Demonstrerende grootouders weigeren in de bosjes te staan

COLUMN Wilma Kieskamp
Aan de drukke verkeersweg naast het gebouw van de Tweede Kamer ligt een afgetrapt plantsoen, de grond kaal en hobbelig. Als het regent staan er plassen. De eerste indruk is die van een verwaarloosde ingang van een Haags stadspark.
Tussen deze struiken ligt de officiële demonstratieplek van de Tweede Kamer. Vier jaar geleden is er een kruisje op een plattegrond gezet: dit moest het maar worden, bij gebrek aan alternatieven. De Kamer ging tijdelijk verhuizen uit de binnenstad en daarbij was ook een nieuwe officiële plek nodig voor eventuele demonstraties, zoals elk zichzelf respecterend parlement er een heeft.
In de ontwerpen had de Kamer er weinig rekening mee gehouden, en het probleem daarna over de schutting bij de gemeente Den Haag gegooid. Die moest het maar oplossen. De gemeente is verantwoordelijk voor het lokale demonstratierecht, de Kamer trok de handen ervan af.
Vier jaar sukkelt dit nu al voort, waarbij onlangs ook de rechter zich erover heeft moeten buigen. Het blijft een armzalig gezicht. Demonstranten moeten ook nog achter dranghekken staan, omdat fietsers anders tegen hen aanbotsen.

Het plantsoen staat de laatste tijd steeds vaker leeg. Ook bij de ingang van de Tweede Kamer is het stil geworden. Daar mogen vanwege ruimtegebrek en veiligheid maximaal vijf demonstranten staan. Het heeft ondanks alle veiligheidsafwegingen toch iets krenterigs. Vergelijk het met de ambitie voor de verbouwing op het Binnenhof: daar is plek voor 75 demonstranten ingetekend bij de nieuwe entree. Dan kan het opeens wel.
Omdat het zo oorverdovend stil is rond deze kwestie is het een verademing als er iemand een poging doet om iets los te wrikken. Die eer komt toe aan de actiegroep Grootouders voor het Klimaat, die binnenkort voor de honderdvijftigste keer een stille betoging houdt bij de Tweede Kamer.
De grootouders weigeren nog langer in de bosjes te staan. Hun groep staat tegenwoordig bij het station, waar Kamerleden hen niet kunnen zien of horen, iets wat volgens de wet wel een recht van burgers is. Vijf grootouders lopen apart even naar de ingang van de Tweede Kamer.
Ze stapten naar de rechter, maar zonder succes. De gemeente heeft slechts de regels gevolgd. Enigszins curieus is wel het argument van de rechter dat de nadelen voor de grootouders meevallen omdat zij toch bij het station kunnen staan.

David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Beeld: Martijn Beekman
[…] Je zou hopen dat er heel af en toe eens een Kamerlid zou mopperen over dat modderige plantsoentje. Maar niemand heeft het erover. Als er debatten plaatsvinden over het demonstratierecht in het algemeen wordt er zelfs niet zijdelings verwezen naar de situatie rond het eigen huis. Wel gaat het veel over het inperken van demonstraties elders in het land en over demonstranten in het algemeen als ‘raddraaiers’.
Minister David van Weel (Justitie) zei onlangs dat hij echt niet vergeet dat het overgrote deel van de demonstranten zich aan alle regels houdt. “Al die demonstraties waar het goed gaat zal ik beschermen. Dat recht zullen wij met hand en tand verdedigen.” Met zijn dienstauto reed hij even later de parkeergarage uit, recht langs het verlaten plantsoentje.