Waarom de verhuisdrift in Nederland groeit – en het aantal woningen met vocht- en schimmelproblemen ook

Hello Kitty dollhouse tour – Living room” by – Annetta – is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

WoonOnderzoek Nederland 2024 Nieuwe cijfers van het CBS tonen een verder vastgelopen woningmarkt en toenemende verschillen tussen oud en jong, rijk en arm. Hoge lasten en onvrede over de woonsituatie vormen een groeiend probleem. En de woningmarkt werkt niet mee.

Ongeveer 3,6 miljoen inwoners van Nederland willen verhuizen, grofweg een half miljoen meer dan drie jaar geleden. Tegelijkertijd is de woningmarkt verder verstopt geraakt. Zo is het aantal mensen dat is verhuisd van het ene koophuis naar het andere, met een kwart gedaald.

Dit blijkt uit het WoonOnderzoek Nederland 2024, dat donderdag is gepubliceerd. Dit driejaarlijkse onderzoek naar woonsituaties en -wensen, is een belangrijke bouwsteen van het woonbeleid. Ruim veertigduizend personen hebben meegedaan aan deze studie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Aandeel eengezinswoningen in de huursector gehalveerd

De tientallen tabellen tonen een vastgelopen woningmarkt met grote verschillen tussen oud en jong en arm en rijk. Zo wonen ouderen het vaakst in een koopwoning, terwijl jonge paren veelal in dure huurwoningen belanden. En meer (jonge) starters op de woningmarkt dan in 2021 kregen bij de aankoop van een huis een schenking van hun (schoon)ouders, van 20.000 euro tot meer dan een ton.

Daarom kijken meer woningzoekenden nu naar eengezinshuurwoningen of naar huurappartementen.

De verschuiving is goed te zien in de private huursector, waarin het aantal huishoudens met twee derde toenam tot 342.000. In deze sector gaat het veelal om dure huurwoningen, met een huur boven de 1.123 euro. Veel jonge mensen moeten een huur boven deze grens betalen. Zo zit bijna de helft van de jonge paren (45 procent) in een dure huurwoning.

Huurders in private sector zijn het meest kwijt aan wonen, woonlasten in verhouding hoog bij lage inkomens

Huurders van zo’n woning wonen daar het kortst en verhuizen het vaakst – in vergelijking met bewoners van goedkopere huurwoningen en mensen met een eigen huis. Die verhuisdrift heeft mogelijk te maken met de hoge woonlasten, dat wil zeggen: huur plus bijkomende kosten als energie. Bewoners van private huurwoningen zijn meer dan 40 procent van hun netto-maandinkomen kwijt aan woonlasten. Ter vergelijking: voor huurders van corporatiewoningen is dat ruim 30 procent.

Dat de totale woonlasten een grotere hap nemen uit het netto-inkomen, komt vooral doordat de energieprijzen sterk stegen.

De dure energie verklaart ook wellicht de toename van schimmel in Nederlandse woningen. Kampte in 2021 ongeveer 15 procent van de woningen met schimmel, in 2024 was dat 20 procent. Mogelijk is dat mensen uit zuinigheid minder stoken en ventileren, terwijl 2023 ook nog eens een heel nat jaar was, met veel regen.

„Dit is wel een van de opvallendste ontwikkelingen in dit woononderzoek”, vindt Tanja Traag: „Vocht- en schimmelproblemen zijn opvallend toegenomen. Huurwoningen, zowel in de sociale als de particuliere huur, hebben veel meer te maken met dit probleem.”