDSD – dat is van belang, uitkijkend over de explosie van voorjaar in de polder. De tulp verloor zijn onschuld: elk veld stelt de vraag hoeveel gif nodig was om de aardekleuren van het nieuwe land te vervangen door de tropische felheid van de bollenteelt, en wat de toeristen oplopen die stiekem tussen de rijen schuifelen om die ene rode bloem van dichtbij te fotograferen in een zee van ongegeneerd geel.
Het woord dat inmiddels bij tulpen hoort is parkinson, een merkwaardige combinatie. Niet aan denken, zegt het Duitse echtpaar dat de elektrische huurfietsen in de berm heeft gezet. ‘Je ziet het niet, je ziet alleen de schoonheid.’
Spectaculair ligt het patchwork over de velden, de Keukenhof steekt er benauwd bij af; je moet in de Noordoostpolder zijn om te weten wat tulpentelers kunnen. Ze hebben trots een tulpenroute uitgezet, een pluktuin aangelegd, je kunt een helikoptervlucht boeken of instafoto’s maken op de daarvoor aangelegde tulpenstrook bij de tulpenteler – geen filter nodig.
Maar praten over bestrijdingsmiddelen, dat doet de teler niet.

Op de agrarische hogeschool leerde Anja Hoorweg dat het biologisch telen van tulpen onmogelijk is: bladluizen brengen virussen over die de oogst kapot maken. ‘Plantgoed is duur, als je er een virus in krijgt, is je partij niets meer waard.’ Toch staan er toeristen bij de velden van haar biologische bedrijf Tulipsgreen in Ens, het verschil is nauwelijks te zien. Het gewas ‘knijpt wat’, zegt Anja, ‘het mocht wel wat royaler staan’, maar dat is voor de ogen van de teler.