Opinie: Molukse gemeenschap verdient excuses van Nederlandse staat

Aankomst van het schip Kota Inten met eerste generatie Molukkers in Rotterdam. © Joop van Bilsen / Nationaal Archief

Volgend jaar is het precies 75 jaar geleden dat de eerste generatie Molukkers per schip aankwam in Nederland. Het is de hoogste tijd dat de regering excuses aanbiedt voor de onrechtvaardige behandeling die hun ten deel viel.

Op 21 maart 1951 legde het troepentransportschip Kota Inten aan in de haven van Rotterdam, met aan boord circa negenhonderd Molukkers. Deze groep was op 20 februari vertrokken vanuit Java. Nog elf transporten met Molukkers volgden. De Kota Inten bracht op 23 juni 1951 ook de laatste lichting over naar Nederland, als het enige schip dat de lange tocht twee keer heen en weer maakte.

De Molukkers kwamen hier na de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsoorlog tussen de nieuwe republiek Indonesië en haar kolonisator Nederland. De complexe gezamenlijke geschiedenis van de Molukken en Nederland stamt echter van honderden jaren vóór deze oorlogen.

Vanaf eind 16de eeuw probeerden Nederlanders de zeer winstgevende handel in kruidnagel, nootmuskaat en foelie in handen te krijgen. Deze zeldzame specerijen groeiden destijds alleen op de Molukken. De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) was onder gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen bereid om de bevolking van de Banda-eilanden, naar schatting zo’n 15 duizend inwoners, uit te moorden om het handelsmonopolie op nootmuskaat en foelie te verkrijgen.

Genocidale actie

De weinige overlevende Bandanezen werden na deze genocidale actie veelal als slaaf te werk gesteld op andere eilanden. De Nederlandse kolonisatie van Indonesië begon aldus op bloedige wijze in de Molukken, waar op Ambon aan het begin van de 17de eeuw de eerste gouverneur-generaal van Nederlands-Indië zetelde.

In de eeuwen die volgden, richtte de Nederlandse kolonisator zich op de verovering van andere delen van Indonesië, waarvoor het in 1814 ook een koloniaal leger oprichtte, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). En hoewel velen op de Molukken zich bleven verzetten tegen de kolonisator – zoals vrijheidsstrijders Pattimura en Christina Martha Tiahahu die in 1817 een opstand tegen de Nederlanders leidden – namen in de loop der tijd ook veel Molukkers dienst in het KNIL. De eed van trouw aan het koningshuis, en zeker later aan koningin Wilhelmina, was daarbij heilig. Zo ontstond een traditie waarbij in (met name christelijke) Molukse families soms door meerdere generaties werd gevochten voor Nederland. […]

Molukse kamp Lunetten in Vught, voormalig concentratiekamp Vught, laatste barakk, Bestanddeelnr 933-034 by Rob Bogaerts / Anefo is licensed under CC CC0 1.0

Ultiem gebaar

Maar de herdenking van 75 jaar Molukkers in Nederland in maart 2026 biedt gelegenheid voor een ultiem gebaar van erkenning – een officieel excuus door de Nederlandse staat voor de onrechtvaardige behandeling van de eerste generatie Molukkers in Nederland. De Nederlandse regering, met de koning als staatshoofd, kan een zeer krachtig symbolisch gebaar maken met dit excuus. Want dit onderstreept ook de ruim vierhonderd jaar oude band tussen Nederland en de Molukken, en alle gezamenlijke geschiedenis die daar onderdeel van is.

Inmiddels leeft van de eerste generatie vrijwel niemand meer – ook onze (groot)vader en oud-verzetsman Marcus Seleky is in 2017 overleden – terwijl de gemeenschap van Molukse Nederlanders gegroeid is naar circa 70 duizend zielen. Met een formeel excuus aan de eerste generatie Molukkers kunnen de jongere generaties Molukkers – in harmonie met de rest van de Nederlandse samenleving – werken aan een nieuw proces van herinnering en heling in de toekomst.

Over de auteurs
Juan Seleky (1950) is co-auteur van Istori-Istori Maluku en Terug op de Molukken, en voorzitter van de Landelijke Stichting Molukse Ouderen (LSMO). Maurice Seleky (1982) is auteur, moderator en hoofd communicatie en marketing van het Amsterdam Museum. Eric Seleky (1986) is hoofd marketing en communicatie bij Movies That Matter. De auteurs zijn respectievelijk zoon en kleinzonen van de Molukse oud-verzetsman en KNIL-militair Marcus Seleky (1926-2017) en schreven dit artikel op persoonlijke titel.