Nog meer groeidomheid laat onze economie alleen maar harder wankelen

Economie In Nederland is ‘groei’ zaligmakend, maar staan we niet genoeg stil bij de kosten daarvan. Waarom lukt het ons niet om een economie te bouwen die zonder groei overeind blijft, schrijft Hans Stegeman.

© Hans Stegeman TRIODOS
De afgelopen weken was de oproep tot groei weer opvallend aanwezig. De minister van Financiën verklaarde bij het aanbieden van de Miljoenennota economische groei tot „nationale opdracht”. In NRC werd in een opiniestuk recent groei bejubeld. Zowel werkgevers– als werknemersorganisaties benadrukten de boodschap dat groei goed is.
Wie groei een nationale opdracht noemt, maakt van een middel een doel. Groei was ooit een manier om belangrijke dingen te bereiken: werk, zekerheid, goede publieke voorzieningen. Maar verhef je zo’n middel tot doel, dan wordt het ideologie – en een risico. Immers, elke belegger weet dat je moet spreiden, elke ecoloog dat een monocultuur kwetsbaar is. Sturen op groei doet allebei.
Roze achteruitkijkspiegel
Eerst even wat de groeiverdedigers goed zien. Economische groei heeft veel gebracht: mensen wereldwijd uit armoede, betere gezondheid, langer leven, meer onderwijs.
Wie zo naar de toekomst kijkt, doet dat met een roze achteruitkijkspiegel. Onder elk beleggingsproduct staat dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst. Voor economische groei geldt dat in nog steviger mate, want wie de cijfers van de afgelopen zeventig jaar doortrekt, verwart een tijdperk met wetmatigheid. Het is inderdaad zo dat in de periode van hoge groei mensen ouder en gezonder werden, beter onderwijs kregen en vaak ook meer democratische vrijheid.
Maar deze verbanden waar het pleidooi voor groei op rust, vertonen barsten. De rijkste Amerikaanse vijftigplussers sterven ongeveer even vaak als de armste vijftigplussers in Noordwest-Europa; en hoewel mensen langer leven, doen ze dat steeds minder lang in goede gezondheid. En zelfs in de rijkste landen staat de democratie onder druk, ook waar de economie de afgelopen decennia flink groeide.
Bovendien kwam lang niet alles wat we koesteren als welvaart voort uit groei. De verzorgingsstaat, de kortere werkweek, algemeen kiesrecht, een samenleving die minder mensen buitensluit: die zijn bevochten door vakbonden en maatschappelijke bewegingen. Hoewel we naar het verleden kunnen kijken en constateren dat groei gelijk ópgaat met allerlei zaken die ons gelukkig maken, zegt dat niets over de causaliteit.
Geld naar vernietiging
Dan de rekening van groei. De biodiversiteitstop in Armenië vorige maand ging opnieuw over de oorzaken van natuurverlies, zonder dat er een oplossing in zicht is gekomen. Een economie die elk jaar groter moet worden, legt elk jaar een groter beslag op land, water en grondstoffen.
Het recente VN-rapport over het koolstof ‘uitstootgat’ vertelt een vergelijkbaar verhaal. De technologie om de uitstoot omlaag te brengen is er, en die ontwikkelt zich sneller dan verwacht. Toch blijft het gebruik van fossiele energie hoog.
Dit is een toenemend risico. Wopke Hoekstra, Eurocommissaris voor Klimaat, gaf vorige week aan dat Europa zich moet voorbereiden op een opwarming van de aarde van 3 graden. Dat betekent meer weersextremen en toenemende economische schade.
Maar we betalen liever voor schade dan dat we de oorzaak daarvan wegnemen. De kramp zit in het belang dat we in onze economie hebben gegeven aan groei: zonder groei dondert het in elkaar. Pensioenen, zorg, banen en overheidsfinanciën zijn ingericht op een economie die elk jaar groter wordt, het liefst met ten minste 1 tot 2 procent. Hapert de groei, dan kraakt de economie. En het wrange is: als de risico’s van niets doen toenemen en we steeds meer moeten doen om de economie aan te passen, dan zal een groter deel van de groei niet leiden tot welvaart. Het verband tussen groei en vooruitgang gaat dan alleen maar verder uiteenlopen: wel geld voor dijkverhoging, niet meer voor onderwijs of zorg.
Wankel huis
Ik trek een andere conclusie dan minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) trekt. Als je de risico’s van je groeistrategie ziet toenemen, ga je je strategie aanpassen. Tegenvallers incalculeren, of liever nog, deze voorkomen. Als een huis alleen overeind blijft staan zolang je er verdiepingen op zet, moet je de fundering versterken. Nog een verdieping groeidomheid laat het huis alleen maar harder wankelen. Die afhankelijkheid oplossen is een ontwerpopgave.
Soms is groei prima. Zeker voor landen met een laag inkomen is groei als middel een logische optie. Maar alleen als deze inclusief is, en helpt instituties te versterken. Ook in Nederland kan groei door betere producten, goede dienstverlening of uitvindingen die het leven aangenamer maken prima zijn. Ik ben absoluut voor innovatie, en Nederland heeft een verdienmodel voor de toekomst nodig. Biotech, het techcluster rond Eindhoven en onze rol in de logistiek mogen flink groeien, zolang de baten van die groei maar naar de samenleving vloeien en die groei niet ten koste gaat van de natuur en het klimaat. De vraag is dus altijd welke groei we willen, waarvoor en wie daarvan de vruchten plukken.
Nederland is een land van ontwerpers. We wonnen land uit zee, bouwden een verzorgingsstaat en werden een van de welvarendste landen ter wereld. Dan moet het toch lukken een economie te bedenken die niet omvalt zodra de groei hapert?